Samenvatting CAO Metaalbewerkingsbedrijf 2026 - 2028
De CAO Metaalbewerkingsbedrijf, een van de vijf CAO's in de sector Metaal en Techniek (kleinmetaal), heeft een looptijd van 1 februari 2026 t/m 31 januari 2028. Werknemers krijgen 3% loonsverhoging per 1 maart 2026 en € 115 bruto per maand per 1 maart 2027. In november 2026 volgt een eenmalige uitkering van € 132 bruto voor wie op 1 november 2026 in dienst is. Deze pagina vat de belangrijkste afspraken samen, met de salaristabellen per maand en per 4 weken.
Laatst gecontroleerd op 21 september 2026. Bron: CAO-tekst CAO Metaalbewerkingsbedrijf, looptijd 1 februari 2026 t/m 31 januari 2028 (artikelen 41, 41a en 76).
Stamgegevens
Stamgegevens CAO Metaalbewerkingsbedrijf 2026 - 2028
| Looptijd | 1 februari 2026 t/m 31 januari 2028; de CAO eindigt automatisch, opzegging is niet nodig (art. 76) |
| CAO-partijen | Werkgevers: Koninklijke Metaalunie, NGO-SBG (galvanotechnische industrie), Vereniging Graveren Sign (VGS) en Romazo (rolluiken, markiezen en zonwering). Werknemers: FNV, CNV en De Unie |
| Loonsverhoging | +3% per 1 maart 2026 en +€ 115 bruto per maand (€ 105,77 per 4 weken) per 1 maart 2027 (art. 41), plus een eenmalige uitkering van € 132 bruto in november 2026 voor wie op 1 november 2026 in dienst is (art. 41a) |
| Vakantiedagen | 200 vakantie-uren (meestal 25 dagen) per jaar bij gemiddeld 38 uur per week, plus extra vakantie-uren vanaf 55 jaar (art. 50 en 51) |
| Vakantietoeslag | 8% van het loon dat de werknemer sinds de laatste 1 juli heeft verdiend, opeisbaar op 30 juni (art. 59). Minimum-vakantiegeld: € 228,69 per maand van 1 maart 2026 t/m 28 februari 2027 en € 235,55 per maand vanaf 1 maart 2027 (art. 60) |
| Overwerkvergoeding | Van 0,607% (feestdag met vrije dag als compensatie) tot 1,12% (zondag/feestdag) van het maand- of vierwekensalaris per overuur (art. 42) |
| Reiskostenvergoeding | Geen vast bedrag per kilometer. Woon-werkverkeer: de werkgever stelt een redelijke vergoeding vast. Reizen om het werk te kunnen doen: werkelijke kosten openbaar vervoer (laagste klasse) of een redelijke vergoeding bij eigen vervoer, alleen voor het deel boven de normale reiskosten (art. 46) |
| Bijzonder verlof | Betaald kort verlof, onder meer 4 dagen bij overlijden van de partner of een inwonend kind, 2 dagen bij eigen huwelijk en 1 dag bij bevalling van de partner (art. 61); verlof voor vakbondswerk (art. 62) |
| Thuiswerkvergoeding | De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding; CAO-partijen vragen aandacht voor het SER-advies over hybride werken (voorwoord, punt 11) |
| Doorbetaling bij ziekte | Maximaal 24 maanden: de eerste 6 maanden 100% en de volgende 18 maanden 90% van het salaris (art. 67) |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | De CAO regelt geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Wel is er een eenmalige uitkering van € 132 bruto in november 2026 (art. 41a) |
| Pensioenfonds | Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). Het pensioenreglement bepaalt de premie; de werkgever betaalt het VPL-deel en mag een deel van de overige premie op het salaris inhouden (art. 69) |
| Opzegtermijn werkgever | Wettelijke regeling (art. 7:672 BW): 1 maand bij minder dan 5 jaar dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer; opzeggen tegen het einde van de maand (art. 16) |
| Opzegtermijn werknemer | Wettelijke regeling (art. 7:672 BW): 1 maand, opzeggen tegen het einde van de maand (art. 16) |
Salarisverhogingen
- 1 maart 2026: salarisverhoging van 3% (art. 41 lid 1)
- 1 maart 2027: salarisverhoging van € 115,00 bruto per maand, of € 105,77 per 4 weken (art. 41 lid 1)
- November 2026: eenmalige uitkering van € 132 bruto voor werknemers die op 1 november 2026 in dienst zijn (art. 41a). Bij een deeltijdcontract wordt de uitkering naar verhouding betaald (art. 2a lid 2)
- Loongroep A: op de datum van een salarisverhoging vanwege leeftijd krijgt de werknemer ten minste zijn huidige salaris plus het verschil tussen het tabelsalaris van zijn oude en nieuwe leeftijd (art. 41 lid 1)
- Werknemers van 50 jaar en ouder kunnen na overleg met de werkgever salarisverhogingen geheel of gedeeltelijk omzetten in vrije dagen, tot maximaal 22 dagen (176 uur). Voor meer dan 22 dagen is instemming van de werkgever nodig (art. 41 lid 2)
- In de salaristabellen hieronder zijn de verhogingen van 1 maart 2026 en 1 maart 2027 verwerkt
Vakantiedagen
- 200 vakantie-uren per jaar (meestal 25 dagen) bij een dienstrooster van vijf dagen per week met gemiddeld 38 uur per week (art. 50 lid 1)
- Korter dienstrooster of maar een deel van het jaar in dienst: vakantie naar evenredigheid (art. 50 lid 3 en 4)
- Extra vakantie-uren voor oudere werknemers, op 30 juni en op 31 december (mits ten minste 6 maanden in dienst): 55 jaar 8 uur (1 dag), 56 jaar 12 uur (1,5 dag), 57 jaar 20 uur (2,5 dagen), 58 of 59 jaar 32 uur (4 dagen), 60 jaar 40 uur (5 dagen), 61 tot en met 64 jaar 48 uur (6 dagen) en 65 jaar tot de AOW-leeftijd 50 uur (6¼ dag) (art. 51 lid 1a)
- Vanaf 1 januari 2027 worden de extra vakantie-uren van werknemers van 55 tot en met 57 jaar omgezet in loon, tenzij de werknemer uiterlijk 8 weken voor de omzetting aangeeft de uren te willen behouden (art. 51 lid 1b)
- Wie op 30 juni of 31 december langer dan 12 maanden volledig arbeidsongeschikt is, krijgt op dat moment geen extra vakantie-uren (art. 51 lid 3)
- Aaneengesloten vakantie: doorgaans tussen 30 april en 1 oktober en van 21 of meer kalenderdagen; verzet het bedrijfsbelang zich, dan ten minste 14 kalenderdagen (art. 54)
- Vakantiedagen vraagt de werknemer minimaal twee werkdagen van tevoren aan. De werkgever mag per jaar maximaal 3 collectieve vakantiedagen vaststellen; op een bouwwerk mogen dat er meer zijn (art. 55)
- Bij een tweede ziekmelding in een kalenderjaar schrijft de werkgever een vakantiedag af (maximaal 8 uur), behalve bij zwangerschap of bevalling (art. 52)
- Vakantie-uren sparen kan over een periode van 5 jaar tot maximaal 26 keer de gemiddelde arbeidsduur per week (art. 58 lid 3)
Overwerkvergoeding
Vergoeding per overuur, als percentage van het maandsalaris (bij betaling per 4 weken: van het vierwekensalaris), volgens artikel 42:
- Werkdag, eerste twee overuren direct voor of na het dienstrooster: 0,78% van het maandsalaris (0,84% per 4 weken); daarna 0,89% (0,97% per 4 weken)
- Zaterdag (geen feestdag): 0,89% (0,97% per 4 weken)
- Zondag (geen feestdag): 1,12% (1,21% per 4 weken)
- Feestdag: 1,12% (1,21% per 4 weken). Krijgt de werknemer op een andere dag in dezelfde of de volgende week vrij voor de overuren, dan 0,607% (0,658% per 4 weken)
- Overuren die niet direct aansluiten op het dienstrooster, terwijl de dagelijkse werktijd al is gewerkt: 0,89% (0,97% per 4 weken) (art. 42 lid 4)
- Geen vergoeding voor overwerk direct na de werktijd om het werk van die dag af te maken, als dat maar af en toe voorkomt en niet langer duurt dan een half uur (art. 42 lid 3)
- De werknemer kiest per kwartaal: geld, pensioen, of betaalde vrije tijd voor de overuren (maximaal 10 dagen per kalenderjaar) (art. 42 lid 5)
- Werkt de werknemer gemiddeld minder dan 38 uur per week, dan wordt het salaris eerst omgerekend naar een werkweek van 38 uur (art. 42 lid 7)
- Toeslag voor uren buiten het dagvenster (06.00 tot 18.00 uur): 18.00 tot 21.00 uur 0,09% (0,10% per 4 weken) per uur, 21.00 tot 24.00 uur 0,18% (0,20%) per uur en 00.00 tot 06.00 uur 0,30% (0,33%) per uur (art. 42a)
- Ploegendienst: toeslag van 14% van het maand- of vierwekensalaris (art. 45)
Reiskostenvergoeding
Artikel 46 regelt de reiskostenvergoeding. De CAO kent geen vast bedrag per kilometer en geen staffel naar reisafstand.
- Woon-werkverkeer: de werkgever stelt een redelijke vergoeding vast, tenzij er op ondernemings- of individueel niveau al een redelijke regeling is (art. 46 lid 1b)
- Reizen om het werk te kunnen doen: met openbaar vervoer krijgt de werknemer de werkelijke kosten in de laagste klasse; met vervoer van de werkgever geen vergoeding; met eigen vervoer (in opdracht of met toestemming van de werkgever) een redelijke vergoeding. In alle gevallen alleen voor het deel boven de kosten die de werknemer normaal maakt om naar zijn vaste werkplek te gaan (art. 46 lid 1a)
- Moet de werknemer langer dan een week buiten zijn woonplaats overnachten, dan mag hij elke week naar huis reizen; rond een feestdag krijgt hij ook een betaalde reis naar huis (art. 46 lid 2 en 3)
- Reistijd bij karweiwerk: 0,607% van het maandsalaris (0,658% per 4 weken) per volledig uur buiten het dienstrooster, en 1,12% (1,21% per 4 weken) op zondag en feestdagen. Alleen de reistijd die langer is dan de normale reistijd wordt vergoed (art. 44)
- Verblijfkosten: kosten van een vooraf goedgekeurd pension en andere redelijke verblijfkosten, en verblijfkosten bij plotseling overwerk als de werknemer 2 uur of langer na de normale tijd vertrekt, tenzij de werkgever een maaltijd verzorgt (art. 47)
Bijzonder verlof
Artikel 61 regelt kort verlof met doorbetaling van het salaris, artikel 62 verlof voor vakbondswerk en artikel 63 onbetaald verlof.
| Situatie (art. 61) | Verlof met doorbetaling van salaris |
|---|---|
| Overlijden van de partner, of van een kind of pleegkind dat bij de werknemer woont | 4 dagen achter elkaar |
| Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap | 2 dagen achter elkaar |
| Bevalling van de partner | 1 dag |
| Adoptie van een kind door de werknemer | 1 dag |
| Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een ouder, ouder van de partner, kind, kleinkind, broer, zus of broer/zus van de partner | 1 dag |
| Overlijden van een ouder, partner van de ouder, ouder van de partner, niet-inwonend (pleeg)kind, broer of zus | 1 dag |
| Bijwonen van de uitvaart van een ouder, partner van de ouder, ouder van de partner, niet-inwonend (pleeg)kind, broer of zus | 1 dag |
| Overlijden van opa of oma (ook van de partner), kleinkind, schoonzoon, schoondochter, broer of zus van de partner, of partner van een broer of zus, of het bijwonen van de uitvaart | 1 dag |
| 25- en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer | 1 dag |
| 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijksfeest van de ouders (of van de ouders van de partner) | 1 dag |
| Professie van een kind, broer of zus, of priesterwijding van een kind of broer | 1 dag |
| Keuring voor verplichte militaire dienst (geen doorbetaling als het Ministerie van Defensie een vergoeding geeft) | 1 dag |
| Examen voor een diploma of getuigschrift volgens de Wet educatie en beroepsonderwijs (inclusief een herexamen) | Zo lang als nodig is |
| Vakexamen voor een ander erkend diploma, in het belang van het bedrijf | Zo lang als nodig is, maximaal 2 dagen (langer naar redelijkheid van de werkgever) |
| Verplichting volgens de wet of van de overheid die de werknemer persoonlijk moet nakomen, zonder vergoeding | Naar redelijkheid van de werkgever, maximaal 1 dag |
| Stemmen bij verkiezingen | Maximaal 2 uur |
- Met partner bedoelt de CAO de echtgenoot of echtgenote of geregistreerde partner, of degene met wie de werknemer een duurzame gezamenlijke huishouding voert, mits de werknemer de naam van die persoon vooraf aan de werkgever heeft laten weten (art. 61)
- Kort verlof is geen extra vakantie: valt de gebeurtenis in een vakantie of op een vrije dag, dan bestaat daarna in de regel geen recht meer op kort verlof (aantekening bij art. 61)
- Verlof voor vakbondswerk: leden van een werknemersorganisatie krijgen vrij, met doorbetaling van salaris, voor het bijwonen van bijeenkomsten van hun organisatie als officieel afgevaardigde, en voor eigen rekening voor cursussen of scholing van hun organisatie (art. 62 lid 1)
- Leden van het Verantwoordingsorgaan van het pensioenfonds PMT krijgen vrij, met doorbetaling van salaris, voor vergaderingen; dit geldt zodra het PMT-bestuur de loonkosten aan de werkgever vergoedt (art. 62 lid 2)
- Onbetaald verlof: heeft de werknemer een verklaring van zijn vorige werkgever over resterende vakantiedagen, dan heeft hij recht op onbetaald verlof voor dat aantal dagen, mits hij dit vooraf aan de nieuwe werkgever heeft gemeld (art. 63)
- Zwangerschaps- en bevallingsverlof volgt de Wet arbeid en zorg (art. 66a); voor geboorteverlof verwijst de CAO naar de Wet invoering extra geboorteverlof
Doorbetaling bij ziekte
- Bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid betaalt de werkgever maximaal 24 maanden salaris door: de eerste 6 maanden 100% en de volgende 18 maanden 90% van het salaris dat de werknemer zou hebben verdiend (art. 67 lid 1a)
- Hervat de werknemer binnen die 24 maanden gedeeltelijk het werk, of werkt hij op arbeidstherapeutische basis, dan krijgt hij 100% van het salaris dat hij zou hebben verdiend, uiterlijk tot het einde van de 24 maanden (art. 67 lid 1b)
- Is vastgesteld dat er geen kans op herstel is en geen resterende verdiencapaciteit, dan krijgt de werknemer maximaal de eerste 24 maanden 100%. De werknemer kan dan een IVA-uitkering aanvragen bij het UWV (art. 67 lid 1c)
- Van het doorbetaalde salaris gaan onder meer uitkeringen uit wettelijk verplichte verzekeringen af (art. 67 lid 2)
- De werkgever hoeft maximaal 70% door te betalen als de arbeidsongeschiktheid is ontstaan door werk in strijd met het verbod op nevenwerk (art. 26), en betaalt niet door in de gevallen van art. 7:629 lid 3 BW (art. 67 lid 4)
- Perioden van arbeidsongeschiktheid mogen bij elkaar worden opgeteld: bij dezelfde oorzaak als er niet meer dan 6 maanden tussen zit, bij verschillende oorzaken als er niet meer dan 4 weken tussen zit (art. 67 lid 5)
- Ziekmelden: uiterlijk vóór 9.00 uur op de eerste ziektedag (art. 66). Bij een tweede ziekmelding in een kalenderjaar wordt een vakantiedag afgeschreven (art. 52)
- Zwangerschaps- en bevallingsverlof volgt de Wet arbeid en zorg (art. 66a)
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO Metaalbewerkingsbedrijf regelt geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering. De dertiende maand wordt in artikel 59 wel genoemd: die telt niet mee voor de berekening van het vakantiegeld, tenzij de onderneming een andere regeling heeft.
Wel is er een eenmalige uitkering van € 132 bruto in november 2026 voor werknemers die op 1 november 2026 in dienst zijn (art. 41a).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding en kent geen koppeling aan de fiscaal onbelaste norm. In het voorwoord (punt 11) vragen CAO-partijen aandacht voor het advies Hybride werken van de SER (Advies 22/04). Afspraken over thuiswerken en een eventuele vergoeding maakt de werkgever zelf met de werknemer.
Pensioenfonds
- Pensioenfonds: Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) in Den Haag (art. 69 lid 1)
- Het pensioenreglement bepaalt hoeveel premie de werkgever per werknemer betaalt. Het VPL-deel komt voor rekening van de werkgever. Voor de overige premie mag de werkgever een deel op het salaris inhouden (recht van verhaal): de helft van het premiepercentage dat niet VPL is, verminderd met een percentage dat is afgeleid van 0,57% van de loonsom van de bedrijfstak (art. 69 lid 2)
- Hoeveel de werkgever mag inhouden, staat op vakraad.nl en pmt.nl. Werkgevers die geen lid zijn van een werkgeversvereniging bij deze CAO moeten ook zijn aangesloten bij het pensioenfonds (verplichtstelling)
- Overlijdensuitkering: bij overlijden van een werknemer betaalt de werkgever het salaris aan de nagelaten betrekkingen vanaf de dag na het overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na de maand van overlijden (art. 70)
- Generatiepact: werknemers van 62 jaar of ouder kunnen verzoeken korter te gaan werken, met 60%, 70% of 80% van de normale werktijd tegen 80%, 85% of 90% van het salaris, met pensioenopbouw over 100%. De werkgever beslist; werknemers van 60 jaar en ouder hebben recht op de variant 80% werktijd voor 90% salaris volgens het reglement (art. 74a)
- Regeling Vervroegd Uittreden Metaal en Techniek (RVU): onder voorwaarden kunnen werknemers maximaal 36 maanden voor de AOW-leeftijd toetreden; de uitvoering staat in een aparte RVU-CAO (art. 74b)
- Zie ook: uitleg berekening pensioenpremie Metaal en Techniek en feiten en cijfers 2026 PMT
Opzegtermijn
- Werkgever en werknemer kunnen de arbeidsovereenkomst opzeggen. De opzegtermijnen staan in de wet (art. 7:672 BW). Opzeggen gebeurt tegen het einde van de maand bij een maandsalaris en tegen het einde van de vierwekenperiode bij een vierwekensalaris (art. 16)
- Opzegtermijn voor de werkgever: 1 maand bij een dienstverband van minder dan 5 jaar, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden bij 15 jaar of langer; 1 maand als de werknemer de AOW-leeftijd heeft bereikt (bijlage 11M)
- Opzegtermijn voor de werknemer: 1 maand (bijlage 11M)
- Proeftijd: standaard 2 maanden voor vaste arbeidsovereenkomsten en voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten van langer dan 6 maanden, schriftelijk vast te leggen. In de proeftijd kunnen beide partijen de arbeidsovereenkomst beëindigen tegen het einde van de werkdag (art. 14)
Bron: CAO-tekst CAO Metaalbewerkingsbedrijf, looptijd 1 februari 2026 t/m 31 januari 2028 (artikelen 14, 16, 41, 41a, 42 t/m 47, 50 t/m 60, 61 t/m 63, 66, 67, 69, 70, 74a, 74b en 76; bijlage 11M).
Salaristabel CAO Metaalbewerkingsbedrijf 2026 - 2028
Onderstaande salaristabellen tonen de bruto salarissen per salarisgroep (A t/m J) en functiejaren (voor werknemers van 21 jaar en ouder) resp. leeftijd (voor werknemers tot 21 jaar), gebaseerd op een dienstrooster van gemiddeld 38 uur per week. In de tabellen vanaf 1 maart 2026 en vanaf 1 maart 2027 zijn de loonsverhogingen verwerkt. De bedragen van salarisgroep A voor 16 tot en met 20 jaar en voor 0 functiejaren zijn de minimumloonbedragen per 1 januari 2026; wijzigt het wettelijk minimumloon, dan gelden de nieuwe wettelijke bedragen (art. 32 lid 2). Zie het huidige wettelijk minimumloon.
Per maand vanaf 1 februari 2026
Bruto salaris per maand vanaf 1 februari 2026: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 835,68 | 1.029 | 1.065 | ||
| 17 jaar | 956,79 | 1.156 | 1.196 | 1.220 | |
| 18 jaar | 1.211,13 | 1.424 | 1.474 | 1.503 | |
| 19 jaar | 1.453,35 | 1.678 | 1.739 | 1.773 | 1.824 |
| 20 jaar | 1.937,80 | 2.182 | 2.267 | 2.312 | 2.381 |
Bruto salaris per maand vanaf 1 februari 2026: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.422,25 | 2.670 | 2.774 | 2.829 | 2.915 | 3.054 | 3.292 | 3.557 | 3.876 | 4.264 |
| 1 | 2.601 | 2.748 | 2.796 | 2.854 | 2.965 | 3.122 | 3.357 | 3.630 | 3.963 | 4.349 |
| 2 | 2.619 | 2.771 | 2.815 | 2.886 | 3.020 | 3.184 | 3.425 | 3.698 | 4.041 | 4.435 |
| 3 | 2.645 | 2.790 | 2.838 | 2.909 | 3.062 | 3.250 | 3.499 | 3.777 | 4.126 | 4.531 |
| 4 | 2.809 | 2.854 | 2.941 | 3.120 | 3.314 | 3.565 | 3.852 | 4.210 | 4.611 | |
| 5 | 2.837 | 2.883 | 2.964 | 3.168 | 3.379 | 3.633 | 3.923 | 4.285 | 4.697 | |
| 6 | 2.862 | 2.911 | 3.012 | 3.219 | 3.444 | 3.699 | 3.993 | 4.365 | 4.787 | |
| 7 | 2.888 | 2.937 | 3.052 | 3.312 | 3.545 | 3.776 | 4.066 | 4.441 | 4.877 | |
| 8 | 4.140 | 4.531 | 4.965 | |||||||
| 9 | 4.602 | 5.048 | ||||||||
| 10 | 5.138 |
Per maand vanaf 1 maart 2026
Bruto salaris per maand vanaf 1 maart 2026: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 835,68 | 1.060 | 1.097 | ||
| 17 jaar | 956,79 | 1.191 | 1.232 | 1.257 | |
| 18 jaar | 1.211,13 | 1.467 | 1.518 | 1.548 | |
| 19 jaar | 1.453,35 | 1.728 | 1.791 | 1.826 | 1.879 |
| 20 jaar | 1.937,80 | 2.247 | 2.335 | 2.381 | 2.452 |
Bruto salaris per maand vanaf 1 maart 2026: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.422,25 | 2.750 | 2.857 | 2.914 | 3.002 | 3.146 | 3.391 | 3.664 | 3.992 | 4.392 |
| 1 | 2.679 | 2.830 | 2.880 | 2.940 | 3.054 | 3.216 | 3.458 | 3.739 | 4.082 | 4.479 |
| 2 | 2.698 | 2.854 | 2.899 | 2.973 | 3.111 | 3.280 | 3.528 | 3.809 | 4.162 | 4.568 |
| 3 | 2.724 | 2.874 | 2.923 | 2.996 | 3.154 | 3.348 | 3.604 | 3.890 | 4.250 | 4.667 |
| 4 | 2.893 | 2.940 | 3.029 | 3.214 | 3.413 | 3.672 | 3.968 | 4.336 | 4.749 | |
| 5 | 2.922 | 2.969 | 3.053 | 3.263 | 3.480 | 3.742 | 4.041 | 4.414 | 4.838 | |
| 6 | 2.948 | 2.998 | 3.102 | 3.316 | 3.547 | 3.810 | 4.113 | 4.496 | 4.931 | |
| 7 | 2.975 | 3.025 | 3.144 | 3.411 | 3.651 | 3.889 | 4.188 | 4.574 | 5.023 | |
| 8 | 4.264 | 4.667 | 5.114 | |||||||
| 9 | 4.740 | 5.199 | ||||||||
| 10 | 5.292 |
Per maand vanaf 1 maart 2027
Bruto salaris per maand vanaf 1 maart 2027: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 835,68 | 1.175 | 1.212 | ||
| 17 jaar | 956,79 | 1.306 | 1.347 | 1.372 | |
| 18 jaar | 1.211,13 | 1.582 | 1.633 | 1.663 | |
| 19 jaar | 1.453,35 | 1.843 | 1.906 | 1.941 | 1.994 |
| 20 jaar | 1.937,80 | 2.362 | 2.450 | 2.496 | 2.567 |
Bruto salaris per maand vanaf 1 maart 2027: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.422,25 | 2.865 | 2.972 | 3.029 | 3.117 | 3.261 | 3.506 | 3.779 | 4.107 | 4.507 |
| 1 | 2.794 | 2.945 | 2.995 | 3.055 | 3.169 | 3.331 | 3.573 | 3.854 | 4.197 | 4.594 |
| 2 | 2.813 | 2.969 | 3.014 | 3.088 | 3.226 | 3.395 | 3.643 | 3.924 | 4.277 | 4.683 |
| 3 | 2.839 | 2.989 | 3.038 | 3.111 | 3.269 | 3.463 | 3.719 | 4.005 | 4.365 | 4.782 |
| 4 | 3.008 | 3.055 | 3.144 | 3.329 | 3.528 | 3.787 | 4.083 | 4.451 | 4.864 | |
| 5 | 3.037 | 3.084 | 3.168 | 3.378 | 3.595 | 3.857 | 4.156 | 4.529 | 4.953 | |
| 6 | 3.063 | 3.113 | 3.217 | 3.431 | 3.662 | 3.925 | 4.228 | 4.611 | 5.046 | |
| 7 | 3.090 | 3.140 | 3.259 | 3.526 | 3.766 | 4.004 | 4.303 | 4.689 | 5.138 | |
| 8 | 4.379 | 4.782 | 5.229 | |||||||
| 9 | 4.855 | 5.314 | ||||||||
| 10 | 5.407 |
Per 4 weken vanaf 1 februari 2026
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 februari 2026: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 771,39 | 946 | 980 | ||
| 17 jaar | 883,19 | 1.063 | 1.100 | 1.122 | |
| 18 jaar | 1.117,96 | 1.310 | 1.356 | 1.382 | |
| 19 jaar | 1.341,55 | 1.543 | 1.599 | 1.630 | 1.678 |
| 20 jaar | 1.788,74 | 2.006 | 2.085 | 2.127 | 2.190 |
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 februari 2026: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.235,92 | 2.455 | 2.551 | 2.602 | 2.681 | 2.809 | 3.028 | 3.271 | 3.565 | 3.922 |
| 1 | 2.392 | 2.527 | 2.572 | 2.625 | 2.727 | 2.871 | 3.087 | 3.338 | 3.645 | 3.999 |
| 2 | 2.409 | 2.548 | 2.589 | 2.654 | 2.777 | 2.928 | 3.150 | 3.401 | 3.717 | 4.079 |
| 3 | 2.433 | 2.566 | 2.610 | 2.675 | 2.816 | 2.989 | 3.218 | 3.474 | 3.795 | 4.167 |
| 4 | 2.583 | 2.625 | 2.705 | 2.869 | 3.047 | 3.279 | 3.543 | 3.872 | 4.241 | |
| 5 | 2.609 | 2.651 | 2.726 | 2.914 | 3.108 | 3.341 | 3.608 | 3.941 | 4.320 | |
| 6 | 2.633 | 2.677 | 2.770 | 2.960 | 3.168 | 3.402 | 3.673 | 4.015 | 4.403 | |
| 7 | 2.656 | 2.701 | 2.807 | 3.046 | 3.261 | 3.473 | 3.740 | 4.085 | 4.485 | |
| 8 | 3.807 | 4.167 | 4.566 | |||||||
| 9 | 4.233 | 4.643 | ||||||||
| 10 | 4.725 |
Per 4 weken vanaf 1 maart 2026
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 maart 2026: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 771,39 | 975 | 1.009 | ||
| 17 jaar | 883,19 | 1.095 | 1.133 | 1.156 | |
| 18 jaar | 1.117,96 | 1.349 | 1.396 | 1.424 | |
| 19 jaar | 1.341,55 | 1.590 | 1.647 | 1.680 | 1.728 |
| 20 jaar | 1.788,74 | 2.067 | 2.148 | 2.190 | 2.256 |
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 maart 2026: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.235,92 | 2.529 | 2.628 | 2.680 | 2.761 | 2.893 | 3.118 | 3.370 | 3.672 | 4.039 |
| 1 | 2.464 | 2.603 | 2.649 | 2.704 | 2.809 | 2.957 | 3.180 | 3.439 | 3.754 | 4.120 |
| 2 | 2.481 | 2.625 | 2.667 | 2.734 | 2.861 | 3.016 | 3.244 | 3.503 | 3.828 | 4.201 |
| 3 | 2.506 | 2.643 | 2.688 | 2.756 | 2.901 | 3.079 | 3.315 | 3.578 | 3.909 | 4.292 |
| 4 | 2.661 | 2.704 | 2.786 | 2.956 | 3.139 | 3.377 | 3.649 | 3.988 | 4.368 | |
| 5 | 2.687 | 2.731 | 2.808 | 3.001 | 3.201 | 3.442 | 3.716 | 4.059 | 4.449 | |
| 6 | 2.711 | 2.758 | 2.853 | 3.049 | 3.262 | 3.504 | 3.783 | 4.135 | 4.535 | |
| 7 | 2.736 | 2.782 | 2.891 | 3.137 | 3.358 | 3.577 | 3.852 | 4.207 | 4.620 | |
| 8 | 3.922 | 4.292 | 4.703 | |||||||
| 9 | 4.359 | 4.782 | ||||||||
| 10 | 4.867 |
De bedragen per 4 weken zijn berekend door de onafgeronde bedragen per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197.
Per 4 weken vanaf 1 maart 2027
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 maart 2027: werknemers tot 21 jaar (salarisgroep A t/m E)
| Leeftijd | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 771,39 | 1.081 | 1.115 | ||
| 17 jaar | 883,19 | 1.201 | 1.239 | 1.262 | |
| 18 jaar | 1.117,96 | 1.455 | 1.502 | 1.529 | |
| 19 jaar | 1.341,55 | 1.695 | 1.753 | 1.785 | 1.834 |
| 20 jaar | 1.788,74 | 2.172 | 2.253 | 2.296 | 2.361 |
Bruto salaris per vier weken vanaf 1 maart 2027: werknemers van 21 jaar en ouder
| Functiejaren | A/2 | B/3 | C/4 | D/5 | E/6 | F/7 | G/8 | H/9 | I/10 | J/11 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 | 2.235,92 | 2.635 | 2.733 | 2.786 | 2.867 | 2.999 | 3.224 | 3.476 | 3.777 | 4.145 |
| 1 | 2.570 | 2.709 | 2.755 | 2.810 | 2.915 | 3.064 | 3.286 | 3.545 | 3.860 | 4.225 |
| 2 | 2.587 | 2.731 | 2.772 | 2.840 | 2.967 | 3.122 | 3.350 | 3.609 | 3.934 | 4.307 |
| 3 | 2.611 | 2.749 | 2.794 | 2.861 | 3.007 | 3.185 | 3.420 | 3.683 | 4.014 | 4.398 |
| 4 | 2.766 | 2.810 | 2.892 | 3.062 | 3.245 | 3.483 | 3.755 | 4.094 | 4.473 | |
| 5 | 2.793 | 2.836 | 2.914 | 3.107 | 3.306 | 3.547 | 3.822 | 4.165 | 4.555 | |
| 6 | 2.817 | 2.863 | 2.959 | 3.155 | 3.368 | 3.610 | 3.888 | 4.241 | 4.641 | |
| 7 | 2.842 | 2.888 | 2.997 | 3.243 | 3.464 | 3.682 | 3.957 | 4.312 | 4.725 | |
| 8 | 4.027 | 4.398 | 4.809 | |||||||
| 9 | 4.465 | 4.887 | ||||||||
| 10 | 4.973 |
De bedragen per 4 weken zijn berekend door de onafgeronde bedragen per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197.
Leerlingen BBL
Voor werknemers tot 21 jaar die een BBL-opleiding volgen (art. 32a lid 2, 33c en 33d) bepaalt de leeftijd bij de start van de BBL de tabel. De werknemer blijft in die tabel zolang hij een BBL-opleiding volgt, ook bij een vervolgopleiding in de BBL. Alleen volledig afgeronde leerjaren tellen mee.
Per maand vanaf 1 februari 2026
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 1.070 | 1.301 | 1.646 | 2.144 |
| 17 jaar | 1.209 | 1.540 | 1.932 | 2.593 |
| 18 jaar | 1.432 | 1.810 | 2.325 | |
| 19 jaar | 1.687 | 2.179 | ||
| 20 jaar | 2.034 |
Per maand vanaf 1 maart 2026
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 1.102 | 1.340 | 1.695 | 2.208 |
| 17 jaar | 1.245 | 1.586 | 1.990 | 2.671 |
| 18 jaar | 1.475 | 1.864 | 2.395 | |
| 19 jaar | 1.738 | 2.244 | ||
| 20 jaar | 2.095 |
Per maand vanaf 1 maart 2027
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 1.217 | 1.455 | 1.810 | 2.323 |
| 17 jaar | 1.360 | 1.701 | 2.105 | 2.786 |
| 18 jaar | 1.590 | 1.979 | 2.510 | |
| 19 jaar | 1.853 | 2.359 | ||
| 20 jaar | 2.210 |
Per 4 weken vanaf 1 februari 2026
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 984 | 1.196 | 1.514 | 1.972 |
| 17 jaar | 1.112 | 1.416 | 1.777 | 2.384 |
| 18 jaar | 1.317 | 1.664 | 2.138 | |
| 19 jaar | 1.552 | 2.004 | ||
| 20 jaar | 1.871 |
Per 4 weken vanaf 1 maart 2026
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 1.014 | 1.232 | 1.559 | 2.031 |
| 17 jaar | 1.145 | 1.459 | 1.830 | 2.456 |
| 18 jaar | 1.357 | 1.715 | 2.202 | |
| 19 jaar | 1.598 | 2.064 | ||
| 20 jaar | 1.927 |
Per 4 weken vanaf 1 maart 2027
| Startleeftijd BBL | Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 |
|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 1.119 | 1.338 | 1.665 | 2.136 |
| 17 jaar | 1.251 | 1.564 | 1.936 | 2.562 |
| 18 jaar | 1.462 | 1.820 | 2.308 | |
| 19 jaar | 1.704 | 2.170 | ||
| 20 jaar | 2.033 |
Participatiewet
Artikel 32b geldt voor werknemers met een WSW-indicatie, werknemers in de Wajong en werknemers met een arbeidsbeperking die hulp van de gemeente vragen en die volgens het UWV niet het wettelijk minimumuurloon kunnen verdienen.
- In de onderneming wordt bepaald hoeveel de werknemer kan verdienen, tussen 100% en 120% van het wettelijk minimumuurloon (het UWV bepaalt de verdiencapaciteit)
- Bij een verdiencapaciteit van 100% geldt een van de salaristabellen van artikel 32, 32a en 33
- De werkgever betaalt niet meer dan het salaris dat voor de werknemer geldt in de tabel in de onderneming; ontvangt de werknemer loonsubsidies, dan gaan die af van het salaris dat de werkgever betaalt
- Het wettelijk minimumuurloon was per 1 januari 2026 € 14,71; wijzigt het, dan geldt het nieuwe bedrag voor deze CAO
Bron: CAO-tekst CAO Metaalbewerkingsbedrijf, looptijd 1 februari 2026 t/m 31 januari 2028 (artikelen 32, 32a, 32b, 33, 33a t/m 33d).
Naar de pagina van de CAO Metaal en Techniek
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
