Samenvatting CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026
De CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026 loopt van 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 en geldt voor werknemers van groothandels in bloemen en planten; de CAO is gesloten door VGB en CNV. De salarissen en salarisschalen stijgen met 3% per 1 januari 2025, met 3% per 1 januari 2026 en met 1% per 1 juli 2026; per 1 oktober 2024 zijn salarisgroepen 1 en 2 samengevoegd. Een eenmalige uitkering kent de CAO niet, maar u ontvangt aan het einde van het jaar wel een eindejaarsuitkering van 1% van het in dat kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomen. Verderop vindt u onder meer de 40-urige werkweek, de 200 vakantie-uren, de overwerktoeslagen, de doorbetaling bij ziekte, het pensioen en de salaristabellen per maand en per 4 weken.
Laatst gecontroleerd op 9 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO groothandel in bloemen en planten, looptijd 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 (artikelen 2, 26 en 27).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026
| Looptijd | 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 (art. 2). |
| CAO-partijen | De werkgeversorganisatie VGB (Vereniging van Groothandelaren in Bloemkwekerijproducten, Zoetermeer) en de vakbond CNV (Utrecht). |
| Loonsverhoging | 3% per 1 januari 2025, 3% per 1 januari 2026 en 1% per 1 juli 2026 voor de salarissen en salarisschalen; per 1 oktober 2024 zijn salarisgroepen 1 en 2 samengevoegd (art. 26 lid 5). Geen eenmalige uitkering, wel een jaarlijkse eindejaarsuitkering van 1% (art. 27). |
| Vakantiedagen | 200 vakantie-uren per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (art. 17 lid 1). Vanaf 50 jaar extra uren: 8 uur vanaf 50 jaar, 24 uur vanaf 55 jaar, 40 uur vanaf 60 jaar en 56 uur vanaf 63 jaar (art. 18). |
| Vakantietoeslag | 8% van de verdiende bruto maand- of periode-inkomens over de periode juni t/m mei, jaarlijks uitbetaald in mei of juni; over overwerkuren wordt geen vakantietoeslag opgebouwd (art. 20). |
| Overwerkvergoeding | Overwerk is werken boven 40 uur per week of boven 10 uur per dag. Toeslag op het bruto uurloon: 26% op maandag t/m zaterdag, 50% op een zesde werkdag en 100% op een zon- of feestdag. Uitbetaling in geld of compensatie in tijd naar keuze van de werknemer (art. 14B lid 2, 3 en 5). Nachttoeslag van 26% bij minstens 3 uur werken tussen 23.00 en 06.00 uur (art. 15 lid 1). |
| Reiskostenvergoeding | Woon-werkverkeer: € 0,05 per km sinds 1 januari 2022, verhoogd tot minimaal € 0,11 (1 september 2023), minimaal € 0,17 (1 augustus 2024) en maximaal € 0,23 per km (1 augustus 2025), tot maximaal 30 km enkele reis (art. 37). |
| Bijzonder verlof | Eigen huwelijk: 2 dagen. Overlijden van de levenspartner of een kind: tweemaal de wekelijkse arbeidsduur; overlijden van een ouder: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (beide t/m de uitvaart). Overlijden van grootouders, kleinkind, broer of zus: 1 dag. Verhuizing op verzoek van de werkgever: 1 dag. Geboorteverlof partner: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur (art. 21 lid 1). |
| Thuiswerkvergoeding | Kent de CAO niet; een thuiswerkvergoeding of thuiswerkregeling is niet in de CAO geregeld. |
| Doorbetaling bij ziekte | 90% van het maandinkomen of periode-inkomen gedurende 104 weken, de eerste 52 weken ten minste het minimumloon (art. 28 lid 2). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand. Wel een eindejaarsuitkering van 1% van het totaal van de in het kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomens, voor wie in december in dienst is (art. 27). |
| Pensioenfonds | Bedrijfstakpensioenfonds Grafische Bedrijven (PGB). Beschikbare premie per 1 oktober 2024: 8,3% van het pensioengevend salaris, met een werknemersbijdrage van 50% op het brutoloon (art. 38 lid 1 en 2). |
| Opzegtermijn werkgever | 1 maand bij minder dan 5 jaar in dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar (art. 11 lid 1). |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand (art. 11 lid 2). |
Salarisverhogingen
- 1 oktober 2024: salarisgroepen 1 en 2 worden samengevoegd (art. 26 lid 5 sub a).
- 1 januari 2025: de salarissen en salarisschalen gaan 3% omhoog (art. 26 lid 5 sub b).
- 1 januari 2026: de salarissen en salarisschalen gaan nogmaals 3% omhoog (art. 26 lid 5 sub c).
- 1 juli 2026: de salarissen en salarisschalen gaan 1% omhoog (art. 26 lid 5 sub d).
- Eindejaarsuitkering: geen eenmalige uitkering, maar wel een eindejaarsuitkering van 1% van de in het kalenderjaar verdiende maand- of periode-inkomens (zie het tabblad Dertiende maand / eindejaarsuitkering) (art. 27).
- Individuele verhoging per 1 januari 2025 en 1 januari 2026: bij overeenstemming met de ondernemingsraad (OR) over de beoordelingssystematiek krijgt wie het eind van de schaal nog niet heeft bereikt 1% bij normaal functioneren, 2% bij goed functioneren en 0% bij onder de maat functioneren. Is er geen beoordelingssystematiek, dan is de verhoging 1% van het schaalsalaris (art. 26 lid 3 sub a t/m c).
- Indiensttreding vlak voor de verhogingsdatum: komt iemand binnen 4 maanden voor de eerstvolgende verhogingsdatum in dienst, dan kan de verhoging tot de volgende datum achterwege blijven (art. 26 lid 3 sub d).
- Leeftijdsschaal: wie de functievolwassen leeftijd van zijn schaal nog niet heeft bereikt, ontvangt het salaris dat bij zijn leeftijd past. Wijziging gaat in op de maand na de verjaardag (art. 26 lid 2).
- Promotie: bij indeling in een hogere schaal stijgt het salaris met 2% van het oude salaris, nooit boven het eindsalaris van de nieuwe schaal (art. 26 lid 4).
- Overplaatsing naar een lagere groep: bij eigen toedoen, onbekwaamheid of op eigen verzoek geldt maximaal het eindsalaris van de lagere groep. Bij bedrijfsomstandigheden, herclassificering of medische omstandigheden wordt het meerdere boven het nieuwe schaalmaximum een persoonlijke toeslag, die wordt afgebouwd met de helft van de CAO-verhogingen (art. 26 lid 4).
- Wettelijk minimumloon: komt het wettelijk minimumloon boven de CAO-salarissen uit, dan betaalt de werkgever het wettelijk minimumloon (art. 26 lid 6).
Vakantiedagen
- Vakantie: 200 vakantie-uren per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (art. 17 lid 1). Bij deeltijd worden de vakantierechten naar boven afgerond op een heel uur (art. 17 lid 2).
- Extra vakantie-uren voor 50-plussers: in totaal het aantal uren uit de tabel hieronder, met ingang van het kalenderjaar waarin de werknemer die leeftijd bereikt (art. 18).
| Leeftijd | Extra vakantie-uren per jaar (in totaal) |
| Vanaf 50 jaar | 8 uur |
| Vanaf 55 jaar | 24 uur |
| Vanaf 60 jaar | 40 uur |
| Vanaf 63 jaar | 56 uur |
- Deze leeftijdsuren vervallen als de werknemer gebruikmaakt van de regeling arbeidsparticipatie oudere werknemers (art. 18A lid 5).
- Meeruren in deeltijd: tot 1 januari 2025 bouwt een deeltijdwerknemer ook vakantierechten op over meeruren binnen het normale weekrooster. Vanaf 1 januari 2025 vervalt dat recht en geldt de overwerkregeling (art. 17 lid 2 en art. 14B lid 4).
- Verplichte vakantie: de werkgever mag maximaal 24 verplichte vakantie-uren per kalenderjaar vaststellen en kan een collectieve bedrijfsvakantie vaststellen (art. 17 lid 4 en 5). Na overleg met de werknemers kan een vakantierooster worden opgesteld (art. 17 lid 3).
- Aaneengesloten vakantie: de werknemer heeft recht op minimaal 15 werkdagen aaneengesloten vakantie per kalenderjaar. Het verzoek moet uiterlijk 1 april schriftelijk worden ingediend; de werkgever beslist binnen 2 weken, schriftelijk (art. 17 lid 6).
- Begin of einde dienstverband, wijziging arbeidsduur: de vakantierechten worden naar evenredigheid vastgesteld of opnieuw berekend (art. 17 lid 7 en 8). Bij einde van het dienstverband wordt in overleg bepaald hoeveel niet opgenomen dagen worden uitbetaald of terugbetaald (art. 19).
- Verjaring: vakantieaanspraken verjaren 5 jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan (art. 17 lid 9).
- Arbeidsparticipatie oudere werknemers: werknemer en werkgever kunnen afspreken dat de arbeidsduur wordt verminderd tot 80% met behoud van 90% van het salaris en 100% pensioenopbouw. Deelname is mogelijk tot maximaal 7 jaar voor de AOW-leeftijd, voor wie minstens 5 jaar onafgebroken in dienst is geweest; de pensioenpremie wordt 50:50 verdeeld (art. 18A).
- Verlofsparen: vanaf 45 jaar kan de werknemer bovenwettelijke vakantiedagen sparen, mits de wettelijke dagen jaarlijks worden opgenomen (art. 18B).
- Feestdagen: op zon- en feestdagen wordt in principe niet gewerkt; voor zover een feestdag niet op zondag valt, wordt het maandinkomen of periode-inkomen doorbetaald (art. 16).
Overwerkvergoeding
- Arbeidsduur: de normale werkweek is 40 uur voor voltijdwerknemers (art. 12). De normale werkweek loopt van maandag t/m zaterdag, verdeeld over maximaal 5 werkdagen, met een normale werktijd per dag van minimaal 3 en maximaal 10 uur (art. 14A lid 1 t/m 3).
- Wat is overwerk? In de standaard werktijdenregeling: in opdracht van de werkgever gewerkte tijd boven 40 uur per week of boven 10 uur per dag (art. 14B lid 2).
- Toeslag: per overwerkuur de toeslag uit de tabel hieronder. Onder uurloon valt het uursalaris plus een eventuele persoonlijke toeslag (art. 14B lid 3). Het uursalaris is 0,577% van het maandsalaris of 0,625% van het periodesalaris (art. 1 lid 8).
| Overwerk | Toeslag op het bruto uurloon |
| Maandag t/m zaterdag | 26% |
| Zesde werkdag | 50% |
| Zon- of feestdag | 100% |
- Geld of tijd: de werknemer kiest of overwerkuren en toeslag worden uitbetaald of gecompenseerd in vrije tijd. Compensatie in tijd kan tot maximaal 40 uur per periode van drie maanden; het meerdere wordt in geld uitbetaald. Uitbetaling volgt bij de eerstvolgende betalingsperiode (art. 14B lid 5 en 6).
- Deeltijd: tot 1 januari 2025 worden uren boven het contract tot de 40-urige werkweek tegen het basisuurloon uitbetaald. Vanaf 1 januari 2025 geldt het overwerkbegrip naar rato: overwerk is meer dan de overeengekomen arbeidsduur per week, of meer dan 25% van de overeengekomen arbeidsduur per dag, zoals de CAO-tekst het formuleert (art. 14B lid 4).
- Zon- en feestdagen: werken op een zon- of feestdag mag alleen als de belangen van het bedrijf in het geding zijn of een veildag op een feestdag valt. De totale toeslag is dan 100%, bovenop het loon (art. 16). Een veildag geldt als een normale werkdag (art. 14A lid 4).
- Nachttoeslag: de werkgever stelt met de OR een dagspiegel vast tussen 06.00 en 23.00 uur. Wie in opdracht minstens 3 uur werkt tussen 23.00 en 06.00 uur, krijgt een nachttoeslag van 26% van het bruto uurloon over die uren. Voor andere uren buiten de dagspiegel wordt de beloning per salarisperiode geregistreerd en betaald (art. 15).
- Grenzen aan overwerk: een voltijdwerknemer kan niet worden verplicht over 26 weken meer dan 160 uur overwerk te verrichten (naar rato voor deeltijd). De werknemer van 57,5 jaar en ouder is niet verplicht tot overwerk (art. 14A lid 7 en 9).
- Incidenteel extra werk: voor maximaal een half uur direct voor of na het dagelijkse werk wordt het normale uursalaris doorbetaald, zonder overwerktoeslag (art. 14A lid 10).
- Variabele werktijdenregeling: met instemming van de OR (of de vakbond zonder OR) kunnen weekroosters worden vastgesteld over een referteperiode van maximaal 26 weken met 1040 uur voor een voltijdwerknemer (gemiddeld 40 uur per week). De weekroosters liggen tussen 32 en 45 uur en worden minstens 4 weken van tevoren bekendgemaakt (art. 14C lid 1). Overwerk is dan meer dan het weekrooster, meer dan 45 uur per week, meer dan 10 uur per dag of het plusurensaldo; dezelfde toeslagen gelden (art. 14C lid 2).
- Plus- en minuren: maximaal 5 plusuren en 8 minuren per week. Na de referteperiode wordt het plusurensaldo uitbetaald met de overwerktoeslag van 26%; een minurensaldo wordt kwijtgescholden (art. 14C lid 3).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer staat in art. 37. Zij geldt voor werknemers die met eigen of openbaar vervoer naar het werk komen.
- Per km: sinds 1 januari 2022 € 0,05 per km tot maximaal 30 km enkele reis. De vergoeding wordt in maximaal drie stappen verhoogd, zie de tabel hieronder (art. 37).
| Ingangsdatum | Vergoeding per km |
| 1 januari 2022 | € 0,05 |
| 1 september 2023 | minimaal € 0,11 |
| 1 augustus 2024 | minimaal € 0,17 |
| 1 augustus 2025 | maximaal € 0,23 |
- De CAO-tekst noemt als eindbedrag in de zin ervoor 22 cent per km, maar in de opsomming van de stappen komt het totaal op maximaal 23 cent per km.
- Vervoer door de werkgever: de vergoeding geldt niet als de werkgever of namens de werkgever vervoer naar het werk heeft geregeld (art. 37).
- Bestaande regelingen: regelingen die op 1 januari 2022 gunstiger waren, blijven bestaan (art. 37).
- Brutoloon ruilen: zolang de fiscale vrijstelling niet is bereikt, kan de werknemer op verzoek brutoloon ruilen tegen een netto onkostenvergoeding, waardoor een netto inkomensvoordeel ontstaat (art. 37).
- De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof staat in art. 21. De werknemer heeft recht op verlof met behoud van salaris, tenzij hij bij de gebeurtenis niet aanwezig is geweest of de gebeurtenis op een dag valt waarop hij volgens het rooster niet hoeft te werken (art. 21 lid 1).
| Situatie | Verlof |
| Eigen huwelijk, het sluiten van een samenlevingscontract of het laten registreren van het partnerschap | 2 dagen. Volgt later een huwelijk, dan wordt niet opnieuw verlof verleend (art. 21 lid 1 sub a) |
| Huwelijk van een eigen kind, stief-, pleeg- of kleinkind van de werknemer of zijn levenspartner, van een (schoon)ouder, broer of zus (ook zwager en schoonzus) | 1 dag (art. 21 lid 1 sub b) |
| 25- en 40-jarig huwelijks- of samenlevingsjubileum van de werknemer | 1 dag (art. 21 lid 1 sub c) |
| 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksfeest van (schoon)ouders; 50- en 60-jarig huwelijksfeest van grootouders en grootouders van de levenspartner | 1 dag (art. 21 lid 1 sub d) |
| Overlijden van de levenspartner of een (stief- of pleeg)kind | Tweemaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur, vanaf de dag na het overlijden, inclusief de dag van de uitvaart. Tot 1 januari 2025: 5 dagen (art. 21 lid 1 sub e) |
| Overlijden van de eigen ouders of die van de levenspartner | Eenmaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur, vanaf de dag na het overlijden, inclusief de dag van de uitvaart. Tot 1 januari 2025: 3 dagen (art. 21 lid 1 sub f) |
| Overlijden van grootvader of grootmoeder van de werknemer of levenspartner, kleinkind, broer, zus, zwager of schoonzus | 1 dag (art. 21 lid 1 sub g) |
| Verhuizen op verzoek van de werkgever | 1 dag (art. 21 lid 1 sub h) |
| Bevalling van de levenspartner (geboorteverlof) | Eenmaal de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur (art. 21 lid 1 sub i) |
| Adoptie van een kind | 2 dagen (art. 21 lid 1 sub j) |
- Deeltijd: het recht op bijzonder verlof geldt volledig, dus niet naar rato, met uitzondering van het verlof voor een verhuizing, dat wel naar rato wordt toegekend (art. 21 lid 2).
- Ouderschapsverlof (onbetaald): 26 maal de wekelijkse arbeidsduur per kind, op te nemen zolang het kind jonger is dan 8 jaar, ten hoogste in een aaneengesloten periode van 12 maanden en met ten hoogste de helft van de wekelijkse arbeidsduur. Melding minstens 2 maanden vooraf (art. 22).
- Calamiteitenverlof: volgens de Wet arbeid en zorg gedurende de benodigde tijd in zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden of noodsituaties (art. 23 lid 1).
- Kortdurend zorgverlof: tweemaal de wekelijkse arbeidsduur per jaar voor noodzakelijke verzorging bij ziekte van onder meer partner, kind of bloedverwant in de eerste of tweede graad. Het inkomen wordt voor 70% doorbetaald, met ten minste het minimumloon. Bij stervensbegeleiding kan in overleg een langere betalingsperiode worden afgesproken (art. 23 lid 1 sub a en palliatief verlof).
- Onbetaald verlof: de werkgever legt met de OR (of de vakbonden zonder OR) een regeling vast voor het aanvragen en toekennen van onbetaald verlof en de werkhervatting (art. 24).
- Mantelzorg: op verzoek maakt de werkgever afspraken over vermindering van werkuren en werktijden; uitgangspunt is mantelverlof eenmaal per 5 jaar voor maximaal 6 maanden, met terugkeer in de eigen functie (bijlage VIII onderdeel 4).
- Vakbondswerk en scholing: kaderleden en contactpersonen kunnen maximaal 5 werkdagen per kalenderjaar met behoud van salaris deelnemen aan publiekrechtelijke en vakbondsvergaderingen. Cursussen van de vakorganisaties kunnen tot maximaal 5 dagen per jaar met behoud van salaris worden gevolgd onder voorwaarden (art. 30 lid 3 en 4). Bij een goedgekeurde opleiding krijgt de werknemer vier dagdelen doorbetaald verlof ter voorbereiding op het examen (art. 36 lid 3).
Doorbetaling bij ziekte
- Kader: bij arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval gelden art. 7:629 BW en de Wet verbetering poortwachter (art. 28 lid 1).
- Doorbetaling: gedurende 104 weken wordt 90% van het maandinkomen of periode-inkomen doorbetaald, in afwijking van het wettelijke artikel. In de eerste 52 weken is het loon ten minste het voor de werknemer geldende minimumloon (art. 28 lid 2).
- Wachtdagen: hangt een ziekmelding redelijkerwijs niet samen met dezelfde oorzaak, of zit er minstens 4 weken tussen twee ziekmeldingen, dan mag de werkgever vanaf de tweede ziekmelding 1 wachtdag per ziekmelding inhouden, tot maximaal 4 wachtdagen per jaar. Voor chronisch zieken met een doktersverklaring gelden geen wachtdagen (art. 28 lid 3).
- Persoonlijk re-integratiebudget: een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die volledig aan de wettelijke re-integratieplicht voldoet maar niet intern kan worden herplaatst, kan na de 104 weken aanspraak maken op een persoonlijk budget van € 1.000 voor externe re-integratie (art. 28 lid 5).
- Werknemers met AOW-leeftijd: de loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen en het opzegverbod bij ziekte worden beperkt tot 6 weken (art. 11A).
- Variabel rooster: bij arbeidsongeschiktheid tijdens de variabele werktijdenregeling is art. 28 lid 2 van toepassing (art. 14C lid 4).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- Dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand.
- Eindejaarsuitkering: de werkgever kent aan het einde van het jaar, met de laatste salarisbetaling van het kalenderjaar, aan de werknemer die in december in dienst is een eindejaarsuitkering toe van 1% van het totaal van de in het kalenderjaar verdiende maandinkomens of periode-inkomens (art. 27).
- Korter dienstverband: wie niet het hele jaar in dienst was, krijgt een eindejaarsuitkering naar rato van de duur van het dienstverband (art. 27).
- Vakantietoeslag: 8% over de verdiende bruto maand- of periode-inkomens over de periode juni t/m mei, uitbetaald in mei of juni (art. 20). Zie ook het tabblad Stamgegevens.
Thuiswerkvergoeding
- Geen regeling: de CAO bevat geen thuiswerkvergoeding en geen thuiswerkregeling.
- Reiskosten: voor de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer zie het tabblad Reiskostenvergoeding (art. 37).
Pensioenfonds
- Pensioenfonds: de pensioenregeling wordt uitgevoerd door het Bedrijfstakpensioenfonds Grafische Bedrijven (art. 38 lid 1).
- Premie: de regeling is gebaseerd op beschikbare premie. Per 1 oktober 2024 bedraagt de premie 8,3% van het pensioengevend salaris, waarbij een werknemersbijdrage van 50% op het brutoloon wordt ingehouden. Er wordt gestreefd naar indexering en inleggarantie (art. 38 lid 2).
- Hogere functiegroepen: voor functiegroepen VII t/m IX kan deelname op vrijwillige basis geschieden (art. 38 lid 3).
- WAJONG: vanaf 1 januari 2025 betalen werkgevers de gehele pensioenpremie van werknemers met een WAJONG-uitkering (art. 38 lid 5).
- Aanpassing aan nieuwe wetgeving: CAO-partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over aanpassing van de pensioenregeling aan nieuwe wet- en regelgeving, waarbij franchise, premie en premieverdeling worden betrokken (art. 38 lid 4). Tijdens de looptijd overleggen zij over de implementatie van de Wet toekomst pensioenen en de franchise, en over de mogelijkheden van de nieuwe RVU-regeling per 1 januari 2026 (bijlage VIII onderdeel 3 en 5).
- Oudere werknemers: bij deelname aan de regeling arbeidsparticipatie oudere werknemers is de pensioenopbouw 100% en wordt de premie 50:50 verdeeld (art. 18A).
Opzegtermijn
- Werkgever: 1 maand bij minder dan 5 jaar in dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of meer (art. 11 lid 1).
- Werknemer: 1 maand (art. 11 lid 2).
- Opzeggen tegen het einde van de periode: bij salarisafrekening per maand kan alleen tegen het einde van de maand worden opgezegd. Bij afrekening per periode worden de termijnen in perioden gerekend en kan alleen tegen het einde van een 4-wekenperiode worden opgezegd (art. 11 lid 3).
- Opzegging door de werkgever: schriftelijk, met schriftelijke instemming van de werknemer of na toestemming van het UWV (bedrijfseconomische redenen of langdurige ziekte), of via ontbinding door de rechter (art. 10 lid 1).
- Proeftijd: maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en bij bepaalde tijd van 2 jaar of langer. Maximaal 1 maand bij bepaalde tijd korter dan 2 jaar maar langer dan een half jaar, en bij bepaalde tijd zonder vaste einddatum. Bij een contract van ten hoogste 6 maanden is geen proeftijd mogelijk (art. 9).
- Contract voor bepaalde tijd: de werkgever laat de werknemer uiterlijk een maand voor het einde schriftelijk weten of het contract wordt voortgezet en onder welke voorwaarden (art. 8 lid 1 sub a). Dit geldt niet bij een contract korter dan zes maanden of zonder vaste einddatum (art. 8 lid 1 sub c).
- Einde door AOW: de arbeidsovereenkomst eindigt op de dag waarop de werknemer de AOW-leeftijd bereikt (art. 10 lid 2 sub e). Wordt na de AOW-leeftijd doorgewerkt, dan is de opzegtermijn voor de werkgever maximaal 1 maand en ontstaat een contract voor onbepaalde tijd pas na 6 contracten of 48 maanden (art. 11A).
Bron: CAO-tekst CAO groothandel in bloemen en planten, looptijd 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 (artikelen 1, 8 t/m 11A, 12 t/m 18B, 20 t/m 24, 26 t/m 28, 30, 36 t/m 38; bijlage VIII).
Salaristabel CAO groothandel in bloemen en planten 2024 - 2026
Per functiegroep (II t/m VI, op basis van het ORBA-functiewaarderingssysteem) noemt de CAO een aanvangssalaris en een eindsalaris; tussenbedragen staan niet in de CAO-tekst. De tabellen per maand zijn bruto maandsalarissen, die per 4 weken zijn periodesalarissen. Het periodesalaris is 12/13 van het maandsalaris (art. 1 lid 5). Er zijn tabellen per 1 oktober 2024 (waarbij salarisgroepen 1 en 2 zijn samengevoegd tot functiegroep II), per 1 januari 2025 en 1 januari 2026 (elk inclusief 3%) en per 1 juli 2026 (inclusief 1%). Individuele verhogingen binnen de schaal staan op het tabblad Salarisverhogingen.
De jeugdschalen (16 t/m 20 jaar) zijn een percentage van het aanvangssalaris van de functievolwassen schaal: per 1 oktober 2024 60%, 70%, 80%, 90% en 100% en vanaf 1 januari 2025 65%, 75%, 85%, 95% en 100% (art. 26 lid 7). Komt het wettelijk minimumloon boven de CAO-salarissen uit, dan betaalt de werkgever het wettelijk minimumloon (art. 26 lid 6). Raadpleeg daarom ook het huidige wettelijk minimumloon. Met een werknemer in een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kan een ander salaris worden overeengekomen, mits ten minste het wettelijk minimum(jeugd)loon en de minimumvakantietoeslag worden toegepast (art. 26 lid 8).
Per maand vanaf 1 oktober 2024
Salarisschalen per maand per 1 oktober 2024
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.389,44 | € 2.548,17 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.431,26 | € 2.671,71 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.481,91 | € 2.820,36 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.558,82 | € 3.046,22 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.689,72 | € 3.320,64 |
Jeugdschalen per maand per 1 oktober 2024
| Functiegroep | 16 jaar (60%) | 17 jaar (70%) | 18 jaar (80%) | 19 jaar (90%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.433,66 | € 1.672,61 | € 1.911,55 | € 2.150,50 | € 2.389,44 |
| Functiegroep III | € 1.458,76 | € 1.701,88 | € 1.945,01 | € 2.188,13 | € 2.431,26 |
| Functiegroep IV | € 1.489,15 | € 1.737,34 | € 1.985,53 | € 2.233,72 | € 2.481,91 |
| Functiegroep V | € 1.535,29 | € 1.791,17 | € 2.047,06 | € 2.302,94 | € 2.558,82 |
| Functiegroep VI | € 1.613,83 | € 1.882,80 | € 2.151,78 | € 2.420,75 | € 2.689,72 |
Per 4 weken vanaf 1 oktober 2024
Salarisschalen per 4 weken per 1 oktober 2024
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.205,64 | € 2.352,15 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.244,24 | € 2.466,20 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.291,00 | € 2.603,41 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.361,99 | € 2.811,89 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.482,82 | € 3.065,21 |
Jeugdschalen per 4 weken per 1 oktober 2024
| Functiegroep | 16 jaar (60%) | 17 jaar (70%) | 18 jaar (80%) | 19 jaar (90%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.323,38 | € 1.543,95 | € 1.764,51 | € 1.985,07 | € 2.205,64 |
| Functiegroep III | € 1.346,54 | € 1.570,97 | € 1.795,39 | € 2.019,81 | € 2.244,24 |
| Functiegroep IV | € 1.374,60 | € 1.603,70 | € 1.832,80 | € 2.061,90 | € 2.291,00 |
| Functiegroep V | € 1.417,19 | € 1.653,39 | € 1.889,59 | € 2.125,79 | € 2.361,99 |
| Functiegroep VI | € 1.489,69 | € 1.737,97 | € 1.986,25 | € 2.234,54 | € 2.482,82 |
Per maand vanaf 1 januari 2025
Salarisschalen per maand per 1 januari 2025
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.461,12 | € 2.624,61 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.504,20 | € 2.751,86 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.556,37 | € 2.904,97 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.635,59 | € 3.137,60 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.770,41 | € 3.420,26 |
Jeugdschalen per maand per 1 januari 2025
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.599,73 | € 1.845,84 | € 2.091,95 | € 2.338,07 | € 2.461,12 |
| Functiegroep III | € 1.627,73 | € 1.878,15 | € 2.128,57 | € 2.378,99 | € 2.504,20 |
| Functiegroep IV | € 1.661,64 | € 1.917,28 | € 2.172,91 | € 2.428,55 | € 2.556,37 |
| Functiegroep V | € 1.713,13 | € 1.976,69 | € 2.240,25 | € 2.503,81 | € 2.635,59 |
| Functiegroep VI | € 1.800,77 | € 2.077,81 | € 2.354,85 | € 2.631,89 | € 2.770,41 |
Per 4 weken vanaf 1 januari 2025
Salarisschalen per 4 weken per 1 januari 2025
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.271,81 | € 2.422,72 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.311,57 | € 2.540,18 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.359,73 | € 2.681,51 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.432,85 | € 2.896,25 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.557,30 | € 3.157,16 |
Jeugdschalen per 4 weken per 1 januari 2025
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.476,67 | € 1.703,85 | € 1.931,04 | € 2.158,22 | € 2.271,81 |
| Functiegroep III | € 1.502,52 | € 1.733,67 | € 1.964,83 | € 2.195,99 | € 2.311,57 |
| Functiegroep IV | € 1.533,82 | € 1.769,79 | € 2.005,77 | € 2.241,74 | € 2.359,73 |
| Functiegroep V | € 1.581,35 | € 1.824,64 | € 2.067,92 | € 2.311,21 | € 2.432,85 |
| Functiegroep VI | € 1.662,25 | € 1.917,98 | € 2.173,71 | € 2.429,44 | € 2.557,30 |
Per maand vanaf 1 januari 2026
Salarisschalen per maand per 1 januari 2026
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.534,96 | € 2.703,35 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.579,32 | € 2.834,42 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.633,06 | € 2.992,12 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.714,65 | € 3.231,73 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.853,52 | € 3.522,87 |
Jeugdschalen per maand per 1 januari 2026
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.647,72 | € 1.901,22 | € 2.154,71 | € 2.408,21 | € 2.534,96 |
| Functiegroep III | € 1.676,56 | € 1.934,49 | € 2.192,42 | € 2.450,36 | € 2.579,32 |
| Functiegroep IV | € 1.711,49 | € 1.974,80 | € 2.238,10 | € 2.501,41 | € 2.633,06 |
| Functiegroep V | € 1.764,52 | € 2.035,99 | € 2.307,46 | € 2.578,92 | € 2.714,65 |
| Functiegroep VI | € 1.854,79 | € 2.140,14 | € 2.425,50 | € 2.710,85 | € 2.853,52 |
Per 4 weken vanaf 1 januari 2026
Salarisschalen per 4 weken per 1 januari 2026
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.339,96 | € 2.495,40 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.380,91 | € 2.616,39 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.430,52 | € 2.761,95 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.505,83 | € 2.983,14 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.634,02 | € 3.251,88 |
Jeugdschalen per 4 weken per 1 januari 2026
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.520,97 | € 1.754,97 | € 1.988,97 | € 2.222,96 | € 2.339,96 |
| Functiegroep III | € 1.547,59 | € 1.785,68 | € 2.023,78 | € 2.261,87 | € 2.380,91 |
| Functiegroep IV | € 1.579,84 | € 1.822,89 | € 2.065,94 | € 2.308,99 | € 2.430,52 |
| Functiegroep V | € 1.628,79 | € 1.879,38 | € 2.129,96 | € 2.380,54 | € 2.505,83 |
| Functiegroep VI | € 1.712,11 | € 1.975,52 | € 2.238,92 | € 2.502,32 | € 2.634,02 |
Per maand vanaf 1 juli 2026
Salarisschalen per maand per 1 juli 2026
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.560,31 | € 2.730,38 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.605,12 | € 2.862,76 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.659,39 | € 3.022,04 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.741,80 | € 3.264,05 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.882,06 | € 3.558,10 |
Jeugdschalen per maand per 1 juli 2026
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.664,20 | € 1.920,23 | € 2.176,26 | € 2.432,29 | € 2.560,31 |
| Functiegroep III | € 1.693,32 | € 1.953,84 | € 2.214,35 | € 2.474,86 | € 2.605,12 |
| Functiegroep IV | € 1.728,60 | € 1.994,54 | € 2.260,48 | € 2.526,42 | € 2.659,39 |
| Functiegroep V | € 1.782,17 | € 2.056,35 | € 2.330,53 | € 2.604,71 | € 2.741,80 |
| Functiegroep VI | € 1.873,34 | € 2.161,54 | € 2.449,75 | € 2.737,96 | € 2.882,06 |
Per 4 weken vanaf 1 juli 2026
Salarisschalen per 4 weken per 1 juli 2026
| Functiegroep | ORBA-punten | Aanvang | Eind |
| Functiegroep II | 0-50 | € 2.363,36 | € 2.520,35 |
| Functiegroep III | 50-70 | € 2.404,72 | € 2.642,55 |
| Functiegroep IV | 70-90 | € 2.454,82 | € 2.789,57 |
| Functiegroep V | 90-110 | € 2.530,89 | € 3.012,97 |
| Functiegroep VI | 110-130 | € 2.660,36 | € 3.284,40 |
Jeugdschalen per 4 weken per 1 juli 2026
| Functiegroep | 16 jaar (65%) | 17 jaar (75%) | 18 jaar (85%) | 19 jaar (95%) | 20 jaar (100%) |
| Functiegroep II | € 1.536,18 | € 1.772,52 | € 2.008,86 | € 2.245,19 | € 2.363,36 |
| Functiegroep III | € 1.563,07 | € 1.803,54 | € 2.044,01 | € 2.284,49 | € 2.404,72 |
| Functiegroep IV | € 1.595,64 | € 1.841,12 | € 2.086,60 | € 2.332,08 | € 2.454,82 |
| Functiegroep V | € 1.645,08 | € 1.898,17 | € 2.151,26 | € 2.404,35 | € 2.530,89 |
| Functiegroep VI | € 1.729,24 | € 1.995,27 | € 2.261,31 | € 2.527,34 | € 2.660,36 |
Bron: CAO-tekst CAO groothandel in bloemen en planten, looptijd 1 oktober 2024 t/m 30 september 2026 (artikel 26 en de salarisschalen in de CAO-tekst).
Naar de pagina van de CAO groothandel in bloemen en planten
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
samenvatting