Onderstaand vindt u alle informatie over de CAO voor drogisterijen, bijvoorbeeld de volledige tekst van de CAO, actuele berichten, salarisverhogingen tijdens de looptijd van de CAO, premie-overzichten en links naar relevante websites.
Volledige naam sector / CAO
CAO drogisterijbranche / CAO zelfstandige drogisterijen (KNDB)
01-07-2026: 2 procent salarisverhoging 01-01-2027: 1,5 procent salarisverhoging 01-07-2027: 1,25 procent salarisverhoging Klik hier voor een overzicht van eerdere salarisverhogingen in de CAO drogisterijbranche
Wilt u op de hoogte gehouden worden van wijzigingen in deze sector? Door op onderstaande button te klikken, kunt u zich aanmelden voor de nieuwsbrieven van www.salaris-informatie.nl
In de CAO voor de drogisterijbranche (artikel 6.1.2) is het onderstaande afgesproken over feestdagen:
Op zondagen en algemeen erkende feestdagen wordt niet gewerkt. De algemeen erkende feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en de beide Kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van Z.M. de Koning wordt gevierd, alsmede 5 mei in de lustrumjaren (elke vijf jaar).
Er kan op deze dagen wel gewerkt worden als bijzondere omstandigheden dat noodzakelijk maken en als de betreffende wettelijke bepalingen zich daartegen niet verzetten. Als vergoeding voor de op deze dagen verrichte arbeid wordt voor ieder gewerkt uur het uurloon betaald, vermeerderd met een toeslag van 100%.
In de week waarin één van de hierboven omschreven feestdagen valt krijgt de fulltime werknemer 7,4 doorbetaalde vrije uren. Voor de overige werknemers geldt het aantal doorbetaalde vrije uren naar evenredigheid (contracturen / 37 x 7,4 uur), los van het feit of de medewerker wel of niet zou hebben gewerkt als het geen feestdag betrof.
De werkgever kan hiervan afwijken na overleg met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging, of als die er niet zijn, met de gezamenlijke werknemers. In dat geval geldt de volgende regeling: “Een werknemer, die gedurende het hele vakantiejaar wekelijks een vaste vrije dag heeft, wordt geacht haar vrije dag genoten te hebben, als deze dag samenvalt met een feestdag als bedoeld onder 1, maar zij krijgt de derde en iedere volgende feestdag die in één kalenderjaar samenvalt met die vaste vrije dag, gecompenseerd in de vorm van een vervangende vrije dag.” Dit besluit moet schriftelijk vastgelegd worden.
Een werknemer kan niet verplicht worden tot het werken op zondagen en erkende christelijke feestdagen.
De werknemer kan bij voorrang een vrije dag opnemen op een voor haar geldende religieuze feestdag, tenzij gewichtige bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten.
Deze informatie is gebaseerd op de CAO voor de drogisterijbranche 2015 - 2016. Het kan zijn dat er ondertussen een nieuwe CAO is overeengekomen. In dat geval dient de CAO tekst van de nieuwste CAO aangehouden te worden. Deze informatie is een verkorte weergave van de bepalingen uit de CAO. Voor de volledige afspraken dient de CAO geraadpleegd te worden.
In de CAO reisbranche 2026 - 2027 (looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027) heeft een werknemer recht op bijzonder verlof met doorbetaling van het loon: 2 dagen bij eigen huwelijk, 2 dagen bij overlijden van een ouder of uitwonend kind, en bij overlijden van de partner of een inwonend kind tot en met de dag van de begrafenis of crematie (art. 11). Bij de bevalling van de partner is het verlof één week (de wekelijkse arbeidsduur), inclusief het wettelijke kraamverlof.
Bijzonder verlof (buitengewoon verlof met doorbetaling van het loon) staat in artikel 11. Buiten de genoemde gebeurtenissen en de wet wordt bij verzuim geen loon doorbetaald (art. 11.1).
Situatie
Verlof
Eigen huwelijk
2 dagen (art. 11.1a)
Huwelijk van een kind, broer, zuster, zwager of schoonzuster, en (her)trouwen van een ouder of schoonouder
1 dag (art. 11.1b)
Bevalling van de echtgenote, geregistreerd partner, ongehuwd samenwonende partner of degene wiens kind de werknemer erkent
1 maal de arbeidsduur per week, inclusief het wettelijke kraamverlof (art. 11.1c)
25-, 40- of 50-jarig huwelijksjubileum van de werknemer, diens kinderen of (groot)ouders (minimaal 1 week tevoren melden)
1 dag (art. 11.1d)
25- of 40-jarig dienstjubileum
1 dag (art. 11.1e)
Overlijden van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend kind
Vanaf de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie (art. 11.1f)
Overlijden van een ouder of een uitwonend kind
2 dagen (art. 11.1g)
Overlijden van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, grootouder, schoonouder, schoonkind of kleinkind
1 dag (art. 11.1h)
Opname in of ontslag uit een ziekenhuis van de echtgeno(o)t(e) of een ongehuwd kind
1 dag (art. 11.1i)
Verhuizing
1 dag per verhuizing, maximaal 2 dagen per 2 jaar (art. 11.1j)
Vervulling van een wettelijke of door de overheid opgelegde verplichting zonder geldelijke vergoeding, die persoonlijk moet worden nagekomen
Een redelijke tijd, hoogstens 1 dag (art. 11.1k)
Het verlof wordt alleen toegekend op de dag zelf en als de gebeurtenis daadwerkelijk wordt bijgewoond (voor zover relevant). De werknemer meldt de gebeurtenis tijdig aan de werkgever voor zover dat mogelijk is (art. 11.1).
Onder "kind" vallen ook stief-, adoptie- en pleegkinderen en kinderen van meer dan twee ouders. Onder "echtgeno(o)t(e)" of "huwelijk" valt ook geregistreerd partnerschap (art. 11.2). Zonder echtgeno(o)t(e) kan op verzoek van de werknemer de partner met wie hij samenwoont gelijkgesteld worden, mits dit vooraf bij de werkgever is gemeld (art. 11.3).
Regenbooggezinnen: ouders in niet-traditionele gezinnen die een baby krijgen via een draagmoeder of adoptie hebben recht op vier weken geboorteverlof, naast het wettelijke verlof (art. 11.4).
Ouderschapsverlof (art. 11.5): volgens de Wet arbeid en zorg heeft elke ouder recht op 26 weken ouderschapsverlof, op te nemen binnen 8 jaar na de geboorte. Daarvan zijn 9 weken betaald in het eerste jaar na de bevalling of adoptie (UWV-uitkering van 70% van het maximumdagloon); de overige weken zijn onbetaald.
Geboorteverlof (art. 11.6): partners kunnen één werkweek flexibel geboorteverlof opnemen binnen vier weken na de geboorte of adoptie met behoud van 100% van het loon. Daarnaast kan aanvullend vijf weken geboorteverlof worden opgenomen, aan te vragen bij het UWV met behoud van 70% van het maximumdagloon.
Verlof voor vakbondswerk (art. 32): een kaderlid van een vakbond heeft recht op maximaal zes dagdelen betaald verlof voor vormings- en scholingsbijeenkomsten en statutair voorgeschreven bijeenkomsten, minimaal één maand tevoren schriftelijk aan te vragen.
Studieverlof (art. 13.3): 100% studieverlof met behoud van salaris, in overleg met de werkgever, voor functiegerichte opleidingen die onder werktijd plaatsvinden.
Zorgverlof is in deze CAO niet uitgebreid: CAO-partijen onderzoeken in een werkgroep een aanvullend artikel voor (mantel)zorgverlof (art. 39, protocollaire afspraken). Tot die tijd geldt de wettelijke regeling.
Deze pagina is met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
In de CAO voor de drogisterijbranche (artikel 6.2.1) is het onderstaande afgesproken over vakantie:
6.2.1 Recht op vakantie
De werknemer met een maximale aanstelling van gemiddeld 37 uur per week heeft recht op 25 werkdagen vakantie per jaar met behoud van loon; dit is gelijk aan 185 uur. De werknemer die minder dan de normale wekelijkse arbeidstijd werkzaam is en/of die gedurende het jaar in of uit dienst treedt, heeft recht op een vakantieopbouw naar rato.
6.2.2 Opnemen van vakantie
De werkgever stelt het vakantiejaar voor zijn onderneming vast en geeft nadere regels voor het opnemen van de vakantie. Dit kunnen vooral regels zijn ter voorkoming van het opsparen van vakantiedagen die in opeenvolgende vakantiejaren verkregen zijn, en regels die gericht zijn op het samenvallen van de aaneengesloten vakantie met eventueel verplichte sluitingsperioden. Bij de vakantieregeling zal zoveel mogelijk rekening worden gehouden met het verlangen van de werknemer. Het vakantiejaar loopt van 1 juli t/m 30 juni tenzij hierover in de onderneming afwijkende afspraken zijn gemaakt.
6.2.3 Aaneengesloten vakantie
De werknemer heeft in een vakantiejaar recht op een aaneengesloten vakantie van tenminste drie weken, mits haar vakantierecht daartoe toereikend is, behalve als dit op grond van zwaarwichtige bedrijfsbelangen redelijkerwijs niet uitvoerbaar is. In dat laatste geval heeft de werknemer in het daaropvolgende vakantiejaar een onvoorwaardelijk recht op drie weken aaneengesloten vakantie.
De aaneengesloten vakantie zal zoveel mogelijk in de maanden mei tot en met september worden genoten.
6.2.4 Vakantie en arbeidsongeschiktheid
Een dag waarop de werknemer arbeidsongeschikt is door bijvoorbeeld ziekte, geldt niet als vakantiedag.
Ten aanzien van opbouw en opname van vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid geldt artikel 7:635 van het Burgerlijk Wetboek.
Vervanging van vakantiedagen door uitbetaling van een geldbedrag is slechts geoorloofd bij of in verband met het einde van de dienstbetrekking. Aan het einde van de dienstbetrekking is uitbetaling verplicht, als de werknemer dit wenst.
Deze informatie is gebaseerd op de CAO voor de drogisterijbranche 2015 - 2016. Het kan zijn dat er ondertussen een nieuwe CAO is overeengekomen. In dat geval dient de CAO tekst van de nieuwste CAO aangehouden te worden. Deze informatie is een verkorte weergave van de bepalingen uit de CAO. Voor de volledige afspraken dient de CAO geraadpleegd te worden.
In de CAO voor de drogisterijbranche (artikel 6.3) is het onderstaande afgesproken over verlof:
6.3.1 Persoonlijke gelegenheden
Wanneer een werknemer er anders niet bij aanwezig kan zijn, heeft zij in de onderstaande gevallen recht op buitengewoon verlof. Zij heeft bij dit verlof recht op behoud van loon. Bij elke gelegenheid hoort een bepaalde verlofduur:
bij eigen ondertrouw: halve dag;
bij eigen huwelijk: twee dagen;
bij eigen 25-, 40- en 50-jarig huwelijksfeest of jubileum dienstjaren: één dag;
bij bevalling van echtgenote: tijdens de bevalling plus twee dagen;
voor het bijwonen van een huwelijk van een van haar kinderen, ouders, broers of zusters: één dag;
bij het overlijden van de echtgenoot; de sterfdag tot en met de dag van de begrafenis;
bij het overlijden van een van haar ouders, schoonouders, eigen of aangehuwde kinderen: één dag, plus voor het bijwonen van de begrafenis: één dag;
voor het bijwonen van de begrafenis van haar grootouders, kleinkinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters: één dag;
voor het bijwonen van een 25-, 40- en 50-jarig huwelijksfeest van ouders en schoonouders, alsmede verlof bij 25- en 40-jarig jubileum dienstjaren van echtgenoot: één dag.
Onder ouders, kinderen, broers en zusters vallen ook stiefouders, stiefkinderen, stiefbroers en stiefzusters, alsmede pleegouders, pleegkinderen, pleegbroers en pleegzusters. Duurzame samenlevingsvormen, die van te voren aan de werkgever kenbaar zijn gemaakt, worden voor het bepalen van het verlof met het huwelijk gelijkgesteld.
6.3.2 Overige gelegenheden
Bovendien heeft de werknemer recht op buitengewoon verlof met behoud van loon bij de volgende gelegenheden:
voor het op uitnodiging bijwonen als kaderlid of afgevaardigde van vergaderingen en andere activiteiten van werknemersorganisaties: ten hoogste in totaal 5 dagen per jaar;
voor het afleggen van examens om een voor de beroepsuitoefening noodzakelijke opleiding te behalen: de daarvoor noodzakelijke tijd;
na opzegging van de dienstbetrekking door de werkgever voor het solliciteren of voor het op uitnodiging mondeling toelichten van een sollicitatie: de daarvoor benodigde tijd;
voor het eenmaal in de periode van 3 jaar voor haar pensionering deelnemen aan een cursus ter voorbereiding op de pensionering: ten hoogste vijf dagen;
vakbondsleden kunnen deelnemen aan cursussen van werknemersorganisaties, mits door de werknemersorganisatie bij de werkgever aangevraagd en mits verenigbaar met het bedrijfsbelang: ten hoogste 3 dagen per jaar;
voor de uitoefening van het actief kiesrecht.
6.3.3 Andere verlofregelingen
Aan een werknemer wordt buitengewoon verlof verleend voor het deelnemen aan vergaderingen van besturen of commissies van lichamen, als bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie, voor zover de werknemer van dat bestuur of die commissie deel uitmaakt. In dit geval kan de werknemer geen aanspraak doen gelden op loon.
De werkgever treft in overleg met de werknemer een verlofregeling wanneer de werknemer wordt getroffen door een calamiteit. Deze regeling is bedoeld voor het geven van eerste opvang en/of het treffen van noodzakelijke maatregelen voor een structurele oplossing. Onder calamiteit wordt verstaan een plotselinge, ernstige gebeurtenis, anders dan in dit hoofdstuk genoemd, die niet te voorzien is en waarin het niet redelijk is van de werknemer te verlangen dat hij het werk bij de werkgever verricht.
Voor bezoek aan een arts en andere medische beroepsbeoefenaren zal buitengewoon verlof met behoud van loon worden gegeven gedurende de daarvoor benodigde tijd, voor zover dit bezoek redelijkerwijs niet buiten arbeidstijd kan plaatsvinden.
Deze informatie is gebaseerd op de CAO voor de drogisterijbranche 2015 - 2016. Het kan zijn dat er ondertussen een nieuwe CAO is overeengekomen. In dat geval dient de CAO tekst van de nieuwste CAO aangehouden te worden. Deze informatie is een verkorte weergave van de bepalingen uit de CAO. Voor de volledige afspraken dient de CAO geraadpleegd te worden.
In de CAO voor de drogisterijbranche (artikel 4.2) is het onderstaande afgesproken over overwerk:
4.2.1 Overwerk
A. Er is alleen sprake van overwerk als de werknemer, na overleg, van de werkgever opdracht heeft gekregen om arbeid te verrichten buiten de voor haar geldende normale arbeidstijd. Overwerk zal zo min mogelijk worden opgedragen.
B. Onder overwerk wordt in ieder geval verstaan:
- de meer dan 9 uur per dag gewerkte uren. Daarbij geldt een overschrijding met maximaal een half uur, maximaal eenmaal per week, in aansluiting op de ingeroosterde werktijd, niet als overwerk;
- de meer dan 45 uur per week gewerkte uren, of de meer dan gemiddeld 40 uur per week gewerkte uren, berekend per periode van 4 aansluitende weken, waarbij de perioden elkaar niet mogen
overlappen;
- de meer dan gemiddeld 37 uur per week gewerkte uren, berekend over een periode van 26 weken, met als peildata 1 april en 1 oktober;
- de uren gewerkt op een zesde dag in de week, tenzij deze uren binnen een periode van vier weken (te rekenen over een periode van twee weken voorafgaand aan tot twee weken volgend op de week
dat zes dagen gewerkt is) zijn gecompenseerd door gelijkwaardige vrije tijd.
Voor elk uur overwerk wordt het loon uitbetaald, vermeerderd met een toeslag van 30%.
Wanneer overuren vallen in een tijdsperiode waarop volgens het tijdschalenmodel (zie onder) reeds een toeslag van toepassing is, dan worden de toeslagen bij elkaar opgeteld.
Werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat in plaats van uitbetaling van de overwerkvergoeding, extra vrije tijd wordt gegeven, overeenkomend met het loonbedrag dat voor het overwerk zou zijn betaald. Die vrije tijd moet worden gegeven binnen een maand nadat het overwerk is verricht.
De bepalingen over overwerk gelden niet voor medewerkers in de functiegroepen 5 en 6, en ook niet voor medewerkers die niet zijn ingedeeld in functiegroepen.
Een parttime werknemer, die in één week meer dan 37 uur werkt, komt voor die week in aanmerking voor een overwerktoeslag, indien aan de overige voorwaarden in dit artikel wordt voldaan.
4.2.2 Tijdschalenmodel
A. De werknemer ontvangt, afhankelijk van het tijdstip waarop zij werkt, een toeslag op het uurloon volgens onderstaand schema (tijdschalenmodel):
00:00 - 05:00
05:00 - 07:00
07:00 - 18:00
18:00 - 21:00
21:00 - 24:00
Maandag t/m zaterdag
75%
25%
0%
25%
50%
Zondag
175%
125%
100%
125%
150%
Voor het afmaken of overdragen van werkzaamheden kan de grens van het tijdschalenmodel incidenteel met een halfuur overschreden worden. In dat geval geldt de toeslag van het tijdblok waarin de werkzaamheden volgens het rooster uitgevoerd zouden worden.
De toeslagen worden gecompenseerd in vrije tijd, op te nemen binnen 26 weken na het ontstaan van de compensatie. Als compensatie in vrije tijd niet binnen deze 26 weken mogelijk is, wordt de toeslag in geld uitgekeerd.
4.2.3 Maaltijdvergoeding
De werkgever verstrekt aan de werknemer die haar werkdag begonnen is voor of op 14.00 uur en die doorwerkt na 19.00 uur, een warme maaltijd van redelijke kwaliteit of een maaltijdvergoeding. Er geldt per 1 augustus 2008 voor deze vergoeding een bedrag van EUR 5,45 netto op declaratiebasis.
4.2.4 Toeslag bij plaatsvervanging
Als een werknemer een collega in een hogere functie vervangt, heeft zij gedurende de tijd van vervanging recht op een toeslag van 15% van het bedrag bij 0 functiejaren in de schaal waarin de vervangen functie is ingedeeld. Loon plus toeslag mogen echter niet meer bedragen dan het bedrag bij 0 functiejaren in de schaal waarin de te vervangen functie is ingedeeld. Deze toeslag geldt alleen als de vervanging langer dan vier weken duurt.
Deze informatie is gebaseerd op de CAO voor de drogisterijbranche 2015 - 2016. Het kan zijn dat er ondertussen een nieuwe CAO is overeengekomen. In dat geval dient de CAO tekst van de nieuwste CAO aangehouden te worden. Deze informatie is een verkorte weergave van de bepalingen uit de CAO. Voor de volledige afspraken dient de CAO geraadpleegd te worden.
In de CAO voor de drogisterijbranche (artikel 5.1) is het onderstaande afgesproken over de indeling in functiegroepen:
De werknemer wordt uitsluitend op grond van de door haar te verrichten werkzaamheden ingedeeld in een functiegroep.
5.1.1 Functiegroep 1:
Werkzaamheden van eenvoudige aard die volgens nauwkeurige instructies op aanwijzing en/of onder directe leiding worden verricht. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
aankomend verkoopmedewerkster
leerling verkoopster
aankomend magazijnmedewerkster
aankomend administratief medewerkster
5.1.2 Functiegroep 2:
Werkzaamheden van eenvoudige aard waarvoor een zekere mate van vak- en bedrijfskennis nodig is en die – hoewel onder directe leiding – toch met enige mate van zelfstandigheid worden verricht. Het bezit van het diploma 'Verkoop in de Drogisterij' is een vereiste. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
verkoopster
magazijnmedewerkster
administratief medewerkster
5.1.3 Functiegroep 3:
Zelfstandige werkzaamheden waarvoor in ruime mate vak- en bedrijfskennis nodig is en waarbij incidenteel leiding wordt gegeven aan enkele medewerksters, ingedeeld in de functiegroepen 1 en 2. Het bezit van het diploma Assistent-Drogist is een vereiste om voor de functie van eerste verkoopster in aanmerking te komen. De werknemer die voor 1 januari 1999 de functie van eerste verkoopster vervulde, kan niet worden verplicht dit diploma alsnog te halen. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
eerste verkoopster
eerste magazijnmedewerkster
eerste administratief medewerkster
5.1.4 Functiegroep 4:
Zelfstandige werkzaamheden waarvoor in ruime mate vak- en bedrijfskennis nodig is en waarbij leiding wordt gegeven aan enkele medewerksters in de functiegroepen 1, 2 en 3. Het bezit van het diploma Assistent-Drogist is een vereiste om voor de functie van waarnemend bedrijfsleidster of assistent filiaalmanager in aanmerking te komen. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
waarnemend bedrijfsleidster
assistent filiaalmanager
assistent magazijnchef
assistent afdelingshoofd
5.1.5 Functiegroep 5:
Zelfstandige werkzaamheden waarvoor bijzondere vak- en bedrijfskennis nodig is, alsmede het volledige beheer van een drogisterij waarin maximaal 5 fulltime equivalenten (fte's) werkzaam zijn. Het bezit van het Vakdiploma Drogist is een vereiste om voor de functie van bedrijfsleidster, filiaalmanager of filiaalbeheerder in aanmerking te komen. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
bedrijfsleidster
filiaalmanager
filiaalbeheerder
magazijnchef
afdelingshoofd
5.1.6 Functiegroep 6:
Zelfstandige werkzaamheden waarvoor bijzondere vak- en bedrijfskennis nodig is, alsmede het volledige beheer van een drogisterij waarin meer dan 5 fulltime equivalenten (fte's) werkzaam zijn. Het bezit van het Vakdiploma Drogist is een vereiste om voor de functie van bedrijfsleidster, filiaalmanager of filiaalbeheerder in aanmerking te komen. Voorbeelden van functiebenamingen in deze groep:
bedrijfsleidster
filiaalmanager
filiaalbeheerder
magazijnchef
afdelingshoofd
Deze informatie is gebaseerd op de CAO voor de drogisterijbranche 2015 - 2016. Het kan zijn dat er ondertussen een nieuwe CAO is overeengekomen. In dat geval dient de CAO tekst van de nieuwste CAO aangehouden te worden. Deze informatie is een verkorte weergave van de bepalingen uit de CAO. Voor de volledige afspraken dient de CAO geraadpleegd te worden.
In de CAO reisbranche 2026 - 2027 (looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027) wordt overwerk vergoed met een toeslag van 25% op het normale uurloon, voor werknemers in functiegroep 2 t/m 5 (art. 12). Voor werk op bijzondere uren komt daar een toeslag van 35% (op maandag t/m zaterdag tussen 00.00 en 07.00 uur en tussen 20.00 en 24.00 uur) of 75% (op zondag en feestdagen) bij (art. 20).
25% toeslag op het normale uurloon voor werknemers in functiegroep 2 t/m 5 (art. 12.1 en 12.4). Deze toeslag kan bovenop de toeslag voor bijzondere uren komen.
Van overwerk is alleen sprake als het in opdracht van de werkgever gebeurt en de normale arbeidsduur uit artikel 7.1 wordt overschreden. De werkgever spant zich in te voorkomen dat het gemiddelde van 39 uur per week, berekend over 26 aaneensluitende weken, wordt overschreden (art. 12.2).
Wie over 26 weken gemiddeld meer dan 39 uur heeft gewerkt, heeft recht op die extra uren in tijd, op te nemen in overleg in halve of hele dagen. De werkgever kan in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging afwijken van de periode van 26 weken (art. 12.3).
Per bedrijfsonderdeel of afdeling bepaalt de werkgever of overwerk in tijd, in geld of in een combinatie wordt vergoed. Wordt het in tijd vergoed, dan stelt de werkgever na overleg met de werknemer vast wanneer die tijd kan worden opgenomen (art. 12.5).
Werknemers in functiegroep 2 t/m 8 zijn verplicht tot overwerk als de werkgever dit vraagt, maar niet tot meer dan 47 uur per week. Voor reisleiders en reisbegeleiders is dat maximum 56 uur per week; voor jongeren onder de 18 jaar geldt 45 uur per week (art. 12.6).
Toeslag voor bijzondere uren (art. 20)
Werknemers in functiegroep 2 t/m 5 hebben recht op de volgende toeslag als zij werken op bijzondere uren. De toeslag wordt berekend over het normale uurloon en kan worden opgeteld bij de overwerktoeslag.
Moment
Toeslag
Maandag t/m zaterdag, tussen 00.00 en 07.00 uur
35%
Maandag t/m zaterdag, tussen 20.00 en 24.00 uur
35%
Zondag en feestdagen
75%
Bereikbaarheidsdienst (art. 21)
Per 1 september 2026 ontvangt de werknemer € 1,00 bruto per uur voor een bereikbaarheidsdienst op een ingeroosterde werkdag en € 2,34 bruto per uur voor een dienst die deels of geheel op een niet-ingeroosterde werkdag valt. Een werkgever die van bereikbaarheidsdiensten gebruikmaakt, stelt hiervoor in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging een reglement op.
Arbeidsduur en werktijden (art. 7)
Normale arbeidsduur: niet meer dan negen uur per dag en niet meer dan gemiddeld vijf dagen per week, berekend over een periode van maximaal 13 weken. Daarnaast niet meer dan gemiddeld 39 uur per week, berekend over een periode van maximaal 26 weken (art. 7.1).
Normale werktijden zijn maandag t/m zaterdag tussen 07.00 en 20.00 uur, met een onderbreking van minimaal een half uur pauze (art. 7.2).
Werken op zon- en feestdagen is in beginsel vrijwillig. De werkgever kan een werknemer maximaal acht zon- en feestdagen per jaar tot werk verplichten; dat geldt niet voor werknemers met aantoonbare gewetensbezwaren en telt niet als overwerk (art. 7.3).
Deze pagina is met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
In de CAO reisbranche 2026 - 2027 (looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027) bedraagt de normale arbeidsduur niet meer dan negen uur per dag en gemiddeld niet meer dan 39 uur per week, berekend over maximaal 26 weken. De normale werktijden zijn maandag t/m zaterdag tussen 07.00 en 20.00 uur, met minimaal een half uur pauze (art. 7).
Normale arbeidsduur: niet meer dan negen uur per dag en niet meer dan gemiddeld vijf dagen per week, berekend over een aaneengesloten periode van maximaal 13 weken en naar rato bij een werkweek korter dan vijf dagen. Een werknemer die in een werkweek zes dagen heeft gewerkt, heeft recht op compensatie van de zesde dag binnen dertien weken; een aaneengesloten werkperiode kan niet langer duren dan zes dagen. Voor parttimers geldt dit naar rato van de overeengekomen werkweek. Daarnaast niet meer dan gemiddeld 39 uur per week, berekend over maximaal 26 weken (art. 7.1).
Normale werktijden: maandag t/m zaterdag tussen 07.00 en 20.00 uur, met een onderbreking van minimaal een half uur pauze (art. 7.2).
Zon- en feestdagen: werken is in beginsel vrijwillig. Lukt het de werkgever niet om vrijwilligers te vinden, dan kan hij een werknemer maximaal acht zon- en feestdagen per jaar tot werk verplichten. Dit geldt niet voor werknemers met aantoonbare gewetensbezwaren. Deze acht dagen tellen niet als overwerk, worden in het rooster meegenomen en tellen mee voor de gemiddelde werkweek (art. 7.3).
Begin en einde werktijd: per onderneming wordt het begin en einde van de werktijd nader vastgesteld (art. 7.4).
Maximaal aantal uren per week (art. 12.6)
Werknemers in functiegroep 2 t/m 8 zijn verplicht tot overwerk als de werkgever dit vraagt, maar niet tot meer dan 47 uur per week. Voor reisleiders en reisbegeleiders is dat maximaal 56 uur per week; voor jongeren onder de 18 jaar geldt maximaal 45 uur per week (art. 5:7 ATW).
Toeslagen op bijzondere uren (art. 20)
Werknemers in functiegroep 2 t/m 5 krijgen 35% toeslag voor werk van maandag t/m zaterdag tussen 00.00 en 07.00 uur en tussen 20.00 en 24.00 uur, en 75% op zondag en feestdagen. Meer hierover staat op de pagina overwerk en toeslagen voor bijzondere uren.
Reisleiders en reisbegeleiders (art. 27)
De gemiddelde arbeidsduur is 8 uur per dag voor een reisleider en 8 uur voor een reisbegeleider, tenzij de werkgever aantoonbaar maakt dat er gemiddeld minder wordt gewerkt. Dit is de contractuele ondergrens.
Bij een reisleider is de voorbereiding en (administratieve) afhandeling van de reis (ongeveer 1 uur per dag) meegenomen in de 8 uur. Wordt deze norm overschreden, dan wordt de extra benodigde tijd vergoed.
Wordt de overeengekomen arbeidstijd door onvoorziene omstandigheden overschreden, dan betaalt de werkgever die overschrijding uit, mits hij zo snel mogelijk is geïnformeerd.
Deze pagina is met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
Werknemers in de reisbranche hebben in de CAO 2026 - 2027 (looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027) recht op 25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1) en op 8% vakantietoeslag over het brutoloon, uitbetaald uiterlijk in mei (art. 19). Feestdagen zijn nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, Koningsdag, eerste en tweede kerstdag en 5 mei in lustrumjaren (art. 10).
25 vakantiedagen per kalenderjaar op fulltimebasis (art. 8.1). Voor werknemers die al extra vakantiedagen hadden op grond van het oude artikel 8.1b (naar leeftijd, bij minstens 5 volle jaren dienstverband in de reisbranche: 26 dagen vanaf 50 jaar, 27 dagen vanaf 55 jaar) blijven die extra dagen gelden zoals op 31 december 2025. Dit artikel is per 1 januari 2026 vervallen.
Vakantiedagen worden naar evenredigheid opgebouwd bij een deel van het kalenderjaar en bij deeltijd. Een deeltijdwerknemer bouwt ook vakantiedagen op over de uren die hij meer werkt dan zijn contractuele arbeidsduur, tenzij sprake is van overwerk (art. 8.2).
Het vakantiejaar is het kalenderjaar, tenzij in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging een andere periode is vastgesteld. De werkgever stelt de vakantie vast na overleg met de werknemer; een aaneengesloten vakantieperiode begint zo veel mogelijk tussen 30 april en 1 oktober (art. 8.3).
De werknemer heeft recht op minimaal drie weken aaneengesloten vakantie per jaar. De werkgever mag bepalen dat een werknemer minimaal twee weken aaneengesloten opneemt (art. 8.4).
Voor de vervaltermijn geldt de wettelijke regeling (art. 8.5). De werkgever mag één vakantiedag per jaar als verplichte vakantiedag aanwijzen (art. 8.6).
De werkgever komt zo veel mogelijk tegemoet aan verzoeken om een vakantiedag op te nemen op een bijzondere (religieuze) feestdag (art. 8.7).
Einde dienstverband (art. 9): te veel of te weinig opgenomen vakantiedagen worden verrekend. Tijdens de opzegtermijn kan de werknemer 50% van zijn resterende vakantiedagen opnemen, met een maximum van twee weken; de werkgever kan dit alleen beperken bij gewichtige redenen ter voorkoming van plotselinge personele onderbezetting.
Feestdagen (art. 10): nieuwjaarsdag, eerste en tweede paasdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede pinksterdag, Koningsdag, eerste en tweede kerstdag en 5 mei in lustrumjaren. Per kalenderjaar kunnen werknemers in overleg met de werkgever twee feestdagen omruilen voor een andere werkdag; de toeslag voor bijzondere uren geldt alleen op de erkende feestdagen.
Werknemers kunnen loon en bovenwettelijke vakantiedagen inzetten voor bestaande, per onderneming nader in te vullen, belastingvrije faciliteiten (art. 18).
Vakantietoeslag
8% van het brutoloon (art. 19).
De uitbetaling vindt plaats uiterlijk in de maand mei. De toeslag wordt berekend over de voorafgaande periode mei t/m april, met inachtneming van artikel 16 lid 2 van de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (art. 19).
Werknemers die nog geen vol jaar in dienst zijn, krijgen de vakantietoeslag naar evenredigheid (art. 19).
Oproepkrachten: de werkgever mag in plaats van de jaarlijkse uitkering een toeslag van 8% op het uurloon verlenen (art. 5.3).
Deze pagina is met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
Bij ziekte krijgt een werknemer in de reisbranche volgens de CAO 2026 - 2027 (looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2027) 70% wettelijke loondoorbetaling gedurende maximaal 104 weken, met in de eerste 52 weken een aanvulling van 30%, dus 100% in het eerste jaar. Vanaf 1 januari 2027 gelden nieuwe percentages: 100% in week 1 t/m 26, 90% in week 27 t/m 52, 80% in week 53 t/m 78 en 70% in week 79 t/m 104 (art. 24). Wachtdagen zijn niet toegestaan.
Tot 1 januari 2027 (art. 24.2): de arbeidsongeschikte werknemer krijgt de wettelijke loondoorbetaling van 70% gedurende 104 weken en in de eerste 52 weken een aanvulling van 30%. Dat is 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede jaar.
Vanaf 1 januari 2027 gelden nieuwe percentages naast de wettelijke 70% (maximaal 104 weken): een aanvulling van 30% in week 1 t/m 26 (100% totaal), 20% in week 27 t/m 52 (90%), 10% in week 53 t/m 78 (80%) en geen aanvulling in week 79 t/m 104 (70%).
Overgangsregeling: de nieuwe percentages gelden vanaf 1 januari 2027 voor werknemers die al arbeidsongeschikt zijn en op 1 januari 2027 niet langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn. Voor werknemers die dan langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn, blijven de oude percentages onverkort gelden.
De werkgever mag geen wachtdagen hanteren. De loondoorbetalingsverplichting eindigt in elk geval als de arbeidsovereenkomst eindigt (art. 24.2).
De werknemer meldt ziekte zo snel mogelijk, maar uiterlijk voor het begin van zijn werktijd (art. 24.1).
Geen of gedeeltelijke doorbetaling (art. 24.3): de werkgever mag de loondoorbetaling en aanvulling niet uitbetalen als de werknemer door opzet arbeidsongeschikt is geworden, zijn genezing heeft belemmerd of vertraagd, of zonder deugdelijke reden geen passend werk verricht. Bij het niet naleven van controlevoorschriften en ziekteregels kan de werkgever de loondoorbetaling uitstellen en de aanvulling niet uitbetalen; weigert de werknemer mee te werken aan een door de werkgever gevraagde second opinion van het UWV of maakt hij misbruik van de voorziening, dan kan de aanvulling niet worden uitbetaald.
Heeft de werkgever een vordering tot schadevergoeding op een derde, dan geeft de werknemer de benodigde informatie; weigert hij dat, dan vervalt het recht op de aanvulling (art. 24.4).
Wordt een second opinion gevraagd, dan vult de werkgever aansluitend op de eerste 52 weken in afwachting van de uitspraak van het UWV maximaal één maand aan tot 100% (art. 24.5). Bij arbeidsongeschiktheid voor de eigen functie richt de werkgever zich eerst op herplaatsing binnen de onderneming (art. 24.6).
Deze pagina is met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
Dit is de samenvatting van de CAO drogisterijbranche 2025-2026.
Stamgegevens
Stamgegevens CAO drogisterijbranche 2025-2026
Looptijd
Van 1 juli 2025 t/m 30 juni 2026. De cao wordt stilzwijgend met telkens 1 jaar verlengd, tenzij een van de partijen dit uiterlijk 3 maanden van tevoren schriftelijk opzegt.
Cao-partijen
Koninklijke Nederlandse Drogisten Bond (KNDB), CNV en FNV
Loonsverhoging
2% per 1 juli 2025 en 2% per 1 januari 2026
Vakantiedagen
25 werkdagen (185 uur) per jaar bij een aanstelling van 37 uur per week, met extra dagen bij lange diensttijd en naarmate de AOW-leeftijd nadert
Vakantietoeslag
8% van het in het vakantiejaar verdiende loon (loon + toeslag samen minimaal 108% van het wettelijk minimumloon), uitbetaald uiterlijk in mei
Overwerkvergoeding
30% toeslag boven het uurloon; geldt niet voor functiegroep 5 en 6
Reiskostenvergoeding
Geen vaste regeling in deze cao; wel loopt er een onderzoek naar een mogelijke tegemoetkoming in reiskosten
Opzegtermijn werkgever
Niet apart geregeld in deze cao; hiervoor geldt de wettelijke opzegtermijn (Burgerlijk Wetboek)
Opzegtermijn werknemer
Niet apart geregeld in deze cao; hiervoor geldt de wettelijke opzegtermijn (Burgerlijk Wetboek)
Salarisverhogingen
Op 1 juli 2025 gaan de loonschalen met 2% omhoog (artikel 4.1.5).
Op 1 januari 2026 gaan de loonschalen nogmaals met 2% omhoog (artikel 4.1.5).
Deze verhogingen zijn al verwerkt in de loonschalen in bijlage 1 van de cao.
Eerder toegekende eenzijdige loonsverhogingen vooruitlopend op deze cao kunnen door de werkgever worden verrekend (artikel 4.1.5).
Het loon wordt per week, per vier weken of per maand uitbetaald. Bij een contract van 37 uur per week is het weekloon het uurloon x 37, het loon per vier weken het uurloon x 148, en het maandloon (loon per vier weken x 13) / 12 (artikel 4.1.3).
In functiegroep 1 krijg je na je 21e verjaardag en 1 jaar in de functiegroep een functiejaar toegekend; in functiegroep 2 t/m 5 geldt dit voor 1 t/m 6 functiejaren. In functiegroep 2 t/m 5 krijg je op 19- en 20-jarige leeftijd bovendien een ervaringsjaar na een jaar in de functiegroep (artikel 4.1.1 en 4.1.2).
Vakantiedagen
Bij een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week heb je recht op 25 werkdagen (185 uur) vakantie per jaar, met behoud van loon (artikel 6.2.1).
Werk je minder uren, of treed je in de loop van het jaar in of uit dienst? Dan bouw je naar rato vakantie op (artikel 6.2.1).
Je hebt recht op een aaneengesloten vakantie van minimaal drie weken, bij voorkeur op te nemen tussen mei en september (artikel 6.2.2).
Bij 25 tot 40 dienstjaren krijg je 2 extra vakantiedagen per jaar, bij 40 of meer dienstjaren 4 extra dagen (artikel 9.3).
Vanaf 10 jaar voor je AOW-datum krijg je 1 extra vakantiedag per jaar, vanaf 2 jaar voor je AOW-datum 3 extra dagen. Dienstjaren- en leeftijdsvakantie worden niet bij elkaar opgeteld; het hoogste aantal geldt (artikel 9.3).
Overwerkvergoeding
Overwerk is aan de orde bij meer dan 9 uur per dag, bij werk op een zesde dag in de week, of bij gemiddeld meer dan 37 uur per week over een periode van drie maanden (artikel 4.2.1).
Voor overwerk krijg je het gebruikelijke uurloon plus een toeslag van 30%. In overleg kan dit ook worden omgezet in extra vrije tijd (artikel 4.2.1).
Valt je overwerk samen met een periode waarin al een toeslag geldt volgens het tijdschalenmodel? Dan tellen beide toeslagen bij elkaar op (artikel 4.2.1).
Deze overwerkregels gelden niet voor werknemers in functiegroep 5 of 6, en ook niet voor werknemers die niet in een functiegroep zijn ingedeeld (artikel 4.2.1).
Daarnaast geldt een tijdschalenmodel: afhankelijk van het tijdstip waarop je werkt, krijg je een toeslag op je uurloon van 25% tot 175% (bijvoorbeeld 's nachts, 's avonds of op zondag) (artikel 4.2.2).
Ben je 55 jaar of ouder? Dan kun je niet tot overwerk worden verplicht (artikel 9.1).
Reiskostenvergoeding
Deze cao kent geen vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer of dienstreizen.
Wel spreken de cao-partijen af dat werknemersorganisaties CNV en FNV, samen met werkgeversorganisatie KNDB, gedurende de looptijd van deze cao onderzoek doen naar eventuele tegemoetkomingen in reiskosten binnen zelfstandige drogisterijen (Protocol III, Onderzoek reiskosten).
Op dit moment bestaat er dus geen recht op een reiskostenvergoeding op grond van de cao zelf.
Opzegtermijn
Deze cao regelt geen eigen opzegtermijnen. De dienstbetrekking eindigt door opzegging met inachtneming van "een daarvoor in acht te nemen opzegtermijn"; hiervoor geldt de wettelijke regeling uit het Burgerlijk Wetboek (artikel 8.2.1).
De dienstbetrekking eindigt zonder opzegging (en dus zonder opzegtermijn) onder meer: tijdens de proeftijd, bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, bij afloop van een tijdelijk contract, bij ontslag op staande voet, door een rechterlijke uitspraak, of bij overlijden van de werknemer (artikel 8.2.1).
Een opzegging gebeurt bij voorkeur schriftelijk en wordt gedaan tegen het einde van een loonbetalingsperiode (artikel 8.2.1).
Hieronder vind je de brutolonen per functiegroep (bijlage 1 van de cao), voor een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week. Werk je minder uren? Dan is je loon evenredig lager. Voor jongere werknemers en voor de instroom in functiegroep 2 t/m 5 op 19- en 20-jarige leeftijd gelden aparte instroomregels; "WML" staat voor het wettelijk minimumloon, dat als ondergrens geldt.
Bruto lonen per uur (1 juli 2025)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 5,68
€ 6,17
17 jaar
€ 6,29
€ 6,78
18 jaar
€ 7,59
€ 7,65
€ 7,85
€ 8,38
19 jaar
€ 8,81
€ 8,93
€ 9,03
€ 9,25
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 8,98
€ 9,08
€ 9,65
20 jaar
€ 11,53
€ 11,63
€ 11,88
€ 12,09
€ 12,24
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 11,73
€ 11,99
€ 12,19
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 12,09
€ 12,29
21 jaar (0 functiejaren)
WML
€ 14,50
€ 14,69
€ 14,79
€ 14,99
1 functiejaar
€ 14,58
€ 14,76
€ 14,93
€ 15,19
€ 15,46
2 functiejaren
€ 14,65
€ 14,83
€ 15,08
€ 15,38
€ 15,82
3 functiejaren
€ 14,71
€ 14,90
€ 15,22
€ 15,58
€ 16,18
4 functiejaren
€ 14,77
€ 14,97
€ 15,36
€ 15,77
€ 16,53
5 functiejaren
€ 14,83
€ 15,05
€ 15,50
€ 15,96
€ 16,89
6 functiejaren
€ 14,91
€ 15,12
€ 15,66
€ 16,17
€ 17,26
Bruto lonen per 4 weken (1 juli 2025)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 840,64
€ 913,16
17 jaar
€ 930,92
€ 1.003,44
18 jaar
€ 1.123,32
€ 1.132,20
€ 1.161,80
€ 1.240,24
19 jaar
€ 1.303,88
€ 1.321,64
€ 1.336,44
€ 1.369,00
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.329,04
€ 1.343,84
€ 1.428,20
20 jaar
€ 1.706,44
€ 1.721,24
€ 1.758,24
€ 1.789,32
€ 1.811,52
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.736,04
€ 1.774,52
€ 1.804,12
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 1.789,32
€ 1.818,92
21 jaar (0 functiejaren)
WML
€ 2.146,00
€ 2.174,12
€ 2.188,92
€ 2.218,52
1 functiejaar
€ 2.157,84
€ 2.184,48
€ 2.209,64
€ 2.248,12
€ 2.288,08
2 functiejaren
€ 2.168,20
€ 2.194,84
€ 2.231,84
€ 2.276,24
€ 2.341,36
3 functiejaren
€ 2.177,08
€ 2.205,20
€ 2.252,56
€ 2.305,84
€ 2.394,64
4 functiejaren
€ 2.185,96
€ 2.215,56
€ 2.273,28
€ 2.333,96
€ 2.446,44
5 functiejaren
€ 2.194,84
€ 2.227,40
€ 2.294,00
€ 2.362,08
€ 2.499,72
6 functiejaren
€ 2.206,68
€ 2.237,76
€ 2.317,68
€ 2.393,16
€ 2.554,48
Bruto lonen per maand (1 juli 2025)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 910,69
€ 989,26
17 jaar
€ 1.008,50
€ 1.087,06
18 jaar
€ 1.216,93
€ 1.226,55
€ 1.258,62
€ 1.343,59
19 jaar
€ 1.412,54
€ 1.431,78
€ 1.447,81
€ 1.483,08
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.439,79
€ 1.455,83
€ 1.547,22
20 jaar
€ 1.848,64
€ 1.864,68
€ 1.904,76
€ 1.938,43
€ 1.962,48
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.880,71
€ 1.922,40
€ 1.954,46
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 1.938,43
€ 1.970,50
21 jaar (0 functiejaren)
WML *
€ 2.324,83
€ 2.355,30
€ 2.371,33
€ 2.403,40
1 functiejaar
€ 2.337,66
€ 2.366,52
€ 2.393,78
€ 2.435,46
€ 2.478,75
2 functiejaren
€ 2.348,88
€ 2.377,74
€ 2.417,83
€ 2.465,93
€ 2.536,47
3 functiejaren
€ 2.358,50
€ 2.388,97
€ 2.440,27
€ 2.497,99
€ 2.594,19
4 functiejaren
€ 2.368,12
€ 2.400,19
€ 2.462,72
€ 2.528,46
€ 2.650,31
5 functiejaren
€ 2.377,74
€ 2.413,02
€ 2.485,17
€ 2.558,92
€ 2.708,03
6 functiejaren
€ 2.390,57
€ 2.424,24
€ 2.510,82
€ 2.592,59
€ 2.767,35
* Bij het vaststellen van het maandloon dient rekening te worden gehouden met het aantal te werken arbeidsuren per maand en het aantal werkbare dagen per kalenderjaar, waarbij ten minste het wettelijk minimumuurloon dient te worden betaald.
Bruto lonen per uur (1 januari 2026)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 5,80
€ 6,29
17 jaar
€ 6,42
€ 6,92
18 jaar
€ 7,74
€ 7,80
€ 8,01
€ 8,55
19 jaar
€ 8,99
€ 9,10
€ 9,21
€ 9,44
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 9,16
€ 9,26
€ 9,84
20 jaar
€ 11,77
€ 11,86
€ 12,12
€ 12,33
€ 12,48
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 11,96
€ 12,22
€ 12,43
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 12,33
€ 12,54
21 jaar (0 functiejaren)
WML
€ 14,79
€ 14,98
€ 15,09
€ 15,29
1 functiejaar
€ 14,87
€ 15,05
€ 15,23
€ 15,49
€ 15,77
2 functiejaren
€ 14,94
€ 15,13
€ 15,38
€ 15,69
€ 16,14
3 functiejaren
€ 15,00
€ 15,20
€ 15,52
€ 15,89
€ 16,50
4 functiejaren
€ 15,06
€ 15,27
€ 15,67
€ 16,08
€ 16,86
5 functiejaren
€ 15,13
€ 15,35
€ 15,81
€ 16,28
€ 17,23
6 functiejaren
€ 15,21
€ 15,42
€ 15,97
€ 16,49
€ 17,60
Bruto lonen per 4 weken (1 januari 2026)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 858,40
€ 930,92
17 jaar
€ 950,16
€ 1.024,16
18 jaar
€ 1.145,52
€ 1.154,40
€ 1.185,48
€ 1.265,40
19 jaar
€ 1.330,52
€ 1.346,80
€ 1.363,08
€ 1.397,12
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.355,68
€ 1.370,48
€ 1.456,32
20 jaar
€ 1.748,66
€ 1.755,28
€ 1.793,76
€ 1.824,84
€ 1.847,04
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.770,08
€ 1.808,56
€ 1.839,64
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 1.824,84
€ 1.855,92
21 jaar (0 functiejaren)
WML
€ 2.188,92
€ 2.217,04
€ 2.233,32
1 functiejaar
€ 2.200,76
€ 2.227,40
€ 2.254,04
€ 2.292,52
€ 2.333,96
2 functiejaren
€ 2.211,12
€ 2.239,24
€ 2.276,24
€ 2.322,12
€ 2.388,72
3 functiejaren
€ 2.220,00
€ 2.249,60
€ 2.296,96
€ 2.351,72
€ 2.442,00
4 functiejaren
€ 2.228,88
€ 2.259,96
€ 2.319,16
€ 2.379,84
€ 2.495,28
5 functiejaren
€ 2.239,24
€ 2.271,80
€ 2.339,88
€ 2.409,44
€ 2.550,04
6 functiejaren
€ 2.251,08
€ 2.282,16
€ 2.363,56
€ 2.440,52
€ 2.604,80
Bruto lonen per maand (1 januari 2026)
Leeftijd / functiejaar
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
16 jaar
€ 929,93
€ 1.008,50
17 jaar
€ 1.029,34
€ 1.109,51
18 jaar
€ 1.240,98
€ 1.250,60
€ 1.284,27
€ 1.370,85
19 jaar
€ 1.441,40
€ 1.459,03
€ 1.476,67
€ 1.513,55
19 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.468,65
€ 1.484,69
€ 1.577,68
20 jaar
€ 1.894,38
€ 1.901,55
€ 1.943,24
€ 1.976,91
€ 2.000,96
20 jaar + 1 ervaringsjaar
€ 1.917,59
€ 1.959,27
€ 1.992,94
20 jaar + 2 ervaringsjaren
€ 1.976,91
€ 2.010,58
21 jaar (0 functiejaren)
WML *
€ 2.371,33
€ 2.401,79
€ 2.419,43
1 functiejaar
€ 2.384,16
€ 2.413,02
€ 2.441,88
€ 2.483,56
€ 2.528,46
2 functiejaren
€ 2.395,38
€ 2.425,84
€ 2.465,93
€ 2.515,63
€ 2.587,78
3 functiejaren
€ 2.405,00
€ 2.437,07
€ 2.488,37
€ 2.547,70
€ 2.645,50
4 functiejaren
€ 2.414,62
€ 2.448,29
€ 2.512,42
€ 2.578,16
€ 2.703,22
5 functiejaren
€ 2.425,84
€ 2.461,12
€ 2.534,87
€ 2.610,23
€ 2.762,54
6 functiejaren
€ 2.438,67
€ 2.472,34
€ 2.560,52
€ 2.643,90
€ 2.821,87
* Bij het vaststellen van het maandloon dient rekening te worden gehouden met het aantal te werken arbeidsuren per maand en het aantal werkbare dagen per kalenderjaar, waarbij ten minste het wettelijk minimumuurloon dient te worden betaald.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De KNDB-CAO voor personeel van zelfstandige drogisterijbedrijven (CAO drogisterijen 2026 - 2027) loopt van 1 juli 2026 t/m 31 december 2027 en is gesloten door de KNDB en CNV. De loonschalen stijgen met 2% per 1 juli 2026, met 1,5% per 1 januari 2027 en met 1,25% per 1 juli 2027 (of met het percentage van de wettelijk minimumloonverhoging, als dat hoger is). Bij een volledige aanstelling van 37 uur per week heeft u recht op 25 vakantiedagen (185 uur) en op 8% vakantiebijslag; een dertiende maand, reiskostenvergoeding, thuiswerkvergoeding of pensioenregeling kent de CAO niet. Verderop vindt u onder meer de overwerktoeslag van 30%, het tijdschalenmodel voor avond-, nacht- en zondagwerk, de doorbetaling bij ziekte en de loonschalen per uur, per 4 weken en per maand.
1 juli 2026 t/m 31 december 2027 (omslag van de CAO-tekst).
CAO-partijen
De werkgeversorganisatie Koninklijke Nederlandse Drogisten Bond (KNDB, Zeist) en de vakbond CNV (Utrecht) (art. 1.1).
Werkingssfeer
Alle werknemers van zelfstandige drogisterijbedrijven. Uitgezonderd zijn het grootwinkelbedrijf en werkgevers die gebonden zijn aan de VDF-CAO. Combinatiebedrijven drogist/apotheek vallen onder deze CAO als de omzet in receptgeneesmiddelen ten hoogste 50% van de totale omzet is (art. 1.2).
Loonsverhoging
2% per 1 juli 2026, 1,5% per 1 januari 2027 en 1,25% per 1 juli 2027. Is de wettelijke minimumloonverhoging per 1 juli 2027 hoger dan 1,25%, dan gaan de loonschalen per die datum met het WML-percentage omhoog (art. 4.1.5).
Werkweek
Een volledige aanstelling is gemiddeld 37 uur per week (art. 2 en 4.1.3).
Vakantiedagen
25 werkdagen per jaar, gelijk aan 185 uur, bij een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week (art. 6.2.1). Extra vakantiedagen op grond van dienstjaren of leeftijd: maximaal 4 dagen per jaar (art. 9.3).
Vakantietoeslag
8% (vakantiebijslag) van het in het vakantiejaar verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon (loon plus vakantiebijslag is ten minste 108% van het minimumloon). Uitbetaling uiterlijk in mei (art. 4.3).
Overwerkvergoeding
Toeslag van 30% op het gebruikelijke uurloon voor overwerk (art. 4.2.1). Daarnaast geldt een tijdschalenmodel met toeslagen van 25% tot 175% voor vroege ochtend-, avond-, nacht- en zondagswerk (art. 4.2.2). Overwerk geldt niet voor functiegroep 5 en 6.
Reiskostenvergoeding
Niet geregeld in de CAO.
Bijzonder verlof
Onder meer 2 dagen bij eigen huwelijk, 1 dag bij een 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest of dienstjubileum, een week partnerverlof bij de bevalling van de echtgenote en 1 dag bij het overlijden van ouders, schoonouders of kinderen (plus 1 dag voor de begrafenis) (art. 6.3.1).
Thuiswerkvergoeding
Niet geregeld in de CAO.
Doorbetaling bij ziekte
Eerste ziektejaar: 100% van het laatstverdiende brutoloon in de eerste 26 weken (vanaf de tweede ziektedag) en 90% in week 27 t/m 52, met ten minste het minimumloon. Tweede ziektejaar: 80%, aan te vullen tot maximaal 90% bij voldoende inzet (art. 7.2.1).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Niet geregeld in de CAO.
Pensioenfonds
Niet geregeld in de CAO. De CAO wijst geen pensioenfonds aan en noemt geen premie (wel Protocol I over vrijwillige pensioenopbouw tijdens ouderschapsverlof).
Opzegtermijn
Niet in de CAO bepaald; de wettelijke opzegtermijnen gelden (art. 8.2.1).
Bijzondere groepen
Oproepkrachten, hulpkrachten en vakantiewerkers hebben deels afwijkende regels (art. 2 en 10.3). Vakantiewerkers ontvangen het wettelijk minimum(jeugd)loon.
Salarisverhogingen
1 juli 2026: de bedragen in de loonschalen en het schaaldeel van bovenschaalse lonen gaan 2% omhoog (art. 4.1.5).
1 januari 2027: de loonschalen gaan 1,5% omhoog (art. 4.1.5).
1 juli 2027: de loonschalen gaan 1,25% omhoog. Is het indexatiepercentage van de wettelijke minimumloonverhoging per 1 juli 2027 hoger dan 1,25%, dan gaan de loonschalen per die datum met het WML-percentage omhoog (art. 4.1.5).
Verwerkt in de tabellen: de loonsverhogingen zijn verwerkt in de loonschalen in bijlage 1. Eventueel al toegekende eenzijdige loonsverhogingen vooruitlopend op deze CAO mogen worden verrekend (art. 4.1.5).
Functiejaren: wie na het bereiken van de 21-jarige leeftijd 1, 2, 3, 4, 5 of 6 jaar in de functiegroep heeft doorgebracht, krijgt datzelfde aantal functiejaren (functiegroep 1: één functiejaar). De toekenning gebeurt op 1 januari van elk jaar; een onderneming mag structureel afwijken tot uiterlijk 1 april, na melding bij de Vaste Commissie (art. 4.1.1 sub A).
Functiejaar weigeren: bij aantoonbaar onvoldoende functioneren kan de werkgever een functiejaar weigeren. In functiegroep 1 t/m 5 kan dat eenmalig; in functiegroep 4 en 5 een tweede achtereenvolgende keer alleen met toestemming van de Vaste Commissie. De weigering moet schriftelijk en gemotiveerd uiterlijk een maand voor het toekenningsmoment worden meegedeeld (art. 4.1.1 sub B).
Ervaringsjaren: werknemers van 19 en 20 jaar in functiegroep 2 t/m 5 krijgen na een jaar in de functiegroep een ervaringsjaar, toegekend op 1 januari. Het aantal ervaringsjaren per leeftijd staat in de loonschalen (art. 4.1.2).
Diplomatoeslag: wie een vakgebonden diploma haalt dat niet voor de huidige functie vereist is en de branche-nascholing succesvol volgt, krijgt een diplomatoeslag. Functiegroep 1 of 2: € 11,34 bruto per maand voor Assistent-Drogist en € 22,69 voor het Vakdiploma Drogist. Functiegroep 3 of 4: € 22,69 voor het Vakdiploma Drogist. De bedragen gelden bij gemiddeld 37 uur per week en worden naar rato herberekend (art. 4.1.6).
Toeslag bij plaatsvervanging: wie een collega in een hogere functie vervangt, krijgt een toeslag van 15% van het bedrag bij 0 functiejaren in de schaal van de vervangen functie. Loon plus toeslag mag niet hoger zijn dan dat bedrag. De toeslag geldt alleen als de vervanging langer dan vier weken duurt (art. 4.2.4).
Loonbetaling: het loon wordt per week, per vier weken of per maand betaald. Bij een contract van 37 uur is het weekloon het uurloon x 37 en het vierwekenloon het uurloon x 148. Het maandloon is het vierwekenloon x 13/12. Het uurloon kan nooit lager uitkomen dan het wettelijk minimumuurloon. Het loon moet minimaal vijf dagen voor het einde van de loonperiode op de bankrekening staan (art. 4.1.3).
Omzetafhankelijk loon: de werkgever mag het loon afhankelijk stellen van de omzet, mits over maximaal een jaar gemiddeld ten minste de loonschaalbedragen worden bereikt (art. 4.1.4).
Functiegroepen en diploma's: de indeling gebeurt op grond van de werkzaamheden. Per functiegroep geldt het volgende diplomavereiste (art. 5.1 en 5.2):
Functiegroep
Werkzaamheden
Vereist diploma
1
Eenvoudig werk volgens nauwkeurige instructies en onder directe leiding; ook werknemers die niet in de verkoop werken (magazijn, administratie, schoonmaak).
Geen diploma vereist (aankomend verkoopmedewerker, leerling verkoper)
2
Eenvoudig werk waarvoor enige vak- en bedrijfskennis nodig is, met enige zelfstandigheid.
Verkoop in de Drogisterij
3
Zelfstandig werk met ruime vak- en bedrijfskennis, incidenteel leiding aan enkele medewerkers uit groep 1 en 2 (bijvoorbeeld eerste verkoper).
Assistent-Drogist
4
Zelfstandig werk met ruime vak- en bedrijfskennis en leiding aan enkele medewerkers uit groep 1, 2 en 3 (bijvoorbeeld waarnemend bedrijfsleider, assistent filiaalmanager).
Assistent-Drogist
5
Zelfstandig werk met bijzondere vak- en bedrijfskennis en het volledige beheer van een drogisterij met maximaal 5 fte (bijvoorbeeld bedrijfsleider, filiaalmanager).
Vakdiploma Drogist
6
Zelfstandig werk met bijzondere vak- en bedrijfskennis en het volledige beheer van een drogisterij met meer dan 5 fte.
Vakdiploma Drogist
Indeling bij indiensttreding: wie in functiegroep 1 begint, wordt na twaalf maanden, of direct na het behalen van het diploma Verkoop in de Drogisterij, ingedeeld in functiegroep 2. De werkgever mag alleen afwijken bij onvoldoende functioneren of als de werknemer geen verkoopwerk doet. De kosten van verplichte vakopleidingen zijn voor de werkgever (art. 5.2).
Wettelijk minimumloon: het loon is ten minste gelijk aan het bedrag in de loonschalen, en kan nooit lager zijn dan het wettelijk minimumuurloon. Zie ook het huidige wettelijk minimumloon.
Vakantiedagen
Vakantie: bij een aanstelling van gemiddeld 37 uur per week heeft u recht op 25 werkdagen vakantie per jaar met behoud van loon, gelijk aan 185 uur. Bij deeltijd of in- en uitdiensttreding in het jaar bouwt u naar rato op (art. 6.2.1).
Aaneengesloten vakantie: recht op minimaal drie weken aaneengesloten vakantie per vakantiejaar, mits het vakantierecht toereikend is. Kan dit door zwaarwichtige bedrijfsbelangen niet, dan heeft u het jaar erop een onvoorwaardelijk recht. De vakantie wordt zoveel mogelijk van mei t/m september genoten (art. 6.2.2).
Extra vakantiedagen: op grond van dienstjaren of leeftijd, volgens onderstaande tabel. De situatie bij de aanvang van het vakantiejaar is bepalend (art. 9.3 sub A).
Dienstjaren of leeftijd
Extra vakantiedagen
25 tot 40 dienstjaren
2 extra vakantiedagen per vakantiejaar
40 of meer dienstjaren
4 extra vakantiedagen per vakantiejaar
Vanaf 10 jaar voor de AOW-datum
1 extra vakantiedag per vakantiejaar
Vanaf 2 jaar voor de AOW-datum
3 extra vakantiedagen per vakantiejaar
De dagen uit de tabel gelden bij een aanstelling van 37 uur per week en worden naar rato van de contracturen herberekend. Extra dagen voor dienstjaren en leeftijd worden niet opgeteld; het hoogste aantal geldt. De opbouw vervalt zodra u langer dan 1 jaar arbeidsongeschikt bent (art. 9.3 sub A t/m C).
Vakantiebijslag: 8% van het in het vakantiejaar verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon. U behoudt het recht gedurende tijdvakken zonder loon maar met vakantieaanspraak. Uiterlijk in mei uitbetaald (art. 4.3).
Feestdagen: op Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, beide Kerstdagen, Koningsdag en 5 mei in de lustrumjaren wordt niet gewerkt. In een week met een feestdag werkt een werknemer van 37 uur 29,6 uur in plaats van 37 uur (naar rato bij minder uren). Wie toch op een feestdag werkt, krijgt het uurloon plus 100% toeslag (art. 6.1.2).
Vijfdaagse werkweek: om een vijfdaagse werkweek te verwezenlijken wordt op 52 dagen per kalenderjaar geen arbeid verricht, bovenop de zondag en de gebruikelijke feestdagen (art. 6.1.8).
Vrije zaterdagen: werknemers vanaf 13 uur per week in functiegroep 1 t/m 4 hebben recht op minimaal 15 vrije zaterdagen per jaar, in functiegroep 5 en 6 op minimaal 10 (art. 6.1.5 sub B).
Tijdsparen: tot maximaal zes maanden verlof kan worden gespaard met bovenwettelijke vakantiedagen (het aantal boven 20 dagen per jaar bij 37 uur), meeruren, overwerk en toeslagen uit het tijdschalenmodel. De aanvraagtermijn is minimaal even lang als de gewenste verlofperiode, met een minimum van drie maanden. Gespaarde tijd kan ook in geld worden uitbetaald, behalve bovenwettelijke vakantiedagen; die alleen aan het einde van het dienstverband (art. 6.4).
80-90-100-regeling: wie vanaf 1 januari 2026 7 jaar voor de AOW-leeftijd korter wil werken, kan 80% werken tegen 90% loon en met pensioenopbouw over 100% van het loon, maximaal 7 jaar. Voorwaarde is minimaal 8 dienstjaren bij de werkgever. Wie hiervan gebruikmaakt, heeft geen aanspraak op de extra vakantiedagen uit art. 9.3 (art. 9.2.2). De eerdere korter-werkenregeling (80% werken tegen 90% tot 50% werken tegen 75%) is sinds 1 januari 2026 voor nieuwe deelnemers gesloten (art. 9.2.1).
Vrijstellingen vanaf 55 jaar: een werknemer van 55 jaar of ouder kan niet worden verplicht in de avonduren (tenzij zij een winkel beheert) of overwerk te werken (art. 9.1).
Vakantiewerkers: voor scholieren en studenten die in een schoolvakantie maximaal acht weken werken, wordt het wettelijke vakantierecht aan het einde van het dienstverband verrekend met 15,7% van het genoten loon (20 dagen per jaar bij een volledig dienstverband plus 8% vakantiebijslag) (art. 10.3.1).
Overwerkvergoeding
Meeruren: arbeidsuren boven de contracturen tot 37 uur per week. Werknemer en werkgever maken samen afspraken over de opname; de werknemer bepaalt het tijdstip, tenzij gewichtige bedrijfsbelangen zich verzetten. De CAO noemt voor meeruren geen toeslag (art. 4.2.1 sub A en B).
Wat is overwerk? De uren die meer dan 9 uur per dag worden gewerkt (een overschrijding van maximaal een half uur, maximaal eenmaal per week, in aansluiting op het rooster telt niet mee), de uren op een zesde werkdag (tenzij binnen vier weken gecompenseerd door gelijkwaardige vrije tijd) en de uren boven gemiddeld 37 uur per week, berekend over drie maanden met peildata 1 maart, 1 juni, 1 september en 1 december. Overwerk wordt zo min mogelijk opgedragen en alleen na overleg met de werknemer (art. 4.2.1 sub C en D).
Toeslag: voor elk uur overwerk wordt het gebruikelijke uurloon uitbetaald plus een toeslag van 30%, met minimaal het wettelijk minimumuurloon. Valt het overwerk in een tijdvak waarvoor het tijdschalenmodel al een toeslag kent, dan worden de toeslagen bij elkaar opgeteld (art. 4.2.1 sub E t/m G).
Vrije tijd in plaats van geld: werkgever en werknemer kunnen overeenkomen dat in plaats van uitbetaling extra vrije tijd wordt gegeven, die binnen een maand na het overwerk moet worden opgenomen (art. 4.2.1 sub H).
Voor wie niet: de overwerkbepalingen gelden niet voor functiegroep 5 en 6 en niet voor medewerkers die niet in een functiegroep zijn ingedeeld, zoals een administratief medewerker (art. 4.2.1 sub I).
Tijdschalenmodel: afhankelijk van het tijdstip waarop u werkt, ontvangt u een toeslag op het uurloon volgens onderstaand schema (art. 4.2.2 sub A).
Dag
00.00 - 05.00 uur
05.00 - 07.00 uur
07.00 - 18.00 uur
18.00 - 21.00 uur
21.00 - 24.00 uur
Maandag t/m zaterdag
75%
25%
0%
0%
50%
Zondag
175%
125%
50%
125%
150%
De grens van het tijdschalenmodel mag incidenteel met een half uur worden overschreden om werkzaamheden af te maken of over te dragen; dan geldt de toeslag van het tijdblok waarin het werk volgens het rooster zou zijn uitgevoerd (art. 4.2.2 sub B).
Toeslagen in tijd: de toeslagen uit het tijdschalenmodel worden gecompenseerd in vrije tijd, op te nemen binnen 26 weken. Lukt dat niet, dan wordt de toeslag in geld uitgekeerd (art. 4.2.2 sub C).
Normale arbeidstijden: maandag t/m vrijdag tussen 7.00 en 18.00 uur en maximaal op twee van deze dagen tot 21.00 uur; zaterdag tussen 7.00 en 18.00 uur (art. 6.1.1). Niemand kan worden verplicht op zondag te werken (art. 6.1.3).
Avondwerk: bij noodgedwongen avondopenstelling kan een werknemer niet worden verplicht meer dan twee avonden per week te werken, behalve maximaal zes weken per jaar waarin drie avonden kunnen worden verplicht (art. 6.1.5 sub A).
Maaltijdvergoeding: wie de werkdag begint voor of op 14.00 uur en doorwerkt na 19.00 uur, krijgt een warme maaltijd van redelijke kwaliteit of een maaltijdvergoeding van € 7,00 netto op declaratiebasis (art. 4.2.3).
Roosters: werkroosters worden minimaal twee weken voor ingang bekendgemaakt. Gesplitste werktijden (pauze van meer dan één uur) kunnen niet worden verplicht (art. 6.1.4).
Parttimers: een parttimer met een vast maand- of weekloon heeft een garantie van minimaal 60% van de contracturen per week en kan worden verplicht maximaal 130% van de contracturen te werken. Verschillen worden in een voortschrijdend urensaldo bijgehouden en per 1 oktober afgerekend: een negatief saldo boven 25% van de wekelijkse contracturen wordt kwijtgescholden, een positief saldo boven 50% wordt in geld uitbetaald (art. 6.1.6).
Reiskostenvergoeding
Geen regeling: de CAO bevat geen reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer. Of u een vergoeding krijgt, volgt dus uit uw arbeidsovereenkomst of het beleid van uw werkgever.
Maaltijdvergoeding: de CAO kent wel een maaltijdvergoeding van € 7,00 netto voor wie voor of op 14.00 uur begint en doorwerkt na 19.00 uur. Zie het tabblad Overwerkvergoeding (art. 4.2.3).
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof heet in de CAO buitengewoon verlof (art. 6.3). Wanneer u er anders niet bij aanwezig kunt zijn, heeft u recht op verlof met behoud van loon (art. 6.3.1 sub A).
Gelegenheid
Verlof
Eigen ondertrouw
Een halve dag
Eigen huwelijk
Twee dagen
Eigen 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest of dienstjubileum
Eén dag
Bevalling van de echtgenote
Een week partnerverlof
Bijwonen van het huwelijk van een kind, ouder, broer of zus
Eén dag
Overlijden van de echtgenoot
Van de sterfdag tot en met de dag van de begrafenis
Overlijden van een ouder, schoonouder, eigen of aangehuwd kind
Eén dag, plus één dag voor het bijwonen van de begrafenis
Bijwonen van de begrafenis van grootouders, kleinkinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters
Eén dag
Bijwonen van het 25-, 40- of 50-jarig huwelijksfeest van ouders of schoonouders, en 25- of 40-jarig dienstjubileum van de echtgenoot
Eén dag
Wie valt eronder: onder ouders, kinderen, broers en zusters vallen ook stief- en pleegfamilie. Duurzame samenlevingsvormen die vooraf aan de werkgever zijn gemeld, worden voor het verlof met het huwelijk gelijkgesteld (art. 6.3.1 sub B).
Vakbondswerk: kaderleden of afgevaardigden die op uitnodiging vergaderingen of activiteiten van werknemersorganisaties bijwonen, krijgen ten hoogste 5 dagen per jaar verlof met behoud van loon. Vakbondsleden kunnen onder voorwaarden ten hoogste 3 dagen per jaar cursussen van werknemersorganisaties volgen (art. 6.3.2).
Examens: de noodzakelijke tijd voor het afleggen van examens voor een voor de beroepsuitoefening noodzakelijke opleiding (art. 6.3.2).
Solliciteren: na opzegging door de werkgever de benodigde tijd voor solliciteren of een sollicitatiegesprek op uitnodiging (art. 6.3.2).
Pensioencursus: eenmaal in de periode van 3 jaar voor de pensionering ten hoogste vijf dagen voor een cursus ter voorbereiding op de pensionering (art. 6.3.2).
Artsbezoek: de benodigde tijd voor een bezoek aan een arts of andere medische beroepsbeoefenaar, voor zover dat redelijkerwijs niet buiten werktijd kan (art. 6.3.2).
Wettelijk verlof: voor verlofvormen die de wet regelt, zoals zorgverlof, ouderschapsverlof en calamiteitenverlof, noemt de CAO geen eigen regeling. Raadpleeg daarvoor de wet.
Doorbetaling bij ziekte
Eerste 26 weken: de werkgever betaalt in het eerste ziektejaar, vanaf de tweede ziektedag, gedurende de eerste 26 weken 100% van het laatstverdiende brutoloon door, in afwijking van art. 7:629 BW (art. 7.2.1 sub A).
Week 27 t/m 52: 90% van het laatstverdiende brutoloon, maar ten minste het wettelijk minimumloon (art. 7.2.1 sub B).
Tweede ziektejaar (week 53 t/m 104): 80% van het laatstverdiende brutoloon, met een aanvulling tot maximaal 10 procentpunten als de werknemer zich voldoende inzet om de arbeidsgeschiktheid te benutten. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer (art. 7.2.1 sub C).
Eerste ziektedag: de eerste dag is een dag zonder loon (een loonindhouding die niet op het aantal vakantiedagen mag worden verrekend). Dat geldt niet bij zwangerschapsverlof of aan zwangerschap en bevalling gerelateerde arbeidsongeschiktheid, bij een chronische aandoening (doktersverklaring vereist) en bij arbeidsongeschiktheid als gevolg van een overval (art. 7.2.1 sub A en D).
Korter dan twee maanden in dienst: dan wordt het loon op de eerste dag niet ingehouden, maar geldt de wettelijke uitkering bij ziekte van 70% van het laatstverdiende brutoloon (art. 7.2.1 sub E).
WIA-keuring uitstellen: werkgever en werknemer kunnen samen besluiten de WIA-keuring uit te stellen. Dan wordt de loondoorbetaling niet verder verlaagd totdat het resultaat bekend is; bij een geslaagde re-integratie wordt het salaris niet verder verlaagd (art. 7.2.1 sub F).
Verlengde loondoorbetaling: de loonbetalingsverplichting wordt verlengd als de werkgever volgens het UWV onvoldoende re-integratie-inspanning heeft geleverd en daardoor een WIA-uitkering wordt geweigerd (art. 7.2.1).
Aanvulling bij re-integratie bij een andere werkgever: wie met een contract voor onbepaalde tijd bij een andere werkgever wordt gere-integreerd, krijgt een aanvulling (suppletiegarantie) tot 100% van het oude brutoloon in het eerste jaar, tot 90% in het tweede en tot 80% in het derde jaar, gerekend vanaf de eerste ziektedag (art. 7.2.2).
Ziek- en betermelding: meld u op de eerste ziektedag uiterlijk een uur voor aanvang van de dienst bij de werkgever, tenzij de werkgever andere schriftelijke voorschriften heeft vastgesteld. Bij herstel meldt u dat direct (art. 7.1.1).
Voorschriften en re-integratie: houdt u zich niet aan de verzuimvoorschriften of werkt u onvoldoende mee aan re-integratie, dan kan de werkgever (een deel van) het loon stopzetten voor de tijd dat u zonder deugdelijke grond niet meewerkt, schriftelijk en gemotiveerd (art. 7.1.2).
Vakantiedagen tijdens ziekte: werknemers worden gestimuleerd om vakantiedagen zoveel mogelijk in het jaar van opbouw op te nemen, ook tijdens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, als dat de re-integratie niet belemmert (art. 7.1.2 sub C).
Oproepkrachten: de bepalingen over ziekte gelden niet voor oproepkrachten (art. 2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering of winstuitkering.
Vakantiebijslag: 8% van het verdiende loon, met een minimum van het wettelijk minimumloon, uiterlijk in mei uitbetaald (art. 4.3). Zie ook het tabblad Vakantiedagen.
Thuiswerkvergoeding
Geen regeling: de CAO bevat geen thuiswerkvergoeding en geen thuiswerkregeling. Eventuele afspraken staan in uw arbeidsovereenkomst of in het beleid van uw werkgever.
Pensioenfonds
Geen regeling in de CAO: de CAO wijst geen pensioenfonds aan en bevat geen afspraken over de pensioenpremie of de verdeling daarvan. De pensioenregeling volgt daarom uit uw arbeidsovereenkomst of uit de regeling van uw werkgever.
Ouderschapsverlof (Protocol I): de werknemer krijgt de mogelijkheid om via de werkgever de pensioenopbouw tijdens ouderschapsverlof vrijwillig voort te zetten. De premieconsequenties zijn voor rekening van de werknemer.
80-90-100-regeling: bij deelname blijft de pensioenopbouw gebaseerd op 100% van het loon (art. 9.2.2). De eerdere korter-werkenregeling hield de pensioenopbouw ook op het oude niveau; werknemer en werkgever bleven de premie betalen over het 100%-loonniveau (art. 9.2.1 sub B).
Opzegtermijn
Geen eigen termijnen: de CAO bepaalt geen eigen opzegtermijnen. De dienstbetrekking eindigt door opzegging met een in acht te nemen opzegtermijn, en daarvoor gelden de wettelijke termijnen (art. 8.2.1 sub A).
Wettelijke termijnen: voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand. Voor de werkgever geldt 1 maand bij een dienstverband korter dan 5 jaar, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 7:672 BW).
Opzegging: bij voorkeur schriftelijk en tegen het einde van een loonbetalingsperiode. Gaat de werknemer niet akkoord met de opzegging of de termijn, dan is vooraf toestemming van het UWV of de kantonrechter nodig (art. 8.2.1 sub A en C).
Einde zonder opzegging: de dienstbetrekking eindigt zonder opzegtermijn tijdens een proeftijd, bij het bereiken van de AOW-leeftijd, bij afloop van een contract voor bepaalde tijd, bij ontslag op staande voet, krachtens een rechterlijke uitspraak en bij overlijden van de werknemer (art. 8.2.1 sub B).
Kaderleden: de werkgever mag de dienstbetrekking niet beëindigen op grond van het enkele feit dat de werknemer als kaderlid van een bij deze CAO betrokken vakbond staat ingeschreven (art. 8.2.1 sub D).
Reorganisatie of opheffing: opheffing, verkoop of overdracht, inkrimping, fusie of reorganisatie kan ontslag tot gevolg hebben. De werkgever informeert de werknemersorganisaties direct over een voorgenomen besluit. Wie ten minste vijf jaar onafgebroken in dienst is, kan onder voorwaarden aanspraak maken op een werk-naar-werktraject via Stichting Duurzame Inzetbaarheid Drogisterijen (DID) (art. 8.2.2).
Schorsing: de werkgever mag een werknemer met inhouding van loon schorsen bij gebleken gemis aan ijver en dienstbetrachting of niet-nakomen van de verplichtingen (maximaal twee dagen), bij een dringende reden tot ontslag (maximaal twee weken) en bij verdenking van een vergrijp dat een dringende reden tot ontslag kan zijn. Schorsing wordt schriftelijk bevestigd met reden en duur (art. 8.1).
Concurrentiebeding: de werkgever mag geen concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst opnemen (art. 3.1.3 sub A).
Uitzendkrachten: een uitzendkracht die een halfjaar via een uitzendorganisatie is werkzaam geweest, krijgt een arbeidsovereenkomst aangeboden als de werkzaamheden na een half jaar door de werkgever worden voortgezet (art. 3.1.3 sub B).
Verlenging van de CAO: de CAO wordt telkens voor één jaar stilzwijgend verlengd, tenzij een partij ten minste drie maanden voor het einde beëindiging of wijziging wenst (art. 10.1.1 sub B).
De loonschalen in bijlage 1 van de CAO gelden per 1 juli 2026, per 1 januari 2027 en per 1 juli 2027, telkens per uur, per periode van 4 weken en per maand. De loonsverhogingen zijn in de tabellen verwerkt. De bedragen zijn bruto en gelden bij een aanstelling van 37 uur per week; bij een kleiner contract is het loon evenredig lager. Het bedrag per 4 weken is het uurloon x 148 en het maandbedrag is het bedrag per 4 weken x 13/12 (referentiemaandlonen op basis van 260 werkbare dagen per jaar).
Per leeftijd of aantal functiejaren staan de bedragen per functiegroep. Een leeg vak betekent dat die combinatie niet voorkomt in de loonschaal. In functiegroep 1 is het loon voor werknemers van 21 jaar en ouder gelijk aan het wettelijk minimumloon (WML). Daarbij moet rekening worden gehouden met het aantal te werken uren per maand en het aantal werkbare dagen per jaar, en moet ten minste het wettelijk minimumuurloon worden betaald. In de tabellen per 1 januari 2027 en per 1 juli 2027 hebben functiegroep 1 en 2 de aantekening "met een minimum van WML": het loon mag nooit lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Raadpleeg daarom ook het huidige wettelijk minimumloon. Ervaringsjaren (19 en 20 jaar) en functiejaren (vanaf 21 jaar) staan op het tabblad Salarisverhogingen.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De volledige CAO-tekst (het CAO-boekje) en de samenvatting met salaristabel van de CAO voor zelfstandigde drogisterijen 2026 - 2027 zijn beschikbaar. De CAO heeft een looptijd van 1 juli 2026 t/m 31 december 2027.
De loonsverhogingen tijdens deze looptijd:
1 juli 2026: 2% salarisverhoging
1 januari 2027: 1,5% salarisverhoging
1 juli 2027: 1,25% salarisverhoging (of het WML-percentage, als dat hoger is)
Wilt u snel de belangrijkste afspraken uit deze CAO doornemen? Bekijk dan de samenvatting en salaristabel van de CAO drogisterijen 2026 - 2027, met onder meer de loonsverhogingen, vakantiedagen, vakantiebijslag, overwerktoeslag, tijdschalenmodel, bijzonder verlof en doorbetaling bij ziekte overzichtelijk op een rij.
Wilt u op de hoogte blijven van toekomstige ontwikkelingen in deze CAO? Meldt u dan hiernaast aan voor de gratis nieuwsbrief.