Samenvatting CAO interieurbouw en meubelindustrie 2026 - 2028
Dit is de samenvatting van de CAO Interieurbouw en Meubelindustrie 2026-2028.
Stamgegevens
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 31 januari 2028 |
| Cao-partijen | Koninklijke CBM (werkgevers) en FNV en CNV (werknemers) |
| Loonsverhoging | 2% per 1 juli 2026; structureel vast bedrag van € 109,40 bruto per maand per 1 januari 2027 (naar rato dienstverband) |
| Vakantiedagen | 24 vakantiedagen bij fulltime dienstverband (20 wettelijk + 4 bovenwettelijk), plus extra dagen vanaf 60 jaar en bij 25/40 jaar dienstverband |
| Vakantietoeslag | 8,33% van het inkomen |
| Overwerkvergoeding | 25% (dagvenster), 50% (nachtvenster/zaterdag), 100% (zondag), 200% (feestdag) op het uurloon, met hogere toeslagen boven 31 overuren per kwartaal |
| Reiskostenvergoeding | Woon-werkverkeer: € 0,23 per kilometer (vanaf 10 km, gemaximeerd op 40 km enkele reis); klus/dienstreis: € 0,35 bruto per kilometer eigen auto plus vergoeding van reistijd |
| Thuiswerkvergoeding | € 2,45 netto per thuisgewerkte dag (peildatum 1 juli 2026) |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% eerste ziektejaar, 70% tweede ziektejaar (beide tot het maximumdagloon Wfsv) |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Deze cao regelt dit niet specifiek; een eventuele eindejaarsuitkering is een individuele/bedrijfsafspraak |
| Pensioenfonds | Stichting Oak Pensioenfonds, premie 26,3% (2026), werkgever betaalt de helft |
| Opzegtermijn werkgever | Geen eigen cao-regeling; wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW) |
| Opzegtermijn werknemer | Geen eigen cao-regeling; wettelijke opzegtermijn (art. 7:672 BW) |
Salarisverhogingen
- Per 1 juli 2026 worden alle loonschalen en daadwerkelijke lonen verhoogd met 2% (art. 17.1).
- Per 1 januari 2027 worden alle loonschalen en daadwerkelijke lonen verhoogd met een structureel vast bedrag van € 109,40 bruto per maand. Dit vaste bedrag geldt naar rato van het dienstverband (art. 17.1).
- Deze loonsverhogingen zijn al verwerkt in de loonschalen van bijlage 2 (peildatum 1 juli 2026); de verhoging van 1 januari 2027 wordt daarna nog als apart vast bedrag toegevoegd.
- Naast deze collectieve verhogingen verhoogt de werkgever het individuele loon jaarlijks met een of meer treden, tot het maximum van de salarisschaal, mits de werknemer voldoende functioneert (art. 17.1).
- Werknemers die al meer verdienen dan de cao-lonen profiteren ook van de collectieve verhogingen, mits de werkgever een eigen beloningssysteem hanteert (art. 17.3).
Vakantiedagen
- Bij een fulltime dienstverband krijgt u 24 vakantiedagen per jaar: 20 wettelijke en 4 bovenwettelijke dagen. Bij parttime werk naar rato (art. 48.1).
- Vanaf 60 jaar krijgt u jaarlijks extra vakantiedagen, oplopend van 6 dagen (60 jaar) tot 10 dagen (64 jaar en ouder) (art. 48.3).
- Bij 25 jaar dienstverband krijgt u 2 extra vakantiedagen per jaar, bij 40 jaar dienstverband 3 extra dagen. Deze twee regelingen worden niet bij elkaar opgeteld (art. 48.4).
- U bouwt vakantiedagen op over de uren waarover u loon ontvangt, en ook tijdens arbeidsongeschiktheid, vakantie, zwangerschaps-/bevallingsverlof en toegestaan vakbondsverlof (art. 48.5).
Overwerkvergoeding
- Overwerk is werken langer dan de fulltime werkweek van het bedrijf. Werknemers ouder dan 60 jaar kunnen niet verplicht worden tot overwerk (art. 46.1-46.3).
- Toeslagen op het uurloon: 25% in het dagvenster (6:00-22:00 uur), 50% in het nachtvenster (22:00-6:00 uur) en op zaterdag, 100% op zondag, 200% op een feestdag (art. 46.7).
- Werkt u meer dan 31 uur over per kalenderkwartaal? Dan gelden voor de uren boven de 31 hogere toeslagen: 40% (dagvenster), 65% (nachtvenster/zaterdag) (art. 46.8).
- Voor overwerk op een andere locatie dan de vaste werkplek geldt dezelfde verhoogde toeslag boven 44 overuren per kwartaal (art. 46.8).
- Chauffeurs en bijrijders van zware vrachtwagens (≥ 7.500 kg) krijgen over hun eerste 3 overuren per week het normale uurloon, en daarna dezelfde toeslagen als hierboven (art. 47).
- Overuren kunnen worden uitbetaald of opgenomen als betaald verlof, in overleg met de werkgever (art. 46.7).
Reiskostenvergoeding
De cao kent twee aparte reiskostenregelingen (art. 30 en 30A):
Woon-werkverkeer
U ontvangt een vergoeding van € 0,23 per kilometer (heen en terug), berekend op basis van de kortste route volgens de ANWB-routeplanner. Bij een enkele reisafstand van minder dan 10 kilometer bestaat er geen recht op deze vergoeding. De vergoeding is gemaximeerd op 40 kilometer enkele reis (sinds 1 januari 2026; daarvoor 30 kilometer). Bestaande, gelijkwaardige of gunstigere individuele of collectieve reiskostenregelingen blijven van kracht (art. 30A).
Reizen voor een klus / dienstreis
Reist u vanaf uw werk naar een klus en terug, dan betaalt de werkgever voor deze reistijd uw normale uurloon (zonder toeslagen). Reist u rechtstreeks van huis naar een klus en is de reistijd langer dan uw normale woon-werkreistijd, dan wordt ook deze extra reistijd uitbetaald tegen uw uurloon. Gebruikt u uw eigen auto voor een klus, dan ontvangt u € 0,35 bruto per kilometer. De werkgever betaalt daarnaast uw reis- en verblijfkosten (art. 30).
Moet u voor controle naar de arbodienst? Dan vergoedt de werkgever de kosten op basis van de 2e klas van het openbaar vervoer, mits het kantoor van de arbodienst in een andere plaats ligt dan uw woonplaats (art. 31).
Doorbetaling bij ziekte
- Tijdens ziekte betaalt de werkgever uw inkomen door vanaf de dag van ziekmelding: 100% in het eerste ziektejaar, tot het maximumdagloon van de Wet financiering sociale verzekeringen (art. 84.1).
- Meldt u zich in hetzelfde kalenderjaar 3 keer of vaker ziek? Dan betaalt de werkgever bij de derde en volgende ziekmeldingen de eerste vier weken 90% in plaats van 100% — behalve bij een bedrijfsongeval of chronische ziekte, dan blijft het 100% (art. 84.2).
- Is de arbeidsongeschiktheid volgens de bedrijfsarts aan uw eigen schuld te wijten? Dan mag de werkgever het eerste jaar 70% in plaats van 100% betalen (art. 84.3).
- In het tweede ziektejaar betaalt de werkgever 70% van uw inkomen door, eveneens tot het maximumdagloon Wfsv. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geldt 100% voor de uren die u wel werkt en 70% voor de uren die u niet kunt werken (art. 85).
- Bent u na 2 jaar nog arbeidsongeschikt en heeft de werkgever onvoldoende gedaan aan re-integratie? Dan kan het UWV de werkgever verplichten maximaal 1 jaar langer 70% door te betalen (art. 86).
- Naast de wettelijke uitkeringen kent de cao drie extra arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (WAO-min, WAO-plus en een IVA-aanvulling van 5% van het dagloon) via het Pensioenreglement II van Oak Pensioenfonds (art. 87).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen cao-brede regeling voor een dertiende maand of eindejaarsuitkering. Een eindejaarsuitkering wordt in de cao alleen genoemd als voorbeeld van een looncomponent dat tot het "inkomen" gerekend wordt als de werkgever deze toekent (art. 16) — het is dus een eventuele individuele of bedrijfsafspraak, geen verplicht onderdeel van deze cao.
Thuiswerkvergoeding
Werkt u thuis, dan heeft u recht op een thuiswerkvergoeding per thuisgewerkte dag. Op peildatum 1 juli 2026 bedraagt deze € 2,45 netto per dag. De werkgever keert deze vergoeding onbelast uit. Wijzigt het fiscaal vrijgestelde bedrag voor thuiswerken in de toekomst, dan wordt de vergoeding automatisch aan dat nieuwe bedrag aangepast (art. 29).
Pensioenfonds
- Werknemers in de Interieurbouw en Meubelindustrie bouwen pensioen op bij de Stichting Oak Pensioenfonds. Het betreft een middelloonregeling.
- De pensioenpremie bedraagt in 2026 26,3% van de pensioengrondslag; de werkgever betaalt hiervan de helft.
- De pensioenrichtleeftijd is 68 jaar; eerder of later met pensioen gaan is mogelijk (vanaf vijf jaar voor de AOW-leeftijd tot uiterlijk 70 jaar).
- Het opbouwpercentage bedraagt jaarlijks 1,875% ouderdomspensioen over de pensioengrondslag.
- De franchise (het deel van het loon waarover geen pensioen wordt opgebouwd, vanwege de AOW) bedraagt in 2026 € 19.846; het maximum pensioengevend loon is in 2026 € 74.158 (met een excedentregeling voor het meerdere) (bijlage 4).
Opzegtermijn
Deze cao kent geen eigen, van de wet afwijkende opzegtermijn. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst geldt de wettelijke opzegtermijn van artikel 7:672 van het Burgerlijk Wetboek, via de procedure uit boek 7 titel 10 afdeling 9 BW (art. 14.1). Bereikt u de AOW-leeftijd, dan stopt de arbeidsovereenkomst direct, zonder opzegtermijn (art. 14.2).
Bron: cao-tekst CAO Interieurbouw en Meubelindustrie, looptijd 1 juli 2026 t/m 31 januari 2028 (artikelen 14, 16, 17, 29, 30, 30A, 31, 46, 47, 48, 57, 83 t/m 87, 97 en bijlage 4).
Salaristabel CAO interieurbouw en meubelindustrie 2026-2028
Hieronder de bruto salarisschalen per functiegroep (A t/m G), geldend per 1 juli 2026 (inclusief de verhoging van 2% van die datum). De verhoging van € 109,40 bruto per maand per 1 januari 2027 komt hier per die datum nog bovenop.
Salarisschalen per maand (per 1 juli 2026)
| Leeftijd / trede | A | B | C | D | E | F | G |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | € 993 | € 1.514 | € 1.538 | ||||
| 17 jaar | € 1.241 | € 1.577 | € 1.603 | ||||
| 18 jaar | € 1.551 | € 1.704 | € 1.731 | ||||
| 19 jaar | € 1.861 | € 1.893 | € 1.923 | € 2.008 | |||
| 20 jaar | € 2.171 | € 2.208 | € 2.244 | € 2.342 | € 2.456 | ||
| Trede 0 | € 2.906 | € 3.151 | |||||
| Trede 1 | € 2.482 | € 2.524 | € 2.564 | € 2.677 | € 2.807 | € 3.005 | € 3.257 |
| Trede 2 | € 2.565 | € 2.610 | € 2.645 | € 2.762 | € 2.895 | € 3.104 | € 3.362 |
| Trede 3 | € 2.652 | € 2.696 | € 2.727 | € 2.848 | € 2.983 | € 3.203 | € 3.468 |
| Trede 4 | € 2.743 | € 2.783 | € 2.808 | € 2.933 | € 3.071 | € 3.302 | € 3.573 |
| Trede 5 | € 2.869 | € 2.889 | € 3.019 | € 3.159 | € 3.401 | € 3.679 | |
| Trede 6 | € 2.971 | € 3.104 | € 3.247 | € 3.500 | € 3.785 | ||
| Trede 7 | € 3.335 | € 3.599 | € 3.890 |
Salarisschalen per week (per 1 juli 2026)
| Leeftijd / trede | A | B | C | D | E | F | G |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | € 228 | € 348 | € 354 | ||||
| 17 jaar | € 285 | € 363 | € 369 | ||||
| 18 jaar | € 357 | € 392 | € 398 | ||||
| 19 jaar | € 428 | € 435 | € 442 | € 462 | |||
| 20 jaar | € 499 | € 508 | € 516 | € 539 | € 565 | ||
| Trede 0 | € 668 | € 725 | |||||
| Trede 1 | € 571 | € 580 | € 590 | € 616 | € 646 | € 691 | € 749 |
| Trede 2 | € 590 | € 600 | € 608 | € 635 | € 666 | € 714 | € 773 |
| Trede 3 | € 610 | € 620 | € 627 | € 655 | € 686 | € 737 | € 798 |
| Trede 4 | € 631 | € 640 | € 646 | € 675 | € 706 | € 759 | € 822 |
| Trede 5 | € 660 | € 665 | € 694 | € 727 | € 782 | € 846 | |
| Trede 6 | € 683 | € 714 | € 747 | € 805 | € 870 | ||
| Trede 7 | € 767 | € 828 | € 895 |
BBL-loonschaal B1 (per 1 juli 2026)
Schaal B1 geldt voor jeugdige werknemers die de Basisberoepsopleiding of Vakopleiding via de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL) volgen (art. 17.4).
| Leeftijd / trede | Per week | Per maand |
|---|---|---|
| 16 jaar | € 228 | € 993 |
| 17 jaar | € 285 | € 1.241 |
| 18 jaar | € 357 | € 1.551 |
| 19 jaar | € 428 | € 1.861 |
| 20 jaar | € 499 | € 2.171 |
| Trede 1 | € 571 | € 2.482 |
| Trede 2 | € 579 | € 2.515 |
| Trede 3 | € 598 | € 2.601 |
Bron: cao-tekst CAO Interieurbouw en Meubelindustrie, looptijd 1 juli 2026 t/m 31 januari 2028 (bijlage 2).
Naar de pagina van de CAO interieurbouw en meubelindustrie
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
