Samenvatting CAO bos en natuur 2026 - 2028 - Natuurmonumenten
De CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Natuurmonumenten, geldt voor de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De salarissen gaan omhoog met 3,2% per 1 september 2026 en met 3,8% per 1 juli 2027. Een voltijdweek is 37 uur, met 199,8 vakantie-uren per jaar en een vakantietoeslag van 8,25%. Op deze pagina staan onder meer de ziekteregeling, overwerk, reiskosten, bijzonder verlof, het pensioen, de werkingssfeer en de salaristabellen per schaal.
Laatst gecontroleerd op 12 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Natuurmonumenten, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (Algemeen deel art. 1, 2 en 4 en ondernemingsdeel art. 1, 3, 4, 8, 11 en 13).
Stamgegevens
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028. De CAO eindigt op grond van de wet zonder dat opzegging nodig is (Algemeen deel art. 1.4). |
| CAO-partijen | Nederlandse Vereniging van Boseigenaren, Algemene Vereniging Inlands Hout en Vereniging Landschapsbeheerorganisaties, met FNV en CNV. Het secretariaat wordt gevoerd door de VBNE (Algemeen deel art. 1.2). |
| Loonsverhoging | 3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Een eenmalige uitkering staat niet in de CAO. |
| Vakantiedagen | 199,8 uur per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur wettelijk en 51,8 uur bovenwettelijk. Wie 40 uur per week werkt (VAD), krijgt 156 uur extra (art. 8.1 en 7.3). |
| Vakantietoeslag | 8,25% van het bruto jaarsalaris, over de periode 1 juni t/m 31 mei en uitbetaald met het salaris over mei (art. 1.10.2). |
| Overwerkvergoeding | Compensatie in vrije tijd, uur voor uur. Op ongebruikelijke uren komt daar een toeslag in tijd van 25% of 50% bovenop (art. 4.2 en 4.3). |
| Reiskostenvergoeding | € 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer, tot maximaal 40 kilometer enkele reis (art. 1.11). |
| Bijzonder verlof | Onder meer 2 dagen bij het eigen huwelijk, 2 dagen bij verhuizing (maximaal eens per vijf jaar) en bij overlijden van partner of kind tot en met de dag van de uitvaart (art. 11.1). |
| Thuiswerkvergoeding | € 2,45 netto per thuisgewerkte dag (art. 1.12). |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% in de eerste 52 weken, 70% in de tweede 52 weken, plus 15% extra bij naar behoren uitvoeren van het re-integratieplan (art. 13.12). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering in de CAO. |
| Pensioenfonds | Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL), met een aanvullende excedentregeling boven het maximum premieloon (art. 1.13.1). |
| Opzegtermijn | Werknemer: 1 maand. Natuurmonumenten: in alle gevallen 2 maanden (art. 1.5.2). |
| Werkingssfeer | De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Algemeen deel art. 1.3.2.3). |
Salarisverhogingen
- 3,2% per 1 september 2026 en 3,8% per 1 juli 2027 (Algemeen deel art. 2.1.1). Bij een algemene loonronde worden eerst de bedragen in de salaristabel aangepast en daarna de periodieken toegekend (art. 3.1 en 3.7.1).
- Periodieke verhoging: elk jaar per 1 januari, mits je een voldoende beoordeling hebt. Een onvoldoende beoordeling betekent geen periodiek; bij een voldoende of goede beoordeling krijg je één periodiek (art. 3.7.1).
- Bij een uitstekende beoordeling krijg je twee periodieken, maar alleen als de directie vooraf toestemming geeft (art. 3.6.1 en 3.7.1).
- Beoordelen kan pas als je minimaal een half jaar in de functie werkt. Wie op de beoordelingsdatum korter werkt, kan met ingang van 1 juli alsnog een periodiek krijgen op basis van een voldoende tussentijdse beoordeling (art. 3.6 en 3.7.2).
- Aanvangssalaris: periodiek 0 van de schaal. Bij een externe sollicitatie kan het salaris op een hogere periodiek worden vastgesteld als je relevante ervaring bij een andere werkgever hebt (art. 3.1 en 3.4).
- Bevordering: alle bevorderingen gaan in principe in per 1 januari, na een voldoende beoordeling. In de oude schaal krijg je één bevorderingsperiodiek; daarna volgt indeling op het naastgelegen hogere bedrag in de nieuwe schaal (art. 3.8 en 3.9).
- Plaatsing op een lager functieniveau: je gaat naar het naastgelegen hogere salaris in de lagere schaal. Zit je daarboven, dan wordt het oude salaris in drie jaar afgebouwd tot het maximum van de lagere schaal (art. 3.10).
- Waarnemingstoeslag: 5% van het salaris in je eigen functie, bij minimaal twee maanden aaneengesloten waarneming van een hogere functie voor meer dan 50% van de werktijd (art. 3.11.1).
- Arbeidsmarkttoeslag: de directie kan die toekennen voor maximaal drie jaar. Functioneringstoeslag: in uitzonderlijke gevallen een tijdelijke toeslag voor wie het maximum van de schaal heeft bereikt (art. 3.11.2 en 3.11.3).
- Geen WGA-premie voor de werknemer: van 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 houdt de werkgever geen gedifferentieerde WGA-premie in op het loon (Algemeen deel art. 2.1.1).
- Senioren: wie gebruikmaakt van de seniorenregeling krijgt 90% van het loon (art. 12.1).
Vakantiedagen
- 199,8 vakantie-uren per jaar bij een 37-urige werkweek: 148 uur (20 dagen × 7,4 uur) wettelijk en 51,8 uur (7 dagen × 7,4 uur) bovenwettelijk. Het vakantiejaar is het kalenderjaar (art. 8.1).
- Verlengde arbeidsduur (VAD): je kunt 40 in plaats van 37 uur per week werken. Je krijgt dan 156 VAD-uren aan het begin van het jaar bijgeschreven; salaris en overige voorwaarden blijven gebaseerd op 37 uur (art. 7).
- VAD-uren die je spaart, mogen samen niet meer zijn dan 13 × de wekelijkse arbeidsduur. Niet-opgenomen VAD-uren die je niet spaart, vervallen aan het einde van het jaar. VAD-uren komen niet in aanmerking voor verkoop (art. 7.1).
- Verval: wettelijke verlofuren vervallen een half jaar na het kalenderjaar van opbouw, bovenwettelijke verjaren na vijf jaar (art. 8.2).
- De directie kan in overleg met de OR maximaal vijf verplichte vrije dagen per jaar aanwijzen, uiterlijk 1 december voorafgaand aan het jaar. Daarnaast kunnen maximaal 10 ATV-, ADV- of VAD-dagen in het rooster worden vastgelegd (art. 8.2 en 7.1).
- Verlof verkopen: maximaal 51,8 uur per jaar, en alleen uren die uit een vorig jaar zijn meegenomen. VAD-uren, overgangsuren van vóór 2006 en compensatie-uren voor overwerk komen niet in aanmerking (art. 9).
- Verlof aankopen: maximaal 51,8 uur per jaar, alleen als je geen saldo uit vorige jaren hebt en je saldo van het lopende jaar al is opgenomen of ingepland (art. 10).
- Tijdens ziekte en zwangerschaps- en bevallingsverlof bouw je wettelijke en bovenwettelijke verlofrechten volledig op (art. 8.3 en 8.5). Word je tijdens de vakantie ziek, dan tellen de ziektedagen niet als verlofdagen, mits je je voorschriftmatig ziek meldt, een artsverklaring hebt en loon doorbetaald krijgt (art. 8.4).
- Bij einde dienstverband worden niet-genoten verlofrechten uitbetaald als opnemen redelijkerwijs niet kan; teveel opgenomen uren worden verrekend met het salaris (art. 8.6).
- Feestdagen: nieuwjaarsdag, Koningsdag, 5 mei, eerste en tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag (art. 1.7.3).
Overwerkvergoeding
- Overwerk wordt gecompenseerd in vrije tijd, uur voor uur (art. 4.2).
- Overwerk is arbeid in opdracht van Natuurmonumenten bovenop de normale arbeidsduur per week of per roosterperiode. Uren in het kader van de verlengde arbeidsduur, woon-werkverkeer en reistijd bij opleidingen tellen niet als overwerk (art. 4).
- Je hebt alleen recht op compensatie als de leidinggevende het overwerk uitdrukkelijk heeft opgedragen of vooraf toestemming heeft gegeven. Werk dat je op eigen initiatief doet om rampen als overstroming of (bos)brand te voorkomen of te bestrijden, komt na overleg met de leidinggevende ook in aanmerking (art. 4.2).
- Toeslag in tijd op ongebruikelijke uren: bij overwerk op die uren krijg je extra vrije tijd per gewerkt uur, zie de tabel hieronder. Dit geldt niet bij verschoven uren (art. 4.3).
- Compensatie-uren moeten zo snel mogelijk, maar uiterlijk zes maanden na het maken, worden opgenomen; daarna vervallen ze. Ze komen niet in aanmerking voor verkoop (art. 4.4).
- Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk. Overwerk op feestdagen wordt niet opgedragen, tenzij de aard van het werk dat meebrengt (art. 4.1).
- Inconveniëntentoeslag roosterdienst: wie in een roosterdienst werkt, krijgt een toeslag op het bruto uurloon over de gewerkte uren, zie de tabel hieronder. De regeling geldt niet voor werken op verschoven uren of andere dagen (art. 5).
- Bij arbeidsongeschiktheid wordt de inconveniëntentoeslag maximaal één maand volgens het ingestelde rooster doorbetaald (art. 5.5).
- Bereikbaarheidsdienst: een vaste bruto vergoeding per dienst, zie de tabel hieronder. Gewerkte uren tijdens een oproep worden één op één in tijd vergoed (art. 6.4).
Toeslagen naar tijdvak
| Tijdvak | Overwerk: toeslag in tijd (art. 4.3) | Roosterdienst: toeslag op uurloon (art. 5.3) |
|---|---|---|
| Werkdagen 19.00 - 07.00 uur | 25% extra tijd | 25% |
| Zaterdag 00.00 - 19.00 uur | 25% extra tijd | 25% |
| Zaterdag 19.00 - 24.00 uur | 50% extra tijd | 50% |
| Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur | 50% extra tijd | 50% |
Bereikbaarheidsvergoeding
| Bereikbaarheidsvergoeding per dienst (bruto) | Per 1 september 2026 | Per 1 juli 2027 |
|---|---|---|
| Werkdagen 19.00 - 07.00 uur | € 13,95 | € 14,48 |
| Zaterdag 00.00 - 24.00 uur | € 20,93 | € 21,73 |
| Zon- en feestdagen 00.00 - 24.00 uur | € 27,91 | € 28,97 |
Reiskostenvergoeding
- € 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer, met een maximum van 40 kilometer enkele reis (art. 1.11).
- De gehele regeling voor woon-werkverkeer staat in de bedrijfsregeling van Natuurmonumenten; de CAO noemt alleen het tarief en de maximale afstand (art. 1.11).
- Een staffel naar reisdagen kent de CAO niet.
- Wie een maand of langer aaneengesloten niet werkt, bijvoorbeeld door ziekte, kan in die periode geen aanspraak maken op vaste onkostenvergoedingen (art. 1.1.2).
- Werknemers die worden opgeroepen tijdens een bereikbaarheidsdienst, declareren de kilometers naar de locatie en terug naar huis als dienstkilometers (art. 6.6).
- Seniorenregeling: de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt gebaseerd op het eventuele nieuwe reispatroon (art. 12.3).
- De CAO bevat geen tarief voor dienstreizen met eigen auto.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof met behoud van salaris wordt alleen gegeven als de gebeurtenis door de werknemer wordt bijgewoond en op een werkdag plaatsvindt (art. 11.1.2).
| Gebeurtenis | Verlof |
|---|---|
| Ondertrouw van de werknemer | 1 dag |
| Huwelijk van de werknemer | 2 dagen |
| Overlijden van de partner | Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart |
| Overlijden van een kind | Van de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart |
| Overlijden van (schoon-, groot-)ouders, broers, zwagers en (schoon-)zussen | 1 dag; bij het regelen van de uitvaart t/m de dag van de uitvaart |
| Huwelijk van een kind | 1 dag |
| Huwelijk van een broer, zwager of (schoon-)zus | 1 dag |
| 25-, 40- en 50-jarig huwelijk van de werknemer | 1 dag |
| 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van (schoon-)ouders | 1 dag |
| 25-, 40- en 50-jarig ambtsjubileum van de werknemer | 1 dag |
| Bevalling van de partner | Eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken na de geboorte |
| Noodzakelijk bezoek aan tandarts, specialist e.d. | De benodigde tijd, als dit niet buiten werktijd kan |
| Verhuizing van de werknemer | 2 dagen; maximaal eens per vijf jaar |
| Sollicitatie nadat de werkgever het dienstverband heeft opgezegd | De benodigde tijd |
- Onder huwelijk valt een kerkelijk of burgerlijk huwelijk of een geregistreerd partnerschap (art. 11.1).
- Zwangerschaps- en bevallingsverlof: 16 weken, waarbij Natuurmonumenten de UWV-uitkering zo nodig aanvult tot het laatstgenoten nominale salaris, exclusief vergoedingen. Na de bevalling heb je altijd minstens tien weken verlof (art. 11.2).
- Geboorteverlof voor partners: eenmaal de arbeidsduur per week, op te nemen binnen vier weken na de geboorte. Daarnaast kun je tot 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen met een UWV-uitkering van 70% van het dagloon, binnen 6 maanden na de geboorte (art. 11.3).
- Adoptieverlof: maximaal zes weken per ouder, met aanvulling van de uitkering zo nodig tot het laatstgenoten nominale salaris (art. 11.4).
- Calamiteitenverlof: bij onvoorziene noodsituaties, voor een paar uur tot hooguit enkele dagen. De uren gaan van je verlofsaldo af (art. 11.5).
- Kortdurend zorgverlof: maximaal tien dagen per jaar (tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week). Over maximaal vijf dagen krijg je 100% van het loon en over nog eens maximaal vijf dagen 70%, maar ten minste het wettelijk minimumloon (art. 11.6 en 11.12).
- Rouwverlof: bij overlijden van je levenspartner, kind of (schoon)ouders maximaal tweemaal de gemiddelde arbeidsduur per week met behoud van salaris, aanvullend op het bijzonder verlof en te verspreiden over één jaar (art. 11.7).
- Medische verzorging: Natuurmonumenten geeft vrij met behoud van tijdloon voor de tijd die nodig is, voor zover dat niet buiten werktijd kan (art. 11.1.1).
- Onbetaald verlof voor het bijwonen van vergaderingen van de vakbonden die partij zijn bij de CAO: maximaal drie dagen per kalenderjaar (art. 11.10). Daarnaast heb je recht op vijf dagen onbetaald verlof per kalenderjaar voor statutaire vergaderingen van de vakbonden, of zoveel meer als redelijk is (art. 11.11).
- Overlijden van de werknemer: Natuurmonumenten betaalt het loon door aan de erven over de maand van overlijden plus twee volle kalendermaanden, verminderd met een eventuele overlijdensuitkering uit Ziektewet, WAO of WIA (art. 1.13.6).
- Onwerkbaar weer: de eerste 2 dagen per winterseizoen (1 november t/m 31 maart) bij vorst, ijzel of sneeuwval, de eerste 19 dagen per kalenderjaar bij overvloedige regenval en de eerste 2 dagen per kalenderjaar bij storm, hitte, onweer of wateroverlast komen voor rekening van de werkgever. Voor de dagen daarboven kan een WW-uitkering worden aangevraagd (art. 1.13.8).
Doorbetaling bij ziekte
- 52 weken 100%, daarna 52 weken 70% (plus 15% bij naar behoren uitvoeren van het re-integratieplan) van het salaris (art. 13.12.1).
- Voor het deel waarvoor je arbeidsgeschikt bent, wordt het salaris 100% doorbetaald. Is er na 104 weken nog een loondoorbetalingsverplichting, dan is dat 70% van het salaris (art. 13.12.1).
- Het Sociaal Medisch Team (arboarts, leidinggevende en HR Business Partner) beoordeelt rond week 50/51 of je in het tweede ziektejaar de 15% aanvulling krijgt. Bij blijvend verschil van mening beslist de Manager HR bindend (art. 13.12.2).
- Perioden van arbeidsongeschiktheid die korter dan 4 weken worden onderbroken, tellen als één doorlopende periode (art. 13.12.3).
- Werk je formeel nog bij Natuurmonumenten maar extern (bijvoorbeeld in een spoor 2 traject) tegen een lager salaris, dan vult Natuurmonumenten dat aan tot 100% van het laatst verdiende brutosalaris, maximaal 52 weken vanaf de eerste ziektedag (art. 13.12.5).
- Natuurmonumenten hoeft niet door te betalen zolang je de genezing belemmert of vertraagt, passende arbeid zonder deugdelijke grond weigert, of je niet aan de wettelijke voorschriften houdt (art. 13.12.4).
- Het doorbetaalde loon wordt verminderd met uitkeringen uit wettelijk voorgeschreven verzekeringen of fondsen en met inkomsten uit werk dat je tijdens ziekte had kunnen verrichten (art. 13.12.6).
- Ziekmelden: uiterlijk de eerstvolgende werkdag vóór 09.00 uur (art. 13.2).
- Of je arbeidsongeschikt bent, wordt uitsluitend beantwoord door de bedrijfsarts van de ingeschakelde arbodienst. Je moet controle mogelijk maken en op het spreekuur verschijnen (art. 13.1, 13.3 en 13.5).
- WIA-hiaat en -excedent: Natuurmonumenten heeft een collectieve verzekering afgesloten die de inkomensachteruitgang dekt tot 70% van het laatstverdiende salaris, over het deel waarvoor je arbeidsongeschikt bent verklaard. De premie is voor rekening van Natuurmonumenten. Je kunt je op eigen kosten bijverzekeren tot 80% (art. 1.13.2).
- Aanvulling WW/WGA via Stichting PAWW: de premie wordt via het salaris betaald door de werknemer (art. 1.13.10).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- De CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
- Wel geldt een vakantietoeslag van 8,25% van het bruto jaarsalaris, uitbetaald met het salaris over mei (art. 1.10.2).
Thuiswerkvergoeding
- € 2,45 netto per thuisgewerkte dag (art. 1.12).
- De gehele thuiswerkregeling staat in de bedrijfsregeling van Natuurmonumenten; de CAO noemt alleen de hoogte van de vergoeding (art. 1.12).
Pensioenfonds
- Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw (BPL): voor werknemers van 18 jaar en ouder is de pensioenverzekering van BPL van toepassing. Deelname is verplicht (art. 1.13.1 en Algemeen deel art. 4).
- Werknemers van 18 jaar en ouder met een loon boven het maximum premieloon (Wet financiering sociale verzekeringen) nemen deel aan een aanvullende pensioenverzekering via BPL. De inhoud staat in de excedentovereenkomst tussen Natuurmonumenten en BPL (art. 1.13.1).
- Natuurmonumenten mag de bijdrage van de werknemer maandelijks inhouden op het salaris. De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling; die staan in de statuten en reglementen van BPL (art. 1.13.1).
- Seniorenregeling: de pensioenpremie wordt berekend over 90% van het salaris dat je vóór de seniorenregeling verdiende, en de pensioenrechten worden op dit niveau gewaarborgd (art. 12.1).
- Overig: een collectieve zorgverzekering (de CAO wijst erop dat die kan wijzigen of vervallen) en een ongevallenverzekering met premie voor rekening van Natuurmonumenten (art. 1.13.3 en 1.13.4).
Opzegtermijn
Opzegging
- De opzegging gebeurt schriftelijk, rekening houdend met de opzegtermijn, tegen het einde van de kalendermaand (art. 1.5.1). In- en uitdiensttreding vindt plaats per de eerste of de 15e dag van de maand (art. 1.4.2).
- Werknemer: de wettelijke opzegtermijn van één maand. In de arbeidsovereenkomst mag een langere termijn worden afgesproken, nooit een kortere. De opzegtermijn van Natuurmonumenten is dan tweemaal die van de werknemer (art. 1.5.2).
- Natuurmonumenten: in afwijking van de wet in alle gevallen twee maanden (art. 1.5.2).
- Wil Natuurmonumenten het dienstverband laten eindigen, dan is een ontslagvergunning van het UWV of goedkeuring van de kantonrechter nodig (art. 1.5.3).
- Het dienstverband eindigt van rechtswege bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of bij overlijden (art. 1.5.5).
| Wie zegt op | Opzegtermijn |
|---|---|
| Werknemer | 1 maand (langer alleen als dat in de arbeidsovereenkomst staat) |
| Natuurmonumenten | 2 maanden, in alle gevallen |
Proeftijd en bepaalde tijd
- Proeftijd: alleen schriftelijk overeen te komen. De CAO noemt geen duur; de wettelijke regels gelden (art. 1.4.6).
- Ketenregeling: de wet (art. 7:668a BW) is van toepassing. Voor seizoensarbeid mag de tussenpoos tussen twee contracten van zes naar drie maanden. Dit geldt voor de functies schipper, herder en vogelwachter, die een terugkeergarantie en recht op een periodiek hebben (art. 1.4.13).
- De periode als uitzendkracht bij Natuurmonumenten telt niet mee in de keten van tijdelijke contracten (art. 1.4.14).
- Wie onder de Participatiewet valt, kan in vier jaar maximaal zes contracten voor bepaalde tijd krijgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat (art. 1.4.15).
- Een BBL-er krijgt direct een contract voor onbepaalde tijd aangeboden onder voorwaarden (dezelfde functie als laatst uitgevoerd, opleiding afgerond bij één werkgever, minimaal voldoende beoordeling) (art. 1.4.12).
Werkingssfeer
Het ondernemingsdeel Natuurmonumenten geldt voor de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland (Algemeen deel art. 1.3.2.3). Het Algemeen deel geldt voor alle werkgevers onder de Raam-CAO bos en natuur.
Valt eronder
- De Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, gevestigd te Amersfoort (art. 1.1.1).
- De werknemers van Natuurmonumenten, inclusief vakantiewerkers en werknemers met een (gesubsidieerde) arbeidsplaats. Voor hen kunnen afwijkende afspraken gelden (Algemeen deel art. 1.2).
Valt er niet onder
- De Provinciale Landschappen en de Landschapsbeheerorganisaties, inclusief LandschappenNL: daarvoor geldt het ondernemingsdeel De Landschappen (Algemeen deel art. 1.3.2.2).
- Overige bos- en natuurwerkgevers: voor hen geldt het ondernemingsdeel Bosbouw (Algemeen deel art. 1.3.2.1).
- Staatsbosbeheer en andere werkgevers, zolang daar naast deze CAO nog een andere CAO of arbeidsvoorwaardenregeling geldt die is afgesloten met de via hun vakcentrale in de SER vertegenwoordigde vakorganisaties (Algemeen deel art. 1.3.3).
- Stagiairs en vrijwilligers: zij zijn geen werknemer in de zin van de CAO (Algemeen deel art. 1.2).
Meerdere activiteiten of twijfel
- Bij onduidelijkheid over de toepassing of uitleg van de CAO leggen werkgever en werknemer het schriftelijk voor aan het CAO-overleg, dat een bindend advies of een minnelijke schikking kan geven. Daarna kan een Geschillencommissie worden ingesteld (Algemeen deel art. 1.6).
Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Natuurmonumenten, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (Algemeen deel art. 1 t/m 4 en 7; ondernemingsdeel art. 1 t/m 13).
Salaristabel CAO bos en natuur 2026 - 2028, ondernemingsdeel Natuurmonumenten
De salaristabel van Natuurmonumenten kent 12 salarisschalen, aangeduid met 1 t/m 12. Elke schaal bestaat uit een aantal periodieken; het aanvangssalaris is periodiek 0 en het aantal periodieken loopt per schaal uiteen. Alle bedragen zijn bruto maandsalarissen bij een arbeidsduur van 37 uur per week; bij een kortere werkweek geldt het naar-rato-beginsel (art. 3.1). De CAO geeft alleen maandbedragen, dus er zijn geen bedragen per 4 weken of per uur opgenomen. De loonschaal voor BBL'ers en voor de Participatiewet is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wijzigt als dit wijzigt; zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 september 2026
Bruto maandsalaris per 1 september 2026 (+ 3,2%)
| Periodiek | Schaal 1 | Schaal 2 | Schaal 3 | Schaal 4 | Schaal 5 | Schaal 6 | Schaal 7 | Schaal 8 | Schaal 9 | Schaal 10 | Schaal 11 | Schaal 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.723,28 | 2.853,73 | 2.988,99 | 3.133,95 | 3.314,31 | 3.638,19 | 3.944,76 | 4.257,35 | 4.640,41 | 5.241,59 | 5.974,75 | 6.811,40 |
| 1 | 2.779,91 | 2.921,82 | 3.069,75 | 3.231,01 | 3.423,25 | 3.765,31 | 4.094,99 | 4.452,15 | 4.861,61 | 5.498,21 | 6.267,30 | 7.144,96 |
| 2 | 2.836,48 | 2.989,92 | 3.150,51 | 3.328,11 | 3.532,18 | 3.892,44 | 4.245,25 | 4.646,95 | 5.082,78 | 5.754,80 | 6.559,84 | 7.478,47 |
| 3 | 2.893,06 | 3.058,00 | 3.231,23 | 3.425,17 | 3.641,02 | 4.019,52 | 4.395,45 | 4.841,80 | 5.303,97 | 6.011,41 | 6.852,39 | 7.811,98 |
| 4 | 2.949,67 | 3.126,11 | 3.312,00 | 3.522,28 | 3.749,96 | 4.146,64 | 4.545,72 | 5.036,60 | 5.525,15 | 6.267,99 | 7.144,96 | 8.145,51 |
| 5 | 3.006,27 | 3.194,23 | 3.392,77 | 3.619,44 | 3.858,86 | 4.273,75 | 4.695,96 | 5.231,41 | 5.746,38 | 6.524,62 | 7.437,49 | 8.479,02 |
| 6 | 3.062,86 | 3.262,32 | 3.473,50 | 3.716,48 | 3.967,76 | 4.400,84 | 4.846,23 | 5.426,21 | 5.967,60 | 6.781,16 | 7.730,09 | 8.812,53 |
| 7 | 3.119,47 | 3.330,44 | 3.554,26 | 3.813,57 | 4.076,66 | 4.527,97 | 4.996,45 | 5.621,06 | 6.188,76 | 7.037,76 | 8.022,60 | 9.146,05 |
| 8 | 4.185,55 | 4.655,07 | 5.146,73 | 5.815,86 | 6.409,98 | 7.294,38 | 8.315,16 | 9.479,55 | ||||
| 9 | 4.782,12 | 5.296,94 | 6.010,65 | 6.631,15 | 7.550,95 | 8.607,73 | 9.813,06 | |||||
| 10 | 5.447,18 | 6.205,48 | 6.852,39 | 7.807,54 | 8.900,27 | 10.146,58 | ||||||
| 11 | 7.073,60 | 8.064,15 | 9.192,85 | 10.480,11 |
De kolommen zijn de salarisschalen 1 t/m 12; de rijen zijn de periodieken.
Per maand vanaf 1 juli 2027
Bruto maandsalaris per 1 juli 2027 (+ 3,8%)
| Periodiek | Schaal 1 | Schaal 2 | Schaal 3 | Schaal 4 | Schaal 5 | Schaal 6 | Schaal 7 | Schaal 8 | Schaal 9 | Schaal 10 | Schaal 11 | Schaal 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.826,76 | 2.962,17 | 3.102,57 | 3.253,04 | 3.440,25 | 3.776,45 | 4.094,67 | 4.419,13 | 4.816,74 | 5.440,77 | 6.201,79 | 7.070,24 |
| 1 | 2.885,54 | 3.032,85 | 3.186,40 | 3.353,79 | 3.553,33 | 3.908,39 | 4.250,60 | 4.621,33 | 5.046,35 | 5.707,15 | 6.505,46 | 7.416,47 |
| 2 | 2.944,27 | 3.103,54 | 3.270,23 | 3.454,58 | 3.666,41 | 4.040,35 | 4.406,57 | 4.823,53 | 5.275,93 | 5.973,48 | 6.809,11 | 7.762,65 |
| 3 | 3.003,00 | 3.174,21 | 3.354,01 | 3.555,33 | 3.779,38 | 4.172,26 | 4.562,48 | 5.025,79 | 5.505,52 | 6.239,84 | 7.112,78 | 8.108,84 |
| 4 | 3.061,76 | 3.244,90 | 3.437,86 | 3.656,13 | 3.892,46 | 4.304,21 | 4.718,45 | 5.227,99 | 5.735,11 | 6.506,18 | 7.416,47 | 8.455,04 |
| 5 | 3.120,51 | 3.315,61 | 3.521,69 | 3.756,98 | 4.005,50 | 4.436,15 | 4.874,41 | 5.430,20 | 5.964,74 | 6.772,56 | 7.720,12 | 8.801,22 |
| 6 | 3.179,25 | 3.386,29 | 3.605,49 | 3.857,71 | 4.118,53 | 4.568,08 | 5.030,38 | 5.632,41 | 6.194,37 | 7.038,85 | 8.023,83 | 9.147,41 |
| 7 | 3.238,01 | 3.456,99 | 3.689,33 | 3.958,48 | 4.231,58 | 4.700,04 | 5.186,32 | 5.834,66 | 6.423,94 | 7.305,19 | 8.327,45 | 9.493,60 |
| 8 | 4.344,60 | 4.831,96 | 5.342,30 | 6.036,87 | 6.653,56 | 7.571,57 | 8.631,14 | 9.839,78 | ||||
| 9 | 4.963,84 | 5.498,22 | 6.239,05 | 6.883,13 | 7.837,89 | 8.934,83 | 10.185,96 | |||||
| 10 | 5.654,17 | 6.441,29 | 7.112,78 | 8.104,23 | 9.238,48 | 10.532,15 | ||||||
| 11 | 7.342,40 | 8.370,58 | 9.542,17 | 10.878,36 |
Aanloopschaal
Heb je bij aanstelling nog niet de kennis en vaardigheden voor de volledige functievervulling, dan word je ingedeeld in de aanloopschaal. Die is één salarisschaal lager dan de functieschaal. Voor schaal 1 geldt dat altijd de functieschaal wordt toegepast (art. 3.3).
De indeling duurt minimaal een half jaar. Beheers je de functie op alle onderdelen goed, dan word je overgezet naar de functieschaal volgens de regels voor een bevordering. Kun je na twee jaar nog niet worden overgezet, dan worden afspraken gemaakt over een vervolgtraject met mogelijke rechtspositionele gevolgen, zoals overplaatsing of ontslag (art. 3.3). Gebruik voor de bedragen de tabel van de schaal die één lager is.
Leerlingen BBL
De loonschaal voor BBL-studenten is het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20% (art. 3.1). Het wettelijk minimumloon en minimumjeugdloon vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Met een BBL-student worden een leerovereenkomst én een arbeidsovereenkomst gesloten, aan elkaar gekoppeld in de tijd (art. 1.4.9 en 1.4.10).
Participatiewet
Medewerkers die via de Participatiewet aan het werk zijn, krijgen het wettelijk minimum(jeugd)loon plus 20% (art. 3.1 en Algemeen deel art. 7.1). Het actuele bedrag vindt u op de pagina huidig wettelijk minimumloon.
Een werknemer die onder de Participatiewet valt, kan in vier jaar tijd maximaal zes arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd krijgen voordat een contract voor onbepaalde tijd ontstaat (art. 1.4.15).
Bron: CAO-tekst CAO bos en natuur, ondernemingsdeel Natuurmonumenten, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (art. 3.1 en 3.3 en de salaristabellen).
Naar de pagina van de CAO bos en natuur
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
