Samenvatting CAO mortelbedrijven 2026
Dit is de samenvatting van de CAO Mortelbedrijven 2026.
Stamgegevens
Kerncijfers CAO Mortelbedrijven 2026
| Looptijd | 1 januari 2026 t/m 31 december 2026; de cao eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging is vereist |
| Cao-partijen | 14 individuele werkgevers uit de betonmortelindustrie (o.a. Kijlstra Betonmortel, Bontrup Betonmortel Amsterdam, Goudse Betonmortel Centrale, Mobile Concrete Group, Royackers Beton, Betoncentrale Zoeterwoude) enerzijds; FNV en CNV anderzijds |
| Loonsverhoging | Nieuwe garantielonen en salarisschalen per 1 januari 2026, verschillend per functiegroep (geen vast percentage genoemd in de cao) |
| Vakantiedagen | 25 werkdagen (18 t/m 49 jaar), oplopend tot 36 dagen vanaf 59 jaar; 29 dagen voor werknemers jonger dan 18 jaar |
| Vakantietoeslag | 8% van het bruto loon over de periode 1 juni t/m 31 mei, uitbetaald in juni |
| Overwerkvergoeding | Toeslag van 30% tot 150% afhankelijk van tijdstip; ongemakkentoeslag van 30% voor uren tussen 18.00-06.00 uur; bij samenloop geldt de hoogste toeslag |
| Reiskostenvergoeding | Woon-werkverkeer: maximaal fiscaal onbelaste bedrag per km per gewerkte dag (max. 75 km enkele reis, min. € 2,62/dag); dienstreizen: € 0,42/km |
| Opzegtermijn werkgever | 1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand |
Salarisverhogingen
- De cao stelt geen los verhogingspercentage vast, maar legt per 1 januari 2026 nieuwe absolute garantielonen en salarisschalen vast voor alle functiegroepen (Bijlage I art. 3 voor productiepersoneel, Bijlage II art. 2 voor leidinggevend, toezichthoudend, hoger technisch en administratief personeel).
- De hoogte van de verhoging verschilt dus per functiegroep; zie de salaristabellen onderaan deze pagina voor de nieuwe bedragen.
- Het garantieuurloon/salaris van jeugdige werknemers (t/m 17 jaar) wordt met ingang van hun verjaardag herzien (art. 18 lid 1).
- Het wettelijk minimumloon wordt steeds per 1 januari en 1 juli verhoogd; is het overeengekomen loon hierdoor lager dan het wettelijk minimumloon, dan heeft de werknemer recht op het wettelijk minimumloon (art. 18 lid 2).
- Werknemers van 18 jaar en ouder onder Bijlage II ontvangen jaarlijks, als regel per 1 januari, een periodieke verhoging totdat het einde van de salarisschaal is bereikt (Bijlage II art. 2).
Vakantiedagen
- Het vakantiejaar loopt van 1 januari t/m 31 december (art. 14 lid 1).
- Aantal vakantiedagen per jaar, afhankelijk van de leeftijd (peildatum 1 januari, art. 14 lid 2):
| Leeftijd | Vakantiedagen per jaar |
|---|---|
| Jonger dan 18 jaar | 29 werkdagen |
| 18 t/m 49 jaar | 25 werkdagen |
| 50 jaar | 26 werkdagen |
| 51 jaar | 27 werkdagen |
| 52 jaar | 28 werkdagen |
| 53 jaar | 29 werkdagen |
| 54 jaar | 30 werkdagen |
| 55 jaar | 32 werkdagen |
| 56 jaar | 33 werkdagen |
| 57 jaar | 34 werkdagen |
| 58 jaar | 35 werkdagen |
| 59 jaar en ouder | 36 werkdagen |
- De werknemer heeft recht op 3 weken aaneengesloten zomervakantie, op verzoek te verlengen met 1 week in overleg met de werkgever (art. 14 lid 3).
- Wettelijke vakantiedagen vervallen 6 maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd; voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een vervaltermijn van 5 jaar (art. 14 lid 4 sub e).
- De werkgever mag jaarlijks, met instemming van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, maximaal 2 collectieve vakantiedagen vaststellen (art. 14 lid 4 sub c).
Overwerkvergoeding
- Overwerk is arbeid boven 9 uur per dag of boven 160 uur per vier weken/173,33 uur per maand, opgedragen door de werkgever (art. 12 lid 1).
- Werknemers van 50 jaar of ouder kunnen niet worden verplicht tot overwerk, tenzij de werkgever hiervoor zwaarwegende argumenten heeft (art. 12 lid 6).
- Ongemakkentoeslag: 30% voor normale werkuren tussen 18.00 en 06.00 uur, buiten het dagdienstvenster (art. 22 lid 2).
- Overwerktoeslag (art. 22 lid 3):
- 30% voor overwerkuren tussen 5.00 en 20.00 uur
- 60% voor overwerkuren tussen 20.00 en 5.00 uur
- 100% voor overwerkuren op zaterdag/zondag of op een niet-in-het-weekend vallende feestdag
- 150% voor overwerk op een feestdag die op zaterdag of zondag valt
- Voor hetzelfde uur kan niet zowel ongemakkentoeslag als overwerktoeslag gelden; bij samenloop geldt de hoogste toeslag (art. 22 lid 4).
- Voor werknemers in salarisgroep V, VI of VII van Bijlage II kan schriftelijk worden afgesproken dat overwerk in het loon is inbegrepen (art. 12 lid 4).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer (art. 31 lid 1): bij gebruik van openbaar of eigen vervoer geldt per feitelijk gewerkte dag een vergoeding ter hoogte van het maximaal fiscaal onbelaste bedrag per kilometer, met een maximum van 75 kilometer per enkele reis. Stijgt het maximaal fiscaal onbelaste bedrag per kilometer, dan gaat de woon-werkvergoeding met dezelfde verhoging omhoog. Er geldt een minimale vergoeding van € 2,62 per feitelijk gewerkte dag.
Dienstreizen (werk-gerelateerd vervoer, niet zijnde woon-werkverkeer, art. 31 lid 2): een werknemer die in opdracht van de werkgever een eigen vervoermiddel gebruikt voor werkzaamheden, ontvangt hiervoor € 0,42 per kilometer.
Bedrijfsvervoermiddel (art. 31 lid 3): een werknemer die als bestuurder van een door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel optreedt, krijgt de gehele duur van de reis vergoed.
De cao koppelt de woon-werkvergoeding dus rechtstreeks aan het fiscaal maximaal onbelaste kilometerbedrag van de Belastingdienst; wijzigt dit bedrag, dan wijzigt de vergoeding automatisch mee.
Opzegtermijn
- Opzegging kan uitsluitend geschieden tegen de laatste dag van de kalenderweek en vindt bij voorkeur schriftelijk plaats (art. 8 lid 4).
- De door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn is afhankelijk van de duur van het dienstverband:
| Duur dienstverband | Opzegtermijn werkgever |
|---|---|
| Korter dan 5 jaar | 1 maand |
| 5 jaar tot 10 jaar | 2 maanden |
| 10 jaar tot 15 jaar | 3 maanden |
| 15 jaar of langer | 4 maanden |
- De door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bedraagt één maand (art. 8 lid 4).
- Een proeftijd bedraagt, afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst: geen (≤ 6 maanden), 1 maand (≥ 6 maanden en < 2 jaar) of 2 maanden (> 2 jaar) (art. 8 lid 2).
Bron: cao-tekst CAO Mortelbedrijven, looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (art. 2, 4, 8, 12, 14, 18, 21, 22, 31, Bijlage I art. 3, Bijlage II art. 2).
Salaristabel CAO Mortelbedrijven 2026
Hieronder de garantielonen en salarisschalen zoals die met ingang van 1 januari 2026 gelden voor de Mortelbedrijven CAO, zowel voor productiepersoneel (Bijlage I) als voor leidinggevend, toezichthoudend, hoger technisch en administratief personeel (Bijlage II).
Garantielonen productiepersoneel (Bijlage I) per 1 januari 2026
| Groep | Uurloon | Weekloon | Vierwekenloon | Maandloon |
|---|---|---|---|---|
| I | € 19,58 | € 783,20 | € 3.132,80 | € 3.393,87 |
| II | € 19,87 | € 794,80 | € 3.179,20 | € 3.444,13 |
| III | € 20,29 | € 811,60 | € 3.246,40 | € 3.516,93 |
| IV | € 21,09 | € 843,60 | € 3.374,40 | € 3.655,60 |
| V | € 21,75 | € 870,00 | € 3.480,00 | € 3.770,00 |
Groepsindeling (art. 2 Bijlage I): groep I (o.a. assistent-laborant, chauffeur, hulpmonteur), groep II (o.a. allround chauffeur, assistent-mengmeester), groep III (o.a. allround chauffeur met ervaring, bankwerker, kraanmachinist), groep IV (o.a. allround bankwerker, allround kraanmachinist, draaier), groep V (o.a. hoofdmonteur, chauffeur betonpompmixer).
Jeugdlonen productiepersoneel (Bijlage I)
Niet in opleiding (werknemers onder de 18 jaar zonder leerovereenkomst Wet Educatie Beroepsonderwijs; staffel op groep I, Bijlage I art. 3 sub d.1):
| Leeftijd | Staffel | Uurloon | Weekloon | Vierwekenloon | Maandloon |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 80% | € 15,66 | € 626,40 | € 2.505,60 | € 2.714,40 |
| 17 jaar | 90% | € 17,62 | € 704,80 | € 2.819,20 | € 3.054,13 |
In opleiding (werknemers onder de 18 jaar met leerovereenkomst Wet Educatie Beroepsonderwijs; staffel op groep II, Bijlage I art. 3 sub d.2):
| Leeftijd | Staffel | Uurloon | Weekloon | Vierwekenloon | Maandloon |
|---|---|---|---|---|---|
| 16 jaar | 80% | € 15,90 | € 636,00 | € 2.544,00 | € 2.756,00 |
| 17 jaar | 90% | € 17,88 | € 715,20 | € 2.860,80 | € 3.099,20 |
Inloopschaal productiepersoneel (Bijlage I)
Voor een werknemer die nog nooit eerder in de bedrijfstak heeft gewerkt en voorafgaand langdurig werkloos was, geldt gedurende maximaal één jaar de onderstaande inloopschaal (Bijlage I art. 3 sub e), berekend als het wettelijk minimumloon vermeerderd met een percentage van het verschil met groep I:
| Periode | Uurloon | Weekloon | Vierwekenloon | Maandloon |
|---|---|---|---|---|
| Eerste 26 weken (25%) | € 15,93 | € 637,20 | € 2.548,80 | € 2.761,20 |
| Tweede 26 weken (50%) | € 17,15 | € 686,00 | € 2.744,00 | € 2.972,67 |
Na één jaar geldt bij gebleken geschiktheid de salarisschaal die bij de functie hoort. Daarnaast wordt bij aanvang van het dienstverband een vakopleiding aangeboden.
Maandsalarissen leidinggevend en administratief (Bijlage II)
| Functiegroep | Minimum per maand | Maximum per maand | Stapgrootte | Lengte functieschaal |
|---|---|---|---|---|
| II | € 2.999,39 | € 3.507,95 | € 63,57 | 8 jaar |
| III | € 3.192,24 | € 3.996,22 | € 80,40 | 10 jaar |
| IV | € 3.430,98 | € 4.596,55 | € 97,13 | 12 jaar |
| V | € 3.788,63 | € 4.981,40 | € 99,40 | 12 jaar |
| VI | € 4.028,92 | € 5.779,18 | € 125,02 | 14 jaar |
| VII | € 4.387,35 | € 6.417,55 | € 135,35 | 15 jaar |
Voor jeugdige werknemers onder 18 jaar geldt een leeftijdsstaffel op het minimum van de schaal: 16 jaar 80%, 17 jaar 90% (Bijlage II art. 2 lid 2).
Vierwekensalarissen leidinggevend en administratief (Bijlage II)
| Functiegroep | Minimum per 4 weken | Maximum per 4 weken | Stapgrootte | Lengte functieschaal |
|---|---|---|---|---|
| II | € 2.768,68 | € 3.238,10 | € 58,68 | 8 jaar |
| III | € 2.946,66 | € 3.688,82 | € 74,22 | 10 jaar |
| IV | € 3.167,05 | € 4.242,96 | € 89,66 | 12 jaar |
| V | € 3.497,21 | € 4.598,22 | € 91,75 | 12 jaar |
| VI | € 3.718,99 | € 5.334,63 | € 115,40 | 14 jaar |
| VII | € 4.049,86 | € 5.923,89 | € 124,94 | 15 jaar |
Inloopschaal leidinggevend en administratief (Bijlage II)
Voor een werknemer die nog nooit eerder in de bedrijfstak heeft gewerkt en voorafgaand langdurig werkloos was, geldt gedurende maximaal één jaar de onderstaande inloopschaal (Bijlage II art. 2 lid 3):
| Periode | Minimum maandloon | Minimum vierwekenloon |
|---|---|---|
| Eerste 26 weken (25%) | € 2.662,40 | € 2.457,60 |
| Tweede 26 weken (50%) | € 2.775,07 | € 2.561,60 |
Na één jaar geldt bij gebleken geschiktheid de salarisschaal die bij de functie hoort. Daarnaast wordt bij aanvang van het dienstverband een vakopleiding aangeboden.
Bron: cao-tekst CAO Mortelbedrijven, looptijd 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (Bijlage I art. 2 en 3, Bijlage II art. 2 en 3).
Naar de pagina van de CAO Mortelbedrijven
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
