Samenvatting CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf 2026 - 2028
Dit is de samenvatting van de CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf 2026-2028.
Stamgegevens
Kerngegevens CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf 2026 - 2028
| Looptijd | 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (art. 64) |
| Cao-partijen | Schoonmakend Nederland en CNV |
| Loonsverhoging | 3,1% per 1 januari 2027 en 3% per 1 januari 2028, plus een eindejaarsuitkering van 5% (art. 18 en art. 20) |
| Vakantiedagen | 10% vakantie-uren opbouw per gewerkt uur (7,69% wettelijk + 2,31% bovenwettelijk); bij een fulltime dienstverband (38 uur/week) ca. 197,6 vakantie-uren (ca. 26 dagen) per jaar (art. 28) |
| Vakantietoeslag | 8%, uitbetaald in mei (art. 26) |
| Overwerkvergoeding | Geen aparte overwerktoeslag (art. 23 is vervallen); wel toeslagen tot 150% voor bijzondere uren en feestdagen (art. 22) |
| Reiskostenvergoeding | Tot 1 januari 2027 gestaffeld naar reisafstand; vanaf 1 januari 2027 volledige OV-vergoeding of kilometervergoeding tegen het fiscaal onbelaste bedrag (art. 36 en art. 36A) – zie tabblad Reiskostenvergoeding |
| Thuiswerkvergoeding | Niet specifiek geregeld in deze cao |
| Doorbetaling bij ziekte | Eerste 104 weken doorbetaald; percentage hangt af van diensttijd en van de datum van de 1e ziektedag (voor 1 september 2026: 70-100%; op/na 1 september 2026: 85-100%) (art. 33) |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Eindejaarsuitkering van 5% van het bruto-inkomen in de referteperiode (art. 20) |
| Pensioenfonds | Pensioenfonds Schoonmaak (art. 49) |
| Opzegtermijn werkgever | 1 tot 4 maanden, gestaffeld naar dienstjaren (art. 12) |
| Opzegtermijn werknemer | 1 maand (art. 12) |
Salarisverhogingen
- Per 1 januari 2027 gaan de basisuurlonen met 3,1% omhoog (art. 18).
- Per 1 januari 2028 gaan de basisuurlonen met 3% omhoog (art. 18).
- De loonsverhoging wordt toegepast op het basisuurloon dat hoort bij de trede waarin de werknemer op het moment van de verhoging is ingedeeld. Verdient de werknemer meer dan het geldende basisuurloon? Dan geldt de verhoging alleen over het basisuurloon, tenzij anders afgesproken met de werkgever (art. 18).
- Daarnaast krijgt de werknemer in december 2026 en december 2027 een eindejaarsuitkering van 5% (art. 20, zie ook het tabblad Dertiende maand / eindejaarsuitkering).
- Werknemers die tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2027 hun 20e branchejaar bereiken, krijgen in januari 2027 eenmalig een loyaliteitsbonus van maximaal € 1.000 bruto (naar rato bij een kleinere deeltijdfactor) (art. 19). Werknemers die op of na 1 januari 2027 hun 20e branchejaar bereiken, krijgen deze loyaliteitsbonus op het moment dat zij dit branchejaar bereiken (art. 19A).
Vakantiedagen
- De werknemer bouwt 10% vakantie-uren op over ieder betaald uur: 7,69% wettelijke vakantie-uren en 2,31% bovenwettelijke vakantie-uren (art. 28 lid 1).
- Bij een fulltime dienstverband (38 uur per week) komt dit neer op ongeveer 197,6 vakantie-uren (ongeveer 26 dagen) per jaar.
- Er wordt ook vakantie opgebouwd over extra gewerkte uren (art. 28 lid 3).
- Wettelijke vakantie-uren vervallen na 1 jaar; bovenwettelijke vakantie-uren vervallen na 5 jaar (art. 28 lid 11).
- Een deel van de bovenwettelijke vakantie-uren kan op verzoek maximaal 2 keer per jaar worden uitbetaald (art. 28 lid 12).
- De werkgever kan een collectieve vakantie van maximaal 3 weken vaststellen, altijd in juli of augustus, met instemming van de OR of (bij ontbreken daarvan) de meerderheid van de werknemers op het object (art. 28 lid 9).
Overwerkvergoeding
- Deze cao kent geen aparte overwerktoeslag: artikel 23 (overwerktoeslag) is vervallen.
- Wel gelden toeslagen bovenop het basisuurloon voor werk op bijzondere uren en feestdagen (art. 22):
- Maandag t/m vrijdag 00.00-06.00 uur: 30-50% (afhankelijk van de dag);
- Maandag t/m vrijdag 06.00-21.30 uur: 0%;
- Maandag t/m vrijdag 21.30-24.00 uur: 30-50% (afhankelijk van de dag);
- Weekend: 50% (het hele etmaal);
- Feestdagen: 150%.
- Voor werknemers in hotels (D-deel van de cao) geldt een afwijkende regeling voor bijzondere uren.
Reiskostenvergoeding
De reiskostenregeling verandert per 1 januari 2027 (art. 36 en art. 36A).
Tot 1 januari 2027 (art. 36):
- Bij een woon-werkafstand van 60 kilometer of meer per dag (heen en terug): alle reiskilometers vergoed tegen het maximaal fiscaal onbelaste bedrag (in 2026: 25 cent per kilometer).
- Bij een woon-werkafstand van 20 tot 60 kilometer per dag: alle reiskilometers vergoed tegen 14 cent per kilometer, tenzij de werkgever al een gunstigere regeling biedt.
- Bij reizen met het openbaar vervoer (en voldoen aan de afstandsgrens): de volledige OV-kosten vergoed in plaats van een kilometervergoeding.
- Niet (volledig) vergoede woon-werkkilometers worden tot 1 januari 2027 netto uitgeruild met de eindejaarsuitkering (art. 20 lid 6).
- Reiskosten naar de Arbodienst worden altijd vergoed, ongeacht de afstandsgrens.
Vanaf 1 januari 2027 (art. 36A):
- De afstandsgrenzen van 20 en 60 kilometer vervallen.
- Bij reizen met het openbaar vervoer: alle OV-kosten worden vergoed.
- Bij reizen met eigen vervoer: alle kilometers worden vergoed tegen de maximale fiscaal onbelaste vergoeding.
- Reiskosten naar de Arbodienst worden vergoed volgens dezelfde regels.
Doorbetaling bij ziekte
De werknemer krijgt de eerste 104 weken arbeidsongeschiktheid doorbetaald. Het percentage hangt af van de 1e ziektedag (art. 33 lid 1):
1e ziektedag vóór 1 september 2026:
- Korter dan 6 maanden in dienst: 70% van het dagloon;
- Tussen 6 maanden en 2 jaar in dienst: 90% van het dagloon;
- Langer dan 2 jaar in dienst: 100% van het dagloon.
1e ziektedag op of na 1 september 2026:
- Korter dan 2 jaar in dienst: 85% van het dagloon;
- Tussen 2 en 6 jaar in dienst: 90% van het dagloon;
- Langer dan 6 jaar in dienst: 100% van het dagloon.
- De werknemer krijgt altijd minimaal het wettelijk minimumloon doorbetaald (art. 33 lid 1).
- Bij een bedrijfsongeval wordt altijd 100% van het dagloon doorbetaald (art. 33 lid 4).
- Legt het UWV de werkgever een loonsanctie op, dan wordt het loon maximaal 52 weken langer doorbetaald (art. 33 lid 2).
- Na een half jaar onafgebroken arbeidsongeschiktheid bouwt de werknemer geen bovenwettelijke vakantie-uren meer op (art. 33 lid 3).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- De werknemer krijgt een eindejaarsuitkering van 5% als hij op 31 december (of aan het einde van het dienstverband) minimaal 6 maanden onafgebroken in dienst is (art. 20 lid 1 en 2).
- De uitkering wordt berekend over het bruto-inkomen in de referteperiode (bij loon per maand: januari t/m november gedeeld door 11 x 12; bij loon per 4 weken: periode 1 t/m 12 gedeeld door 12 x 13), inclusief toeslagen maar exclusief vakantietoeslag, loyaliteitsbonus en VET (art. 20 lid 3).
- Uitbetaling vindt plaats vóór 15 december van het jaar (art. 20 lid 4).
- Bij einde dienstverband of contractswisseling wordt de eindejaarsuitkering direct uitbetaald over het tot dan toe verdiende bruto-inkomen (art. 20 lid 5).
- Tot 1 januari 2027 wordt niet (volledig) vergoede reiskostenvergoeding woon-werkverkeer netto uitgekeerd via de eindejaarsuitkering (art. 20 lid 6).
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen thuiswerkvergoeding. Het werk in de schoonmaak- en glazenwassersbranche vindt plaats op locatie bij de opdrachtgever, waardoor een thuiswerkregeling in dit boekje niet is opgenomen.
Pensioenfonds
- De pensioenregeling van de werknemer loopt via Pensioenfonds Schoonmaak (art. 49).
- De statuten en het pensioenreglement, inclusief de premieverdeling tussen werkgever en werknemer, staan op www.pensioenschoonmaak.nl.
- In het cao-boekje zelf staat geen concreet premiepercentage of premieverdeling vermeld; hiervoor verwijst de cao naar het pensioenfonds.
Opzegtermijn
- Tijdens de proeftijd geldt geen opzegtermijn: de arbeidsovereenkomst eindigt direct (art. 12 lid 2).
- Zegt de werknemer zelf op? Dan geldt een opzegtermijn van 1 maand, ingaand op de zaterdag na de opzegging (art. 12 lid 4).
- Zegt de werkgever op (na toestemming van het UWV)? Dan geldt, ingaand op zaterdag (art. 12 lid 5):
- Korter dan 5 dienstjaren: 1 maand;
- 5 tot 10 dienstjaren: 2 maanden;
- 10 tot 15 dienstjaren: 3 maanden;
- 15 dienstjaren of langer: 4 maanden.
- Bij contractswisseling tellen dienstjaren bij de vorige werkgever mee voor de berekening van de opzegtermijn (art. 12 lid 5).
Bron: cao-tekst CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (artikelen 12, 18, 19, 19A, 20, 22, 23, 26, 28, 33, 36, 36A, 49, 64).
Salaristabel CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf 2026-2028
Hieronder de bruto basisuurlonen per loongroep, leeftijd en dienstjaren, geldig per de drie peildata in deze cao-periode (bijlage III bij de cao). Voor vakantiekrachten, studenten en scholieren gelden aparte all-in-uurlonen (bijlage IIIA).
Basisuurlonen per 1 juli 2026
| Leeftijd / dienstjaren | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 12,00 | € 12,43 | € 12,91 | € 13,55 | € 14,07 | € 14,78 |
| 18 jaar | € 12,74 | € 13,20 | € 13,71 | € 14,39 | € 14,94 | € 15,70 |
| 19 jaar | € 13,49 | € 13,97 | € 14,51 | € 15,23 | € 15,82 | € 16,62 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 1 | € 15,52 | € 16,08 | € 16,70 | € 17,53 | € 18,20 | € 19,12 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 2 | € 16,08 | € 16,63 | € 17,30 | € 18,14 | € 18,82 | € 19,77 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 3 | € 16,55 | € 17,17 | € 17,84 | € 18,73 | € 19,45 | € 20,42 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 4 | € 17,05 | € 17,70 | € 18,44 | € 19,31 | € 20,06 | € 21,07 |
Basisuurlonen per 1 januari 2027
| Leeftijd / dienstjaren | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 12,37 | € 12,82 | € 13,31 | € 13,98 | € 14,51 | € 15,24 |
| 18 jaar | € 13,14 | € 13,61 | € 14,14 | € 14,84 | € 15,41 | € 16,18 |
| 19 jaar | € 13,90 | € 14,41 | € 14,96 | € 15,71 | € 16,31 | € 17,13 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 1 | € 16,00 | € 16,58 | € 17,22 | € 18,08 | € 18,77 | € 19,71 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 2 | € 16,57 | € 17,15 | € 17,84 | € 18,70 | € 19,40 | € 20,39 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 3 | € 17,07 | € 17,71 | € 18,40 | € 19,31 | € 20,05 | € 21,05 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 4 | € 17,58 | € 18,25 | € 19,01 | € 19,91 | € 20,68 | € 21,73 |
Basisuurlonen per 1 januari 2028
| Leeftijd / dienstjaren | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 12,74 | € 13,20 | € 13,71 | € 14,39 | € 14,94 | € 15,69 |
| 18 jaar | € 13,53 | € 14,02 | € 14,56 | € 15,29 | € 15,87 | € 16,67 |
| 19 jaar | € 14,32 | € 14,84 | € 15,41 | € 16,18 | € 16,80 | € 17,64 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 1 | € 16,48 | € 17,08 | € 17,73 | € 18,62 | € 19,33 | € 20,30 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 2 | € 17,07 | € 17,66 | € 18,37 | € 19,26 | € 19,99 | € 21,00 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 3 | € 17,58 | € 18,24 | € 18,95 | € 19,89 | € 20,66 | € 21,68 |
| 20 jaar en ouder, dienstjaar 4 | € 18,11 | € 18,80 | € 19,58 | € 20,51 | € 21,30 | € 22,38 |
All-in-loon vakantiekrachten, studenten en scholieren
Voor vakantiekrachten, studenten en scholieren gelden all-in-uurlonen (inclusief vakantieopbouw en vakantietoeslag), zie bijlage IIIA bij de cao.
Per 1 juli 2026
| Leeftijd | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 14,39 | € 14,91 | € 15,49 | € 16,26 | € 16,88 | € 17,73 |
| 18 jaar | € 15,29 | € 15,84 | € 16,45 | € 17,27 | € 17,93 | € 18,84 |
| 19 jaar | € 16,18 | € 16,77 | € 17,41 | € 18,28 | € 18,98 | € 19,94 |
| 20 jaar en ouder | € 18,62 | € 19,29 | € 20,04 | € 21,03 | € 21,84 | € 22,94 |
Per 1 januari 2027
| Leeftijd | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 14,84 | € 15,38 | € 15,97 | € 16,77 | € 17,41 | € 18,28 |
| 18 jaar | € 15,76 | € 16,33 | € 16,96 | € 17,81 | € 18,49 | € 19,42 |
| 19 jaar | € 16,68 | € 17,29 | € 17,96 | € 18,85 | € 19,57 | € 20,55 |
| 20 jaar en ouder | € 19,20 | € 19,89 | € 20,66 | € 21,69 | € 22,52 | € 23,65 |
Per 1 januari 2028
| Leeftijd | Loongroep 1 | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 | Loongroep 6 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 17 jaar en jonger | € 15,29 | € 15,84 | € 16,44 | € 17,27 | € 17,93 | € 18,83 |
| 18 jaar | € 16,23 | € 16,83 | € 17,47 | € 18,34 | € 19,04 | € 20,00 |
| 19 jaar | € 17,18 | € 17,81 | € 18,49 | € 19,41 | € 20,16 | € 21,17 |
| 20 jaar en ouder | € 19,77 | € 20,49 | € 21,27 | € 22,34 | € 23,19 | € 24,36 |
Bron: cao-tekst CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf, looptijd 1 juli 2026 t/m 30 juni 2028 (bijlage III en bijlage IIIA).
Naar de pagina van de CAO Schoonmaak- en glazenwassersbedrijf
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
