Samenvatting CAO textielverzorging 2026 - 2027
De CAO textielverzorging (CAO Raltex) heeft een looptijd van 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Werknemers in loongroep 2 t/m 5 ontvangen eenmalig € 200 bruto (peildatum 1 september 2026, parttimers naar rato). Op deze pagina staan daarnaast de afspraken over vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerk, reiskosten, ziekte, eindejaarsuitkering en pensioen, met de volledige uurlonentabellen.
Laatst gecontroleerd op 28 september 2026. Bron: CAO-tekst CAO textielverzorging, looptijd 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (artikelen 13, 17, 30 en 46).
Stamgegevens
Stamgegevens CAO textielverzorging 2026 - 2027
| Looptijd | 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (art. 46); de CAO heeft geen nawerking. |
| CAO-partijen | Federatie Textielbeheer Nederland (FTN), Nederlandse Vereniging van Textielreinigers NETEX (werkgevers) en CNV (werknemers). |
| Loonsverhoging | 4,3% per 31 december 2026; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Eenmalig € 200 bruto voor loongroep 2 t/m 5 (art. 17). |
| Vakantiedagen | 184 verlofuren per jaar bij een 36-urige werkweek, naar rato bij minder uren; extra verlofuren naar leeftijd en dienstjaren (art. 33 en 34). |
| Vakantietoeslag | 8,33% van het jaarloon over 1 juni t/m 31 mei, uitbetaald met het loon over mei (art. 25). |
| Overwerkvergoeding | Textielreiniging: 12,5% voor het 1e t/m 4e overuur per week, 25% voor het 5e t/m 9e overuur, 50% vanaf het 10e overuur en op zaterdag, 100% op zondag, 200% op feestdagen. Linnenverhuur en wasserij: toeslag naar tijdstip (art. 19 en 20). |
| Reiskostenvergoeding | € 0,15 per kilometer woon-werkverkeer, minimaal 5 en maximaal 40 kilometer enkele reis, per gewerkte dag (art. 39). |
| Bijzonder verlof | Overlijden partner of kind: vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart; 2 dagen bij eigen huwelijk; 1 dag bij verhuizing (max. 1 keer per kalenderjaar) (art. 38). |
| Thuiswerkvergoeding | De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding; werkgever en werknemer kunnen hierover eigen afspraken maken (art. 2). |
| Doorbetaling bij ziekte | 100% de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12, 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30). |
| Eindejaarsuitkering | 5,33% van het jaarloon, uitbetaald met het loon over december; niet voor werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 26). |
| Pensioenfonds | Bedrijfstakpensioenfonds Mitt; deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers (art. 42). |
| Opzegtermijn werkgever | 1 maand bij 0 tot 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar, 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 13). |
| Opzegtermijn werknemer | 1 kalendermaand, schriftelijk en uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode (art. 13). |
Salarisverhogingen
- 31 december 2026: de uurlonen en het CAO-loongebouw stijgen met 4,3%. Dit geldt niet voor werknemers die het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen. Uurlonen boven loongroep 5 stijgen niet met een percentage, maar met € 0,78 bruto per uur (art. 17).
- Eenmalige uitkering: werknemers die op 1 september 2026 in loongroep 2, 3, 4 of 5 zitten, krijgen eenmalig € 200 bruto bij een fulltime dienstverband. Bij een kleinere omvang van het dienstverband is het bedrag naar rato (art. 17).
- Heeft de werkgever al een loonsverhoging gegeven in afwachting van de nieuwe CAO? Dan mag die worden verrekend met de nieuwe verhoging. Was de eerdere verhoging hoger, dan wordt het extra bedrag niet verrekend. Verhogingen door een nieuwe functie of een periodieke stijging tellen niet mee (art. 17).
- Periodieken: werknemers die minstens één jaar in een periodiek zitten, krijgen op 1 juli de opvolgende hele periodiek. Past de werkgever de beoordelingssystematiek van Raltex toe, dan is de verhoging 0,5 (matig), 1,0 (normaal/goed) of 1,5 periodiek (uitstekend) (art. 16 lid 2).
- Een uurloon boven periodiek 6.0 geldt als persoonlijke toeslag; die wordt verhoogd volgens de data en percentages van art. 17 (art. 16 lid 2).
- De eerste 6 maanden mag de werkgever het wettelijk minimum(jeugd)loon betalen; daarna volgt inschaling in periodiek 0.0. Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 16 lid 1 en 3).
Vakantiedagen
- Een fulltime werknemer met een 36-urige werkweek heeft recht op 184 verlofuren per jaar; bij minder uren naar rato. Bij een fulltime werkweek van 37, 38, 39 of 40 uur zijn dat 188, 192, 196 en 200 verlofuren (art. 33).
- De werkgever reageert binnen 2 werkdagen op een verlofaanvraag; bij verlof van meer dan 5 dagen binnen 10 dagen. Voor 3 weken aaneengesloten verlof tussen 30 april en 1 oktober beslist de werkgever vóór 1 maart (art. 33).
- Een werknemer neemt genoeg verlof op voor 3 aaneengesloten weken (tussen 30 april en 1 oktober) en mag eens in de 2 jaar 6 weken aaneengesloten verlof opnemen (art. 33).
- Het recht om verlof op te eisen vervalt 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin het verlof is opgebouwd. De werkgever mag opname van verlof niet verplichten en geeft in januari een verlofoverzicht (art. 33).
- Na de eerste 26 weken arbeidsongeschiktheid stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30). Tijdens periodes zonder werk en zonder loon bouwt een werknemer geen verlof op (art. 33).
- Extra verlofuren (art. 34): werknemers die op 1 mei van het kalenderjaar jonger zijn dan 19 jaar hebben recht op 24 extra verlofuren. Voor alle anderen geldt de gunstigste van onderstaande tabellen; de uren zijn naar verhouding van het aantal gewerkte uren.
Extra verlofuren naar dienstjaren
| In dienst bij werkgever | Extra verlofuren |
|---|---|
| 25 jaar of langer | 16 |
| 35 jaar of langer | 24 |
Extra verlofuren naar leeftijd
| Leeftijd werknemer | Extra verlofuren |
|---|---|
| 51 t/m 53 jaar | 16 |
| 54 t/m 55 jaar | 24 |
| 56 t/m 57 jaar | 32 |
| 58 t/m 59 jaar | 40 |
| 60 t/m 61 jaar | 48 |
| 62 t/m 66 jaar | 56 |
Overgangsregeling (leeftijdsregeling van vóór 1 juli 2017)
| Leeftijd werknemer | Extra verlofuren |
|---|---|
| 59 t/m 60 jaar | 48 |
| 61 t/m 64 jaar | 56 |
- Het recht op extra verlofuren start in de eerste volle week van de maand nadat het vereiste aantal dienstjaren is bereikt. Stopt de werknemer daarna binnen 1 jaar, dan worden de extra verlofuren gecorrigeerd (art. 34).
- Generatiepact (art. 35): voor werknemers met een uurloon lager dan loongroep 5 plus 10%, met minstens 50% dienstverband en 5 aaneengesloten dienstjaren, geldt vanaf 5 jaar vóór de AOW-leeftijd: 80% werken, 90% loon en 100% pensioenopbouw. Vanaf 1 januari 2027 geldt voor loongroep 2 en 3 een leeftijd van 7 jaar vóór de AOW-leeftijd; wie vóór 1 januari 2027 gebruikmaakt van de regeling, houdt recht op 92,5% loon. Wie kiest voor het Generatiepact heeft geen recht meer op het seniorenverlof uit art. 34.
Overwerkvergoeding
- Wat is overwerk? Extra uren werken op verzoek van de werkgever: voor een fulltime werknemer meer uren dan volgens het rooster, voor een parttime werknemer meer dan 36 uur per week, en voor chauffeurs (en werknemers in vestigingen van maximaal 10 werknemers, exclusief winkelpersoneel) meer dan 40 uur per week (art. 8).
- Overwerk wordt in overleg in geld uitbetaald of vergoed in vrije tijd (‘tijd voor tijd’). De overuren worden dan binnen 3 maanden in vrije tijd opgenomen; toeslagen worden altijd in geld uitbetaald (art. 19).
- Bij een verplichte zaterdag voor of na feestdagen (art. 11) is geen sprake van overwerk; dan geldt alleen de toeslag voor bijzondere uren uit art. 20 (art. 19).
- Niet verplicht tot overwerk zijn parttimers, werknemers van 55 jaar en ouder, werknemers van 50 jaar en ouder in productiefuncties, en werknemers met een verklaring van de bedrijfsarts waarin overwerk wordt afgeraden (art. 8 lid 7).
- Voor werknemers met een uurloon hoger dan loongroep 5 plus 10% gelden de bepalingen over overwerk en toeslagen buiten normale werktijden niet (art. 1 lid 4).
Toeslag op overuren in textielreinigingsbedrijven (art. 19)
| Soort overuren | Toeslag |
|---|---|
| 1e t/m 4e overuur per week (arbeidsduur in die week niet hoger dan 40 uur) | 12,5% |
| 5e t/m 9e overuur per week (hoger dan 40 uur per week) | 25% |
| Overuren hoger dan 45 uur per week | 50% |
| Vanaf het 10e overuur | 50% |
| Overuren op dagen waarop volgens het individuele rooster niet gewerkt hoeft te worden | 50% |
| Overwerk op zaterdag | 50% |
| Overwerk op zondag | 100% |
| Overwerk op feestdagen | 200% |
Toeslag buiten normale werktijden: linnenverhuur- en wasserijbedrijven (art. 20)
| Dag | 00.00-06.00 | 06.00-18.00 | 18.00-19.00 | 19.00-20.00 | 20.00-24.00 |
|---|---|---|---|---|---|
| Maandag t/m vrijdag | 45% | 0% | 0% | 22,5% | 45% |
| Zaterdag | 45% | 45% | 45% | 90% | 90% |
| Zondag | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
- Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
Toeslag buiten normale werktijden: textielreinigingsbedrijven (art. 20)
| Dag | 00.00-06.00 | 06.00-14.00 | 14.00-17.00 | 17.00-18.00 | 18.00-19.00 | 19.00-20.00 | 20.00-21.00 | 21.00-24.00 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Maandag t/m vrijdag | 45% | 0% | 0% | 0% | 0% | 22,5% | 45% | 45% |
| Zaterdag | 45% | 0% | 33⅓% | 45% | 90% | 90% | 90% | 90% |
| Zondag | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% | 90% |
- Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
- Werknemers die vóór 1 juli 1994 een toeslag kregen voor werk op zaterdag tussen 06.00 en 14.00 uur, behouden die toeslag (art. 20).
- Werknemers met een contract van maximaal 12 uur per week die alleen op zaterdagen en koopavonden werken, krijgen geen extra toeslag tijdens de normale koopavond (donderdag- of vrijdagavond, 19.00-21.00 uur) en op zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Werken zij een keer op een andere avond dan hun vaste koopavond, dan krijgen zij 22,5% van 19.00 tot 20.00 uur en 45% van 20.00 tot 24.00 uur (art. 20).
- Ploegendiensttoeslag (art. 22): 15% over alle uit te betalen uren bij afwisselend werken in 2 ploegen, 18% bij 3 ploegen. De toeslagen voor buiten normale werkuren (art. 20) gelden dan niet. Bij overgang naar een dagdienst volgt een eenmalige toeslag van 3 keer (1 tot 4 jaar ploegendienst), 6 keer (4 tot 6 jaar) of 9 keer (langer dan 6 jaar) de maandelijkse ploegentoeslag.
- Overige toeslagen: chauffeurstoeslag van € 39 bruto per maand voor fulltime (dok)chauffeurs, naar rato voor parttimers (art. 23); toeslag van € 39 bruto per maand voor (leerling-)medewerkers steriele medische hulpmiddelen A en B (art. 24). Voor bereikbaarheid (consignatie) buiten werktijd bestaat een toeslag; de CAO noemt daarvoor geen bedrag (art. 21).
Reiskostenvergoeding
De werkgever vergoedt het woon-werkverkeer volgens art. 39. Er is geen staffel, maar een vast bedrag per kilometer.
- € 0,15 per kilometer, met een minimumafstand van 5 km en een maximum van 40 km per enkele reis, per gewerkte dag. Afstanden boven de 40 km worden vergoed als 40 km.
- De afstand wordt bepaald met de ANWB-routeplanner (kortste route, van de postcode van het woonadres naar de werkplek).
- Regelt de werkgever het vervoer, dan geldt geen reiskostenvergoeding.
- Verhuist een werknemer en wordt de reisafstand groter? Dan is toestemming van de werkgever nodig voor een hogere vergoeding.
- Is er op bedrijfsniveau een gunstigere regeling dan de CAO, dan geldt die regeling.
- De vergoeding wordt volgens de belastingregels netto of bruto uitgekeerd.
- Niet vergoede reiskosten woon-werkverkeer kan de werknemer jaarlijks fiscaal uitruilen (bruto = netto), binnen de ruimte die de Belastingdienst hiervoor biedt (in 2026 € 0,25 per kilometer). De werkgever informeert de werknemer jaarlijks over deze mogelijkheid.
- De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen.
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof bij bijzondere gebeurtenissen staat in art. 38; onbetaald verlof in art. 36 en vakbondsverlof in art. 43.
| Situatie | Verlof (met behoud van loon) | |
|---|---|---|
| A | Overlijden van de levenspartner, (schoon)ouders, (pleeg-, adoptie- of stief)kinderen | Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de crematie of begrafenis |
| B | Overlijden van grootouders, broer, zus of kleinkind van (de levenspartner van) de werknemer | 2 dagen |
| C | Ondertrouw van de werknemer | 1 dag |
| D | Huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer | 2 dagen |
| E | Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een ouder, (pleeg-, adoptie- of stief)kind, kleinkind, broer of zus van de werknemer of de levenspartner | 1 dag |
| F | 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van de werknemer, diens ouders, schoonouders of grootouders | 1 dag |
| G | 25-, 40- en 50-jarig dienstjubileum van de werknemer | 1 dag |
| H | Priesterwijding van een zoon of Grote Professie van een (pleeg-, adoptie- of stief)kind | 1 dag |
| I | Wettelijk verplichte taak, buiten de schuld van de werknemer, waardoor tijdelijk niet gewerkt kan worden (een vergoeding van een derde wordt in mindering gebracht) | Een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen tijd, maximaal 2 dagen |
| J | Bezoek aan arts, tandarts of specialist | De benodigde tijd, als het bezoek niet in de vrije tijd kan plaatsvinden |
| K | Verhuizing van de werknemer (maximaal 1 keer per kalenderjaar) | 1 dag |
- De werknemer meldt het verlof, als dat kan, minstens 2 dagen vooraf (art. 38).
- Onbetaald verlof: de werknemer kan extra vrije dagen zonder behoud van loon opnemen. Het verzoek doet hij minstens 4 weken vooraf; de werkgever keurt het goed als de bedrijfsomstandigheden dat toelaten (art. 36).
- Vakbondsverlof: een officieel afgevaardigde werknemer krijgt maximaal 5 dagen per jaar verlof met behoud van loon. Voor de 6e t/m 8e dag vergoedt het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex het loon. Voor CAO-onderhandelingen is extra verlof met behoud van loon mogelijk. Daarnaast is onbetaald verlof voor vakbondsactiviteiten mogelijk tot maximaal 10 werkdagen per kalenderjaar (art. 43).
- Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk (art. 37).
- Voor de wettelijke verlofregelingen (zoals zwangerschaps-, bevallings-, geboorte- en zorgverlof) verwijst de CAO naar de wet (art. 38).
Doorbetaling bij ziekte
- Bij aantoonbare arbeidsongeschiktheid vult de werkgever het loon vanaf de eerste dag aan, maximaal 2 jaar: 100% in de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12 en 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30 lid 1). De eerste 52 weken geldt minstens het wettelijk minimum(jeugd)loon.
- Het loon waarop de werknemer recht heeft is het gemiddelde loon over de 13 weken vóór de arbeidsongeschiktheid, inclusief toeslagen en extra loon voor structureel overwerk, exclusief eindejaarsuitkering (art. 30 lid 2).
- Is de werknemer arbeidsongeschikt geworden door een bedrijfsongeval en blijkt uit onderzoek van de Arbeidsinspectie dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld, dan vult de werkgever maximaal 2 jaar aan tot 100% (art. 30 lid 1).
- De werknemer probeert tijdens de arbeidsongeschiktheid actief te re-integreren. Na de eerste 26 weken stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30 lid 1).
- Kan de werknemer een schadevergoeding van een derde vorderen? Dan geeft de werkgever een voorschot en kan hij vragen het recht op schadevergoeding over te dragen via een akte van cessie, tot het bedrag dat aan loon is doorbetaald (art. 30 lid 3).
- Wachtdag: de werkgever kan 1 wachtdag inhouden bij elke 3e en volgende ziekmelding in een kalenderjaar, maar alleen na goedkeuring van de OR of PVT en met een verzuimbegeleidingsplan. Bij chronische ziekte (vastgesteld door een bedrijfsarts) worden geen wachtdagen ingehouden (art. 30 lid 4).
- WGA-premie: de gedifferentieerde WGA-premie wordt, voor zover wettelijk toegestaan, gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. De werkgever verhaalt nooit meer dan 50% van de procentuele premie op het nettoloon (art. 30 lid 5).
- Overlijdensuitkering: de nabestaanden krijgen het brutoloon vanaf de dag na overlijden t/m de laatste dag van de 2e maand daarna, in één keer uitbetaald (art. 32).
- Werktijdverkorting: ontvangt een werknemer door werktijdverkorting een WW-uitkering, dan vult de werkgever die maximaal 45 dagen aan tot 100% van het brutoloon (art. 27).
Eindejaarsuitkering
- De eindejaarsuitkering is 5,33% van het jaarloon en wordt uitbetaald met het loon over december (art. 26 lid 1 en 2). Stopt het dienstverband eerder, dan wordt de uitkering naar rato uitbetaald bij het einde van het dienstverband.
- Niet meegerekend in het jaarloon zijn de vakantietoeslag, betaling voor overwerk en de persoonlijke toeslag (art. 26 lid 2).
- Werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen geen eindejaarsuitkering (art. 26 lid 3).
- Jubileumtoeslag: wie 25 jaar bij een werkgever werkt, krijgt (met inachtneming van de fiscale regels) een jubileumtoeslag van een half maandloon (art. 29).
- Werknemers die vóór 1 juli 2002 een diensttijdentoeslag kregen, behouden die toeslag (art. 28).
Thuiswerkvergoeding
De CAO textielverzorging 2026 - 2027 bevat geen bepaling over een thuiswerkvergoeding.
- Een thuiswerkvergoeding is dus niet in de CAO geregeld; hierover kunnen werkgever en werknemer eigen afspraken maken.
- De CAO bevat minimumafspraken; afspraken die beter zijn voor de werknemer zijn volgens de wet toegestaan (art. 2).
Pensioenfonds
- Voor werkgevers in linnenverhuur- en wasserijbedrijven en textielreinigingsbedrijven is er het Bedrijfstakpensioenfonds Mitt. Deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers; vakantiewerkers en stagiaires vallen niet onder de regeling (art. 42).
- De regels staan in de statuten en het pensioenreglement van het fonds. De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling tussen werkgever en werknemer.
- Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk en worden de premies betaald zoals vóór het verlof (art. 37). Bij het Generatiepact bouwt de werknemer 100% pensioen op (art. 35).
- Volgens het protocol bij de CAO willen CAO-partijen twee zetels in het bestuur van het pensioenfonds en een pensioenopbouw die gebaseerd is op het actuele salaris in plaats van de peildatum 1 januari. Ook willen zij onderzoek naar een RVU-regeling.
- Sociaal Fonds (geen pensioen): vanaf 1 januari 2026 bedraagt de premie voor het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex 0,2% van het pensioengevend loon; werknemers dragen daarvan 50% bij (art. 41).
Opzegtermijn
- Werknemer: opzeggen kan schriftelijk met een opzegtermijn van 1 kalendermaand, uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode. De termijn gaat dan in op de eerste dag van de volgende loonperiode (art. 13).
- Werkgever: de opzegtermijn hangt af van de lengte van het dienstverband (zie tabel).
- De arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd; opzegging is dan niet nodig (art. 13).
- Proeftijd: maximaal 1 maand bij een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 en maximaal 24 maanden, en maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst van meer dan 2 jaar (art. 4).
- Tijdelijk contract: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag maximaal 2 keer worden verlengd binnen 24 maanden; daarna geldt een contract voor onbepaalde tijd. Dit geldt niet voor werknemers met een AOW-gerechtigde leeftijd (art. 5).
| Lengte dienstverband | Opzegtermijn werkgever |
|---|---|
| 0 tot 5 jaar | 1 maand |
| 5 tot 10 jaar | 2 maanden |
| 10 tot 15 jaar | 3 maanden |
| 15 jaar of langer | 4 maanden |
Bron: CAO-tekst CAO textielverzorging, looptijd 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (artikelen 1, 2, 4, 5, 8, 13, 16 t/m 20, 22 t/m 26, 28 t/m 30, 32 t/m 39, 41 en 42).
Salaristabel CAO textielverzorging 2026 - 2027
Onderstaande tabellen bevatten de bruto uurlonen per loongroep en periodiek. De CAO kent uurlonen voor loongroep 2 t/m 5; loongroep 1 is het wettelijk minimum(jeugd)loon, waarin werknemers de eerste 6 maanden van hun dienstverband kunnen worden ingedeeld (art. 16). Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon; bij een wijziging van het minimumloon kan dit gevolgen hebben voor de laagste bedragen. Zie daarvoor het huidige wettelijk minimumloon. De tabel met beoordeling geldt voor bedrijven die de beoordelingssystematiek van Raltex toepassen (art. 16 lid 2); de tabel zonder beoordeling kent alleen hele periodieken. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%.
Uurlonen januari 2026
Loontabel zonder beoordeling
| Periodiek | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 |
|---|---|---|---|---|
| 0 | 15,45 | 15,89 | 16,20 | 17,31 |
| 1 | 15,57 | 16,02 | 16,33 | 17,47 |
| 2 | 15,72 | 16,16 | 16,47 | 17,62 |
| 3 | 15,84 | 16,30 | 16,61 | 17,79 |
| 4 | 15,98 | 16,44 | 16,74 | 17,93 |
| 5 | 16,12 | 16,57 | 16,88 | 18,10 |
| 6 | 16,25 | 16,71 | 17,03 | 18,24 |
Loontabel met beoordeling (halve periodieken)
| Periodiek | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 |
|---|---|---|---|---|
| 0 | 15,45 | 15,89 | 16,20 | 17,31 |
| 0,5 | 15,51 | 15,95 | 16,26 | 17,40 |
| 1 | 15,57 | 16,02 | 16,33 | 17,47 |
| 1,5 | 15,67 | 16,08 | 16,41 | 17,53 |
| 2 | 15,72 | 16,16 | 16,47 | 17,62 |
| 2,5 | 15,78 | 16,24 | 16,54 | 17,72 |
| 3 | 15,84 | 16,30 | 16,61 | 17,79 |
| 3,5 | 15,91 | 16,38 | 16,68 | 17,87 |
| 4 | 15,98 | 16,44 | 16,74 | 17,93 |
| 4,5 | 16,03 | 16,51 | 16,81 | 18,03 |
| 5 | 16,12 | 16,57 | 16,88 | 18,10 |
| 5,5 | 16,20 | 16,66 | 16,96 | 18,16 |
| 6 | 16,25 | 16,71 | 17,03 | 18,24 |
Uurlonen vanaf 31 december 2026
Loontabel zonder beoordeling
| Periodiek | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 |
|---|---|---|---|---|
| 0 | 16,11 | 16,58 | 16,90 | 18,06 |
| 1 | 16,24 | 16,71 | 17,03 | 18,22 |
| 2 | 16,39 | 16,86 | 17,18 | 18,38 |
| 3 | 16,52 | 17,01 | 17,33 | 18,55 |
| 4 | 16,66 | 17,15 | 17,46 | 18,70 |
| 5 | 16,81 | 17,29 | 17,61 | 18,88 |
| 6 | 16,95 | 17,42 | 17,76 | 19,03 |
Loontabel met beoordeling (halve periodieken)
| Periodiek | Loongroep 2 | Loongroep 3 | Loongroep 4 | Loongroep 5 |
|---|---|---|---|---|
| 0 | 16,11 | 16,58 | 16,90 | 18,06 |
| 0,5 | 16,18 | 16,64 | 16,96 | 18,14 |
| 1 | 16,24 | 16,71 | 17,03 | 18,22 |
| 1,5 | 16,34 | 16,77 | 17,11 | 18,28 |
| 2 | 16,39 | 16,86 | 17,18 | 18,38 |
| 2,5 | 16,46 | 16,94 | 17,25 | 18,48 |
| 3 | 16,52 | 17,01 | 17,33 | 18,55 |
| 3,5 | 16,60 | 17,08 | 17,39 | 18,64 |
| 4 | 16,66 | 17,15 | 17,46 | 18,70 |
| 4,5 | 16,72 | 17,22 | 17,53 | 18,80 |
| 5 | 16,81 | 17,29 | 17,61 | 18,88 |
| 5,5 | 16,90 | 17,37 | 17,69 | 18,94 |
| 6 | 16,95 | 17,42 | 17,76 | 19,03 |
Bron: CAO-tekst CAO textielverzorging, looptijd 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (bijlage Loontabellen en periodieken, artikelen 16 en 17).
Naar de pagina van de CAO textielverzorging
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
