Samenvatting CAO Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie 2025 - 2026
Dit is de samenvatting van de CAO Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie 2025-2026.
Stamgegevens
Kerncijfers CAO Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie 2025-2026
| Looptijd | 1 september 2025 t/m 31 augustus 2026 (voorblad). |
| Cao-partijen | Werkgevers: NRK Werkgevers. Werknemers: CNV, De Unie en FNV. |
| Loonsverhoging | 3% structurele verhoging van de cao-loonschalen en salarissen per 1 september 2025 (bijlage 5.A). |
| Vakantiedagen | 20 wettelijke vakantiedagen, plus 4 tot 9 bovenwettelijke dagen afhankelijk van leeftijd (art. 7.1 lid 2). |
| Vakantietoeslag | 8% van het roosterinkomen per vakantietoeslagjaar (1 mei t/m 30 april), met een minimum van € 2.251,72 per jaar voor functievolwassen werknemers per 1 september 2025 (art. 5.7). |
| Overwerkvergoeding | 100% van het uursalaris in het weekend (za. 12.00 - ma. 00.00 uur) of op feestdagen, 50% op de overige uren (art. 5.6 lid 7). |
| Reiskostenvergoeding | € 0,21 per kilometer bij een woon-werkafstand van meer dan 10 km (enkele reis), tot maximaal 30 km enkele reis (art. 6.5). |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% (weken 1-26) en 95% (weken 27-52) in het eerste ziektejaar; 90% en 85% in het tweede ziektejaar (art. 10.4). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Geen dertiende maand. Wel een extra jaarlijkse uitkering van ten minste 3% van het roosterinkomen (art. 6.4). |
| Thuiswerkvergoeding | Deze cao regelt geen thuiswerkvergoeding. |
| Pensioenfonds | Pensioenfonds PGB. Gemiddelde vaste premie 31% of minder; werknemersbijdrage maximaal 40% daarvan (hoofdstuk 9, art. 3). |
| Opzegtermijn | Niet apart geregeld in de cao; hiervoor geldt artikel 7:672 BW (art. 2.1 lid 4). |
Salarisverhogingen
- 1 september 2025: 3% structurele verhoging van de cao-loonschalen en salarissen; schalen die daardoor onder het wettelijk minimumloon (WML) zouden uitkomen, worden op het niveau van het WML gesteld (bijlage 5.A).
- De verhoging geldt niet voor salarisgroep 0 (WML) en niet voor salarissen die al op het WML zijn gebaseerd (bijlage 5.A).
- Individuele salarissen worden met hetzelfde percentage verhoogd, tenzij er afwijkende individuele afspraken bestaan, zoals de afbouw van een persoonlijke toeslag (bijlage 5.A).
- Bedrijven die aantoonbaar niet in staat zijn de verhoging te dragen vanwege een bedreigde continuïteit, kunnen bij het Bedrijfstakbureau een tijdelijke of definitieve ontheffing aanvragen, uiterlijk 1 oktober 2025 (bijlage 5.A, hardheidsclausule).
Vakantiedagen
- Het vakantiejaar loopt van 1 juni tot 1 juni van het daaropvolgende jaar (art. 7.1 lid 1).
- 20 wettelijke vakantiedagen/diensten per vol vakantiejaar (art. 7.1 lid 2).
- Bovenwettelijke vakantiedagen naar leeftijd (peildatum: eerste dag van het vakantiejaar): tot 47 jaar 4 dagen, 47 t/m 51 jaar 5 dagen, 52 t/m 56 jaar 6 dagen, 57 t/m 61 jaar 7 dagen, 62-63 jaar 8 dagen, vanaf 64 jaar 9 dagen (art. 7.1 lid 2).
- Van de vakantieaanspraak wordt als regel ten minste 3 aaneengesloten kalenderweken opgenomen, doorgaans tussen juni en september; op verzoek kan dit worden verkort tot 2 aaneengesloten weken (art. 7.1 lid 4).
Overwerkvergoeding
- 100% van het uursalaris voor overwerk tussen zaterdag 12.00 uur en maandag 00.00 uur, of op een niet op zondag vallende feestdag (art. 5.6 lid 7a).
- 50% van het uursalaris voor overwerk op de overige uren (art. 5.6 lid 7b).
- Overwerk wordt binnen 4 weken door werkverlet ingehaald, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet (art. 5.6 lid 8).
- Over overwerkuren wordt geen ploegentoeslag toegekend (art. 5.6 lid 9).
- Werknemers vanaf 7 jaar voor de AOW-leeftijd worden op eigen verzoek niet meer uitgenodigd voor overwerk (art. 5.6 lid 2).
Reiskostenvergoeding
Artikel 6.5 regelt de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer:
- Recht op vergoeding vanaf een woon-werkafstand van meer dan 10 kilometer (enkele reis) (art. 6.5).
- Vergoeding: € 0,21 per kilometer, fiscaal onbelast, voor de volledige woon-werkafstand (heen en terug), met een maximum van 30 kilometer enkele reis (art. 6.5).
- Dit is een minimumregeling; in de onderneming kan met de OR of PVT een gunstigere regeling worden afgesproken (art. 6.5).
- Verlaagt de Belastingdienst de fiscaal maximale onbelaste kilometervergoeding, of worden de afstandsgrenzen beperkt, dan wordt de regeling zonder compensatie aangepast (art. 6.5).
Doorbetaling bij ziekte
- Eerste 26 weken: wettelijke loondoorbetaling van 70%, aangevuld tot 100% van het bruto maand(periode)inkomen (art. 10.4 lid 3b).
- Weken 27 t/m 52: 70% aangevuld tot 95% (art. 10.4 lid 3b).
- Tweede ziektejaar, weken 53 t/m 78: 70% aangevuld tot 90% (art. 10.4 lid 3b).
- Tweede ziektejaar, weken 79 t/m 104: 70% aangevuld tot 85% (art. 10.4 lid 3b).
- Vanaf de vierde ziekmelding in 12 maanden vervalt de doorbetaling/aanvulling over de eerste vier verzuimuren (art. 10.4 lid 3c).
- Werknemers die na 2 jaar gedeeltelijk (0-35%) arbeidsongeschikt blijven, krijgen een aflopende aanvulling op het inkomen: 80% (3e ziektejaar), 70% (4e), 60% (5e), 50% (6e jaar en verder) van het arbeidsongeschikte deel (art. 10.4 lid 6a).
- Volledig (80-100%) arbeidsongeschikte werknemers (IVA-gevallen) krijgen de eerste twee jaar van de volledige arbeidsongeschiktheid een garantie van 100% van het laatstverdiende loon (art. 10.4 lid 6b).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen dertiende maand, maar een extra jaarlijkse uitkering (art. 6.4):
- Ten minste 3% van het in dat jaar verdiende roosterinkomen (excl. overwerkverdiensten en vakantietoeslag) en van ontvangen wettelijke en bovenwettelijke ziekte-/arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
- 1% van dit percentage wordt altijd aan het einde van het jaar uitgekeerd, ongeacht het bedrijfsresultaat.
- De resterende 2% is afhankelijk van een winstverklaring van een erkend accountant en wordt uiterlijk in maart van het volgende jaar uitbetaald; is er geen winst gemaakt, dan vervalt dit deel.
- Per onderneming kan in overleg met de vakverenigingen in gunstige zin worden afgeweken, of een winstdelingsregeling (eventueel met spaarregeling) worden afgesproken in plaats van deze uitkering.
Thuiswerkvergoeding
De cao Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie regelt geen thuiswerkvergoeding.
Pensioenfonds
- Pensioenuitvoerder: Pensioenfonds PGB (hoofdstuk 9).
- Verplichte deelname voor iedere werknemer, met uitzondering van vakantiekrachten, AOW-gerechtigden en directieleden (hoofdstuk 9, art. 1).
- Uitkeringsovereenkomst met ouderdomspensioen, partner- en wezenpensioen, en premievrije voortzetting van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid (hoofdstuk 9, art. 2).
- Gemiddelde vaste pensioenpremie: 31% of minder van de som van de pensioengrondslagen in 2023 t/m 2026, zolang dit voldoende is voor een fiscaal maximale pensioenopbouw van 1,875% per dienstjaar (hoofdstuk 9, art. 3 lid 3).
- Werknemersbijdrage: maximaal 40% van de voor de werknemer aan het Pensioenfonds verschuldigde premie, ingehouden op het loon (hoofdstuk 9, art. 3 lid 4).
- Het pensioengevend salaris is gemaximeerd op € 84.238,- (niveau 2025) (hoofdstuk 9, art. 4).
Opzegtermijn
- Deze cao regelt de opzegtermijn niet apart; hiervoor gelden de wettelijke bepalingen van artikel 7:672 BW (art. 2.1 lid 4b).
- Proeftijd: maximaal 1 maand (tijdelijk contract van 6 maanden tot 2 jaar, of contract zonder kalenderdatum als einddatum) of 2 maanden (tijdelijk contract van 2 jaar of langer, of onbepaalde tijd); geen proeftijd bij een contract van 6 maanden of korter (art. 2.1 lid 1).
- De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de dag voorafgaand aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (art. 2.1 lid 5).
Salaristabel CAO Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie 2025-2026
De cao-lonen zijn ingedeeld in salarisgroep 0 (WML) en de functiejarenschalen A t/m J, oplopend naar ORBA-functiepunten. Binnen elke groep loopt het salaris op met het aantal functiejaren (0 t/m 10, met een aanloopschaal), tot de schaal "doodloopt" op het maximum van die groep. Onderstaande tabellen tonen het minimum maandloon en het loon per periode van 4 weken per 1 september 2025 (na de structurele verhoging van 3,0%); voor groep 0 geldt het wettelijk minimumloon.
Salarisschalen per 1 september 2025
Per maand
| Functiejarenschaal | Groep 0 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanloopschaal | € 2.359,30 | € 2.403,70 | € 2.442,55 | € 2.475,86 | € 2.498,07 | € 2.573,50 | € 2.672,96 | € 2.775,19 | € 2.963,30 | € 3.175,19 | |
| 0 | WML | € 2.459,58 | € 2.506,56 | € 2.568,68 | € 2.641,39 | € 2.726,22 | € 2.842,15 | € 2.952,73 | € 3.066,36 | € 3.275,42 | € 3.511,04 |
| 1 | € 2.483,07 | € 2.529,29 | € 2.595,18 | € 2.686,83 | € 2.777,79 | € 2.890,59 | € 3.006,52 | € 3.125,47 | € 3.342,85 | € 3.605,71 | |
| 2 | € 2.502,78 | € 2.552,77 | € 2.627,74 | € 2.720,17 | € 2.816,35 | € 2.937,60 | € 3.057,28 | € 3.181,53 | € 3.413,34 | € 3.703,45 | |
| 3 | € 2.523,18 | € 2.573,96 | € 2.661,13 | € 2.765,61 | € 2.865,61 | € 2.987,57 | € 3.108,74 | € 3.245,14 | € 3.489,07 | € 3.798,15 | |
| 4 | € 2.546,71 | € 2.602,01 | € 2.696,68 | € 2.808,79 | € 2.911,08 | € 3.039,84 | € 3.161,07 | € 3.302,74 | € 3.557,99 | € 3.893,60 | |
| 5 | € 2.632,31 | € 2.731,52 | € 2.856,53 | € 2.958,03 | € 3.084,54 | € 3.213,31 | € 3.361,04 | € 3.626,93 | € 3.989,80 | ||
| 6 | € 3.007,28 | € 3.136,03 | € 3.262,57 | € 3.414,85 | € 3.702,72 | € 4.091,31 | |||||
| 7 | € 3.315,56 | € 3.476,93 | € 3.772,36 | € 4.184,50 | |||||||
| 8 | € 3.532,99 | € 3.845,88 | € 4.282,94 | ||||||||
| 9 | € 3.917,82 | € 4.378,40 | |||||||||
| 10 | € 4.472,31 |
Per periode van 4 weken (ingaande 9e periode 2025)
| Functiejarenschaal | Groep 0 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aanloopschaal | € 2.170,30 | € 2.211,15 | € 2.246,89 | € 2.277,53 | € 2.297,96 | € 2.367,34 | € 2.458,84 | € 2.552,88 | € 2.725,92 | € 2.920,84 | |
| 0 | WML | € 2.262,55 | € 2.305,76 | € 2.362,91 | € 2.429,80 | € 2.507,83 | € 2.614,47 | € 2.716,20 | € 2.820,72 | € 3.013,04 | € 3.229,78 |
| 1 | € 2.284,16 | € 2.326,67 | € 2.387,28 | € 2.471,59 | € 2.555,27 | € 2.659,03 | € 2.765,67 | € 2.875,10 | € 3.075,07 | € 3.316,87 | |
| 2 | € 2.302,29 | € 2.348,28 | € 2.417,24 | € 2.502,26 | € 2.590,74 | € 2.702,28 | € 2.812,37 | € 2.926,66 | € 3.139,90 | € 3.406,77 | |
| 3 | € 2.321,06 | € 2.367,77 | € 2.447,95 | € 2.544,07 | € 2.636,06 | € 2.748,24 | € 2.859,70 | € 2.985,18 | € 3.209,57 | € 3.493,89 | |
| 4 | € 2.342,70 | € 2.393,57 | € 2.480,66 | € 2.583,78 | € 2.677,88 | € 2.796,33 | € 2.907,85 | € 3.038,16 | € 3.272,97 | € 3.581,69 | |
| 5 | € 2.421,44 | € 2.512,70 | € 2.627,70 | € 2.721,07 | € 2.837,45 | € 2.955,90 | € 3.091,80 | € 3.336,39 | € 3.670,19 | ||
| 6 | € 2.766,38 | € 2.884,81 | € 3.001,21 | € 3.141,30 | € 3.406,10 | € 3.763,57 | |||||
| 7 | € 3.049,96 | € 3.198,40 | € 3.470,17 | € 3.849,29 | |||||||
| 8 | € 3.249,97 | € 3.537,79 | € 3.939,84 | ||||||||
| 9 | € 3.603,98 | € 4.027,65 | |||||||||
| 10 | € 4.114,05 |
Voor salarisgroep 0 geldt het wettelijk minimumloon (WML); dit bedraagt per 1 juli 2025 € 14,40 per uur, oftewel € 2.505,60 per maand resp. € 2.312,86 per periode van 4 weken (maandtoetsloon/periodetoetsloon volgens SZW). Geel gearceerde bedragen in de brontabel (bedragen onder het WML) worden op het niveau van het WML gesteld. Voor jongeren mag in groep 0 het minimum jeugdloon worden gebruikt (bijlage 5.B).
Naar de pagina van de CAO Kunststof-, Rubber- en Lijmindustrie
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
