Samenvatting CAO tuinzaadbedrijven 2024 - 2025
Deze samenvatting betreft de CAO tuinzaadbedrijven 2024 - 2025 met een looptijd van 1 januari 2024 t/m 31 december 2025. In deze CAO gingen de salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H omhoog met 5% per 1 januari 2024, met 0,5% per 1 juli 2024 en met 3% per 1 januari 2025; een eenmalige uitkering kent de CAO niet. Verder gold een gemiddelde werkweek van 38 uur, 190 uur vakantie per jaar (plus vitaliteitsverlof naar leeftijd) en 8,33% vakantietoeslag; de salaristabellen per 1 januari 2024, 1 juli 2024 en 1 januari 2025 staan onderaan de pagina.
Laatst gecontroleerd op 9 oktober 2026. Bron: CAO-tekst CAO tuinzaadbedrijven, looptijd 1 januari 2024 t/m 31 december 2025 (artikelen 10, 14, 17, 25 en 35).
Stamgegevens
Kerncijfers CAO tuinzaadbedrijven 2024 - 2025
| Looptijd | 1 januari 2024 t/m 31 december 2025. De CAO eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging nodig is (art. 10). |
| CAO-partijen | Plantum (werkgeversvereniging, Gouda) en de vakbonden FNV, CNV Vakmensen.nl en De Unie. |
| Loonsverhoging | 5% per 1 januari 2024, 0,5% per 1 juli 2024 en 3% per 1 januari 2025, voor de salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H (art. 25 lid 1). Geen eenmalige uitkering. |
| Vakantiedagen | 190 uur per kalenderjaar bij een voltijddienstverband (25 werkdagen van 7,6 uur); tot 18 jaar 205,2 uur. Daarnaast vitaliteitsverlof van 7,6 uur (tot 35 jaar) oplopend tot 60,8 uur (vanaf 65 jaar) (art. 17 lid 1 en 2). |
| Vakantietoeslag | 8,33% over de verdiende maandsalarissen in de periode juni t/m mei, eenmaal per jaar uitbetaald, uiterlijk in juni (art. 32). |
| Overwerkvergoeding | Per overuur het normale uurloon, in tijd of geld, plus een toeslag van 40% (ma t/m vr 06.00-21.00 uur), 60% (ma t/m vr 21.00-06.00 uur en zaterdag) of 100% (zondag en feestdagen), inclusief vakantiebijslag. Vanaf functiegroep H geen betaling van overwerk (art. 30). |
| Reiskostenvergoeding | Bij meer dan 10 km enkele reis een tegemoetkoming op basis van de kosten van openbaar vervoer. Met instemming van de ondernemingsraad (OR) kan in plaats daarvan € 0,23 per gereisde km worden afgesproken voor 5 t/m 35 km enkele reis (art. 37 lid 1 en 2). |
| Bijzonder verlof | Overlijden van partner of inwonende ouder of kind: vanaf het overlijden t/m de begrafenis of crematie. Overlijden van niet-inwonende naaste familie: 1 dag. Eigen huwelijk: 3 dagen. Huwelijk van kind, broer of zus: 1 dag. 25- of 40-jarig dienstverband of huwelijk: 1 dag. Geboorteverlof partner: eenmaal de wekelijkse arbeidsduur doorbetaald (art. 18 lid 2). |
| Thuiswerkvergoeding | Alleen als in de onderneming een thuiswerkregeling met de OR is afgesproken: minimaal € 2,35 netto per thuiswerkdag. Bij een verplichting tot thuiswerken (bijvoorbeeld op advies van het RIVM) geldt de fiscaal vrijgestelde vergoeding (art. 37 lid 5 en 6). |
| Doorbetaling bij ziekte | Maand 1 t/m 6: 100%, maand 7 t/m 12: 90%, maand 13 t/m 18: 85% en maand 19 t/m 24: 80% van het maandinkomen, minimaal het minimum(jeugd)loon (art. 35 lid 3). |
| Dertiende maand / eindejaarsuitkering | Kent de CAO niet. Wel een jubileumuitkering van een bruto maandsalaris plus 8,33% vakantiebijslag bij 25 en 40 jaar dienstverband (art. 38). |
| Pensioenfonds | Bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen, tenzij de werkgever dispensatie heeft. Premie en premieverdeling staan op de website van BPL Pensioen (art. 26). |
| Opzegtermijn werkgever | Regelt de CAO niet zelf; de wettelijke bepalingen gelden (art. 13 lid 1). Wettelijk: 1 maand bij minder dan 5 jaar dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar. |
| Opzegtermijn werknemer | Regelt de CAO niet zelf; de wettelijke bepalingen gelden (art. 13 lid 1). Wettelijk bedraagt de opzegtermijn voor de werknemer 1 maand. |
Salarisverhogingen
- 1 januari 2024: alle salarisschalen en feitelijke salarissen van groep B t/m H gaan 5% omhoog (art. 25 lid 1).
- 1 juli 2024: nogmaals 0,5% (art. 25 lid 1).
- 1 januari 2025: 3% (art. 25 lid 1). Deze verhogingen zijn verwerkt in de salaristabellen per 1 januari 2024, 1 juli 2024 en 1 januari 2025.
- Eenmalige uitkering: de CAO kent geen eenmalige uitkering.
- Vooruitlopende verhogingen: heeft een bedrijf vooruitlopend op een nieuwe CAO algemene loonsverhogingen toegekend, dan mogen die worden verrekend met de verhogingen hierboven (art. 25 lid 1).
- Consignatietoeslag: deze wordt op dezelfde data met dezelfde percentages verhoogd (art. 34 lid 4).
- Leeftijdsschaal: geldt de leeftijdstabel, dan stijgt het salaris op de eerste dag van de maand waarin de werknemer jarig is (art. 23 lid 1).
- Beoordelingssysteem: bij een beoordelingssysteem is de minimale jaarlijkse verhoging bij normaal of goed functioneren 2%, tot het maximum van de salarisschaal. Is er niet beoordeeld (en niet vanwege arbeidsongeschiktheid), dan heeft de werknemer recht op 2% (art. 23 lid 2). Is er geen verhogingsregeling met de OR, dan geldt de vaste periodiekenschaal (art. 23 lid 3).
- Herindeling in een lagere schaal: wordt het maximum van de nieuwe schaal overschreden, dan wordt het meerdere een persoonlijke toeslag die niet wordt geïndexeerd en afgebouwd bij salarisverhoging buiten de algemene CAO-verhogingen (art. 22).
Vakantiedagen
- Vakantie: 190 uur per kalenderjaar met behoud van salaris, dat is 25 werkdagen van 7,6 uur. Werknemers jonger dan 18 jaar hebben recht op 205,2 uur (27 dagen) (art. 17 lid 1).
- Vitaliteitsverlof: daarnaast per kalenderjaar, met behoud van salaris, het aantal uren in de tabel hieronder (art. 17 lid 2). Bereikt u in de loop van het jaar een van de leeftijden, dan geldt het bijbehorende verlof voor dat hele kalenderjaar (art. 17 lid 3).
| Leeftijd | Vitaliteitsverlof per kalenderjaar |
|---|---|
| Tot 35 jaar | 7,6 uur |
| Vanaf 35 jaar | 15,2 uur |
| Vanaf 40 jaar | 22,8 uur |
| Vanaf 45 jaar | 30,4 uur |
| Vanaf 50 jaar | 38 uur |
| Vanaf 55 jaar | 45,6 uur |
| Vanaf 60 jaar | 53,2 uur |
| Vanaf 65 jaar | 60,8 uur |
- Het vitaliteitsverlof kan worden ingezet voor duurzame inzetbaarheid, korter werken en zorgverlof. Wie de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, heeft geen recht meer op vitaliteitsverlof (art. 17 lid 2 sub c en d).
- Wie gebruikmaakt van de seniorenregeling (art. 48) behoudt 7,6 uur vitaliteitsverlof; de overige uren vervallen (art. 17 lid 2 sub b).
- Wie in de loop van het jaar in dienst komt of vertrekt, of in deeltijd werkt, heeft recht op een evenredig deel van de vakantie en het vitaliteitsverlof. Te veel of te weinig genoten uren worden bij einde dienstverband verrekend (art. 17 lid 4 en 5).
- De verlof- en vakantieregeling in de onderneming wordt in overleg met de OR vastgesteld (art. 17 lid 6).
- Vakantiedagen kopen: per jaar maximaal tweemaal de arbeidsduur per week, tenzij met de OR andere afspraken zijn gemaakt (art. 43). Verlofsparen is mogelijk sinds 1 januari 2022; bovenwettelijk verlof, vitaliteitsdagen inbegrepen, verjaart na 10 jaar (art. 46).
- Op zondagen en feestdagen wordt niet gewerkt (art. 16 lid 1). Het maandinkomen wordt over feestdagen doorbetaald, voor zover die niet op zaterdag of zondag vallen (art. 27).
Overwerkvergoeding
- Wanneer is er overwerk? Als in opdracht van de werkgever langer wordt gewerkt dan het dienstrooster voorschrijft (art. 30 lid 1). De normale arbeidsduur is gemiddeld 38 uur per week tot en met functiegroep H; volgens het dienstrooster wordt bij een voltijddienstverband maximaal 45 uur per week gewerkt (art. 14 lid 1 en art. 15 lid 2).
- Vergoeding: per overuur het normale uurloon, in tijd of geld, plus de toeslag uit de tabel hieronder. De toeslagen zijn inclusief de vakantiebijslag (art. 30 lid 4). Het uurloon is het maandsalaris gedeeld door 164,67 (art. 1 lid 8 sub e).
| Overuren | Toeslag op het uurloon |
|---|---|
| Maandag t/m vrijdag, 06.00 tot 21.00 uur | 40% |
| Maandag t/m vrijdag, 21.00 tot 06.00 uur | 60% |
| Zaterdag | 60% |
| Zondag | 100% |
| Feestdagen (behalve 5 mei) | 100% |
- Compensatie in tijd: als de bedrijfsomstandigheden dat toelaten, wordt overwerk op verzoek van de werknemer gecompenseerd in vrije tijd, uur voor uur (art. 30 lid 3).
- Deeltijd: voor een deeltijdwerknemer is er pas overwerk als meer wordt gewerkt dan het rooster én de normale arbeidsduur per dag of week van een voltijdwerknemer wordt overschreden (art. 30 lid 2). Meer uren op verzoek van de werkgever binnen die normale arbeidsduur (meerwerk) geven een toeslag van 20% van het uurloon (art. 29).
- Functiegroep H en hoger: geen betaling van overwerk. Overwerk van groep H op een 6e of 7e dag wordt zonder toeslag gecompenseerd met vrije tijd binnen 3 maanden; lukt dat niet, dan volgt uitbetaling inclusief overwerktoeslag. Voor een internationale reisdag op een niet-werkdag geldt compensatie met maximaal 8 uur (art. 30 lid 5).
- Vaste zaterdagwerker: bij overwerk op de vervangende roostervrije dag geldt de overwerktoeslag voor zaterdag (art. 30 lid 6).
- Zorgvuldige afweging: bij het opdragen van overwerk of meerwerk weegt de werkgever na overleg bedrijfs- en werknemersbelangen af en motiveert hij het besluit (art. 30 lid 7).
- Ploegentoeslag: 14% op het maandsalaris bij tweeploegendienst en 19% bij drieploegendienst (art. 31).
- Zaterdagtoeslag: 25% over de uren bij een vaste zaterdag in een vijfdaagse werkweek. Behalve met de meerwerktoeslag wordt deze niet gecumuleerd met andere toeslagen (art. 33).
- Consignatietoeslag: per etmaal de bedragen uit de tabel hieronder (art. 34 lid 1). Bij een volledige week consignatie is maximaal 1 werkuur per week voor een opkomst inbegrepen; de reiskilometers per opkomst worden vergoed met € 0,23 per km (art. 34 lid 2 en 3).
| Consignatietoeslag per etmaal | Per 1 januari 2024 | Per 1 juli 2024 | Per 1 januari 2025 |
|---|---|---|---|
| Maandag t/m vrijdag | € 21,16 | € 21,27 | € 21,91 |
| Zaterdag | € 35,26 | € 35,44 | € 36,50 |
| Zon- en feestdagen | € 49,38 | € 49,63 | € 51,12 |
Reiskostenvergoeding
Voor woon-werkverkeer geldt art. 37; voor de reiskilometers bij consignatie art. 34 lid 3.
- Hoofdregel: wie meer dan 10 km moet afleggen om het werk te bereiken, krijgt een tegemoetkoming in de reiskosten op basis van de kosten van openbaar vervoer (art. 37 lid 1).
- Kilometervergoeding: in overleg met de OR kan in plaats daarvan worden afgesproken: voor woon-werkverkeer vanaf 5 km tot maximaal 35 km enkele reis een vergoeding van € 0,23 per gereisde km (art. 37 lid 2). Is die regeling de hoofdregel, dan kan de werknemer toch kiezen voor de openbaarvervoerregeling tegen inlevering van de originele plaatsbewijzen (art. 37 lid 3).
- Bestaande regeling: gold bij invoering van dit artikel al een regeling met de OR die ruimer is dan de hoofdregel, dan blijft die regeling gelden (art. 37 lid 4).
- Consignatie: de reiskilometers per opkomst worden vergoed met € 0,23 per km, vanaf de normale woonplaats of afgesproken verblijfplaats in Nederland (art. 34 lid 3).
- Thuiswerkdagen: zie het tabblad Thuiswerkvergoeding voor de regeling bij een verplichting tot thuiswerken en voor de samenloop met reiskosten.
- De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen en bevat geen koppeling aan het fiscaal vrijgestelde bedrag per km.
Bijzonder verlof
Bijzonder verlof staat in art. 18; de Wet arbeid en zorg is van toepassing (art. 18 lid 1). In de gevallen in de tabel heeft de werknemer verlof met behoud van het maandinkomen, mits hij zo mogelijk minstens een week van tevoren melding doet en de gebeurtenis bijwoont. De werkgever kan achteraf bewijsstukken vragen (art. 18 lid 2).
| Situatie | Verlof |
|---|---|
| Overlijden van de echtgeno(o)t(e), levenspartner, inwonende (schoon)ouders en inwonende eigen, stief- of pleegkinderen | Tijd tussen het overlijden t/m de dag van de begrafenis of crematie (art. 18 lid 2 sub a) |
| Overlijden van niet-inwonende ouders, schoon-, stief- en pleegouders, niet-inwonende eigen, aangehuwde, stief- en pleegkinderen, broers en zusters, zwagers en schoonzusters, grootouders | 1 dag, mits de begrafenis of crematie wordt bijgewoond; plus 1 dag bijzonder verlof op de dag van overlijden van een ouder, schoon-, stief- of pleegouder (art. 18 lid 2 sub b) |
| Regeling van de begrafenis of crematie door de werknemer | Tijd tussen het overlijden t/m de dag van de begrafenis of crematie, als de werknemer aantoont met de regeling te zijn belast (art. 18 lid 2 sub b) |
| Huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer | 3 dagen, inclusief de aangifte (art. 18 lid 2 sub c) |
| Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een eigen kind, stief- of pleegkind, broer of zus, zwager of schoonzus | 1 dag, voor zover de plechtigheid wordt bijgewoond (art. 18 lid 2 sub d) |
| 25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk of geregistreerd partnerschap van de (schoon)ouders | 1 dag, mits de feestelijkheid wordt bijgewoond (art. 18 lid 2 sub e) |
| 25- of 40-jarig dienstverband of huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer | 1 dag (art. 18 lid 2 sub f) |
| Bevalling van de echtgenote, geregistreerd partner of samenwonende partner | Doorbetaald kort verzuimverlof (art. 4.1 Wet arbeid en zorg), plus in de eerste vier weken na de geboorte doorbetaald geboorteverlof van eenmaal de arbeidsduur per week (art. 4.2 Wet arbeid en zorg), plus aanvullend geboorteverlof volgens de wet (art. 18 lid 2 sub g) |
| Adoptieverlof (art. 3.2 Wet arbeid en zorg) | De werkgever betaalt eenmaal de wekelijkse arbeidsduur door (art. 18 lid 2 sub h) |
| Cursus ter voorbereiding op vervroegde uittreding of pensionering | Maximaal 5 dagen, in het jaar voorafgaand aan de uittreding of pensionering (art. 18 lid 2 sub i) |
| Spoedeisend, onvoorzien of niet buiten werktijd te plannen arts- of ziekenhuisbezoek van de werknemer of de begeleiding van naasten | Verlof volgens de Wet arbeid en zorg (art. 18 lid 2 sub j) |
| Kortdurend zorgverlof (art. 5 lid 1 Wet arbeid en zorg) | Het loon wordt doorbetaald voor zover het niet meer bedraagt dan het SV-loon per dag (art. 18 lid 2 sub k) |
- Partners: verlof voor gebeurtenissen rond echtgenoten geldt ook voor partners in andere samenlevingsvormen, mits die duurzaam zijn en bij de werkgever bekend (art. 18 lid 3).
- Afwijkende afspraken: met de OR kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt (art. 18 lid 4).
- Overige feestdagen: wil de werknemer andere feest- en gedenkdagen vieren (en is het bedrijf niet gesloten), dan neemt hij daarvoor verlofdagen of onbetaald verlof op (art. 16 lid 2).
- Vakbondswerk: de werkgever staat, als de werkzaamheden dat naar zijn oordeel toelaten, verzuim met behoud van salaris toe voor het deelnemen als afgevaardigde aan vakbondsbijeenkomsten en scholing (art. 6 lid 1 en 3). Kaderleden hebben verlofuren naar bedrijfsomvang: 50 uur per 100 werknemers (bij meer dan 100 werknemers), 35 uur (50-100 werknemers) of 25 uur (minder dan 50 werknemers), plus 3 dagen onbetaald verlof waarover geen pensioen wordt opgebouwd (art. 6 lid 10).
- Uitkering bij overlijden van de werknemer: de nabestaanden ontvangen over de periode vanaf de dag na overlijden t/m een maand na de dag van overlijden een uitkering ter hoogte van het maandinkomen, onder aftrek van uitkeringen krachtens de Ziektewet of de WGA (art. 36).
Doorbetaling bij ziekte
- Kader: bij arbeidsongeschiktheid door ziekte of ongeval gelden art. 7:629 BW en de Wet verbetering poortwachter (art. 35 lid 1).
- Eerste ziektejaar: maand 1 t/m 6 wordt het maandinkomen voor 100% doorbetaald en maand 7 t/m 12 voor 90% (art. 35 lid 3).
- Tweede ziektejaar: maand 13 t/m 18 wordt 85% doorbetaald en maand 19 t/m 24 80%. Het loon is minimaal het minimum(jeugd)loon (art. 35 lid 3). Het maandinkomen is het maandsalaris plus een eventuele ploegentoeslag (art. 1 lid 8 sub c).
- Re-integratie: wordt in het eerste of tweede ziektejaar gewerkt in het kader van interne of externe re-integratie, waaronder therapeutische werkzaamheden, dan worden de gewerkte uren voor 100% betaald (art. 35 lid 4).
- IVA: komt de werknemer (uiterlijk) na twee jaar in aanmerking voor een IVA-uitkering, dan wordt het salaris over het eerste en tweede ziektejaar met terugwerkende kracht aangevuld tot 100% van het maandinkomen. De werkgever mag een second opinion verlangen (art. 35 lid 6).
- WGA (35% tot 80% arbeidsongeschikt): bij gehele of gedeeltelijke inzetbaarheid van de restverdiencapaciteit volgt in het eerste WGA-jaar een aanvulling tot 80% van het laatst uitbetaalde maandsalaris. Die aanvulling wordt met 1% per jaar afgebouwd tot 76% in het vijfde WGA-jaar en vervalt vanaf het zesde WGA-jaar (art. 35 lid 7). Voor een tijdelijke WGA-uitkering bij volledige, niet-duurzame arbeidsongeschiktheid (80 tot 100%) geldt dezelfde aanvulling (art. 35 lid 8). De aanvulling geldt alleen als de gedeeltelijke inzetbaarheid volledig wordt benut (art. 35 lid 9).
- Minder dan 35% arbeidsongeschikt: wie voor de volledige restverdiencapaciteit bij de werkgever wordt ingezet, krijgt een salarisgarantie. Het salaris voor de passende werkzaamheden wordt aangevuld met 90% van het verschil met het laatste maandsalaris, maximaal tot het maximale premieloon. Die aanvulling wordt in 5 jaar met 2% per jaar afgebouwd tot 82% (art. 35 lid 10 t/m 13). Een werkgroep bespreekt tijdens de looptijd deze leden (bijlage VII art. 11).
- Einde dienstverband en AOW: de doorbetaling en aanvulling eindigen als de arbeidsovereenkomst eindigt. Voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, blijft het bij de wettelijke loondoorbetaling en re-integratieverplichtingen (art. 35 lid 2).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
- Dertiende maand: de CAO kent geen dertiende maand en geen eindejaarsuitkering.
- Jubileumuitkering: een werknemer die 25 jaar of 40 jaar in dienst is, ontvangt een jubileumuitkering ter hoogte van een bruto maandsalaris, vermeerderd met 8,33% vakantiebijslag (art. 38). Naast de uitkering heeft de werknemer bij een 25- of 40-jarig dienstverband recht op 1 dag bijzonder verlof (art. 18 lid 2 sub f).
- Vakantietoeslag: 8,33% over de maandsalarissen in de periode juni t/m mei, uiterlijk in juni uitbetaald (art. 32). Zie ook het tabblad Stamgegevens.
Thuiswerkvergoeding
- Thuiswerkregeling: in de onderneming kan met de OR een thuiswerkregeling worden afgesproken. Is dat gebeurd, dan is de minimale vergoeding € 2,35 netto per dag (art. 37 lid 5).
- Verplicht thuiswerken: geldt in Nederland een verplichting tot thuiswerken, bijvoorbeeld omdat de regering op advies van het RIVM oproept zoveel mogelijk thuis te werken, dan heeft de werknemer sinds 1 juli 2021 recht op een thuiswerkvergoeding gelijk aan de fiscaal vrijgestelde vergoeding. De CAO-tekst noemt hiervoor € 2,35 netto per dag (art. 37 lid 6).
- Samenloop met reiskosten: naast de thuiswerkvergoeding bestaat geen recht op doorbetaling van de reiskostenvergoeding woon-werkverkeer voor de thuiswerkdag. Bij deels thuiswerken en deels werken op locatie op dezelfde dag wordt alleen de hoogste van beide vergoedingen betaald (art. 37 lid 6).
- Reiskosten blijven doorlopen: wordt de reiskostenvergoeding gecontinueerd, dan bestaat geen aanspraak op een thuiswerkvergoeding (art. 37 lid 7).
Pensioenfonds
- Pensioenfonds: Bedrijfstakpensioenfonds BPL Pensioen. Voor de werknemer geldt de pensioenregeling volgens de statuten en reglementen van BPL Pensioen, tenzij BPL Pensioen de werkgever dispensatie heeft verleend en behoudens afwijking in de CAO (art. 26 lid 1).
- Premie: werkgever en werknemer betalen de premie volgens de bepalingen van BPL Pensioen. De hoogte en de verdeling staan op de website van BPL Pensioen (art. 26 lid 2 en 3). De CAO noemt zelf geen percentages.
- Wijziging: wordt de regeling of de premieregeling gewijzigd, dan behoudt de werkgever zich het recht voor om met de vakbonden in overleg te treden over een mogelijk andere regeling (art. 26 lid 2). Bedrijven met een andere pensioenregeling stemmen belangrijke wijzigingen af met de vakbonden (art. 26 lid 4).
- Voorlichting vanaf 55 jaar: op verzoek voorlichting over keuzemogelijkheden, zoals eerder of gedeeltelijk met pensioen, hoger of lager pensioen en het uitruilen van partner- of ouderdomspensioen (bijlage VII art. 2).
- Seniorenregeling: werknemers in functiegroep A t/m H mogen vanaf 5 jaar voor de AOW-datum hun arbeidsduur verminderen tot 80% van de oorspronkelijke arbeidsduur, met naar rato aangepast brutoloon. Over het verschil in arbeidsduur betaalt de werkgever de volledige pensioenpremie (werkgevers- en werknemersdeel) (art. 48 lid 1).
Opzegtermijn
- Opzegtermijn: de CAO bevat geen eigen opzegtermijn. De beëindiging van de dienstbetrekking gebeurt volgens de wettelijke bepalingen, voor zover de CAO daarvan niet rechtsgeldig afwijkt (art. 13 lid 1).
- Wettelijke termijnen (Burgerlijk Wetboek, niet uit de CAO-tekst): voor de werknemer 1 maand; voor de werkgever 1 maand bij minder dan 5 jaar dienst, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar en 4 maanden vanaf 15 jaar.
- Proeftijd: bij een dienstbetrekking langer dan 6 maanden geldt wederzijds een proeftijd van 2 maanden; in de arbeidsovereenkomst kan een kortere termijn worden afgesproken. Bij een arbeidsovereenkomst van 6 maanden of korter kan geen proeftijd worden afgesproken (art. 11 lid 2 en 3).
- Einde door AOW: de dienstbetrekking eindigt van rechtswege op de dag waarop de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt (art. 13 lid 2).
- Collectief ontslag en reorganisatie: bij ontslag-, overname-, fusie-, reorganisatie- of bedrijfsbeëindigingsplannen betrekt de werkgever de vakbonden en het medezeggenschapsorgaan, voor zover de wet of het SER-besluit fusiegedragsregels dat voorschrijft (art. 13 lid 3).
- Tijdelijke contracten: na 36 maanden, of na meer dan drie opeenvolgende contracten met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, geldt de laatste overeenkomst als voor onbepaalde tijd (art. 11 lid 4). Voor seizoenfuncties (bestuiver, gewasverzorger A en B) geldt een afwijkende ketenbepaling: een tussenpoos van ten minste 3 maanden na maximaal 3 contracten met een gezamenlijke duur van ten hoogste 9 maanden (art. 12 lid 1).
Bron: CAO-tekst CAO tuinzaadbedrijven, looptijd 1 januari 2024 t/m 31 december 2025 (artikelen 1, 6, 10 t/m 14, 16 t/m 18, 22 t/m 23, 25 t/m 27, 29 t/m 38, 43, 46 en 48; bijlage VII art. 2 en 11).
Salaristabel CAO tuinzaadbedrijven 2024 - 2025
De bedragen zijn bruto maandsalarissen in euro's (bijlage II). Elke tabel bevat drie onderdelen: de leeftijdsschaal voor 17- en 18-jarigen in groep B t/m D, de vaste periodiekenschaal met functiejaren (art. 21 lid 4) en de open salarisschalen met een minimum en maximum per groep (art. 21 lid 5), die alleen worden gebruikt als de onderneming een beoordelingssystematiek heeft. De tabel per 1 januari 2024 bevat de verhoging van 5%, die per 1 juli 2024 de verhoging van 0,5% en die per 1 januari 2025 de verhoging van 3%. De CAO bevat geen salaristabel per 4 weken.
Voor werknemers die nog niet over voldoende opleiding, kennis en ervaring beschikken, en voor werknemers met een schriftelijke seizoensovereenkomst van maximaal 6 maanden voor routinematige werkzaamheden, geldt de aanloopschaal op basis van het wettelijk minimumloon (art. 21 lid 3). Bijlage II noemt daarvoor 90% (17 jaar), 100% (18 jaar) en 105% (0 functiejaren) van het wettelijk minimumloon, zonder bedragen in euro's. Raadpleeg daarom het huidige wettelijk minimumloon. De leeftijdsschaal voor 17 jaar is 95% van het minimum van groep B, C of D (art. 21 lid 2).
Per maand vanaf 1 januari 2024
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 januari 2024
| Leeftijd | Groep B | Groep C | Groep D |
|---|---|---|---|
| 17 jaar | € 2.374,70 | € 2.488,10 | € 2.618,30 |
| 18 jaar | € 2.499,70 | € 2.619,00 | € 2.756,10 |
Vaste periodiekenschaal per 1 januari 2024
| Functiejaren | Groep B | Groep C | Groep D | Groep E | Groep F | Groep G | Groep H |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | € 2.499,70 | € 2.619,00 | € 2.756,10 | € 2.915,30 | € 3.131,70 | € 3.420,30 | € 3.755,00 |
| 1 functiejaar | € 2.548,70 | € 2.672,90 | € 2.815,70 | € 2.981,80 | € 3.209,20 | € 3.504,10 | € 3.857,90 |
| 2 functiejaren | € 2.598,80 | € 2.728,40 | € 2.876,40 | € 3.053,80 | € 3.288,60 | € 3.591,20 | € 3.962,40 |
| 3 functiejaren | € 2.649,70 | € 2.784,30 | € 2.938,60 | € 3.126,50 | € 3.370,20 | € 3.679,60 | € 4.070,40 |
| 4 functiejaren | € 2.702,40 | € 2.841,80 | € 3.004,50 | € 3.201,60 | € 3.453,10 | € 3.770,70 | € 4.181,40 |
| 5 functiejaren | € 2.755,10 | € 2.900,70 | € 3.073,60 | € 3.278,50 | € 3.538,10 | € 3.863,90 | € 4.295,10 |
| 6 functiejaren | € 2.809,80 | € 2.960,60 | € 3.144,20 | € 3.357,60 | € 3.625,80 | € 3.959,70 | € 4.412,20 |
| 7 functiejaren | € 2.864,90 | € 3.025,40 | € 3.216,70 | € 3.438,10 | € 3.715,30 | € 4.056,80 | € 4.532,40 |
| 8 functiejaren | € 2.921,70 | € 3.092,00 | € 3.290,70 | € 3.520,30 | € 3.806,90 | € 4.157,20 | € 4.656,00 |
| 9 functiejaren | € 2.980,30 | € 3.159,90 | € 3.366,60 | € 3.604,90 | € 3.900,80 | € 4.259,90 | € 4.783,00 |
| 10 functiejaren | € 3.229,20 | € 3.444,00 | € 3.691,30 | € 3.997,00 | € 4.365,10 | € 4.913,30 | |
| 11 functiejaren | € 4.473,20 | € 5.047,10 | |||||
| 12 functiejaren | € 5.184,50 |
Open salarisschalen per 1 januari 2024
| Groep | Minimum | Maximum |
|---|---|---|
| Groep B | € 2.499,70 | € 2.980,30 |
| Groep C | € 2.619,00 | € 3.229,20 |
| Groep D | € 2.756,10 | € 3.444,00 |
| Groep E | € 2.915,30 | € 3.691,30 |
| Groep F | € 3.131,70 | € 3.997,00 |
| Groep G | € 3.420,30 | € 4.473,20 |
| Groep H | € 3.755,00 | € 5.184,50 |
Per maand vanaf 1 juli 2024
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 juli 2024
| Leeftijd | Groep B | Groep C | Groep D |
|---|---|---|---|
| 17 jaar | € 2.386,60 | € 2.500,50 | € 2.631,40 |
| 18 jaar | € 2.512,20 | € 2.632,10 | € 2.769,90 |
Vaste periodiekenschaal per 1 juli 2024
| Functiejaren | Groep B | Groep C | Groep D | Groep E | Groep F | Groep G | Groep H |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | € 2.512,20 | € 2.632,10 | € 2.769,90 | € 2.929,90 | € 3.147,40 | € 3.437,40 | € 3.773,80 |
| 1 functiejaar | € 2.561,40 | € 2.686,30 | € 2.829,80 | € 2.996,70 | € 3.225,20 | € 3.521,60 | € 3.877,20 |
| 2 functiejaren | € 2.611,80 | € 2.742,00 | € 2.890,80 | € 3.069,10 | € 3.305,00 | € 3.609,20 | € 3.982,20 |
| 3 functiejaren | € 2.662,90 | € 2.798,20 | € 2.953,30 | € 3.142,10 | € 3.387,10 | € 3.698,00 | € 4.090,80 |
| 4 functiejaren | € 2.715,90 | € 2.856,00 | € 3.019,50 | € 3.217,60 | € 3.470,40 | € 3.789,60 | € 4.202,30 |
| 5 functiejaren | € 2.768,90 | € 2.915,20 | € 3.089,00 | € 3.294,90 | € 3.555,80 | € 3.883,20 | € 4.316,60 |
| 6 functiejaren | € 2.823,80 | € 2.975,40 | € 3.159,90 | € 3.374,40 | € 3.643,90 | € 3.979,50 | € 4.434,30 |
| 7 functiejaren | € 2.879,20 | € 3.040,50 | € 3.232,80 | € 3.455,30 | € 3.733,90 | € 4.077,10 | € 4.555,10 |
| 8 functiejaren | € 2.936,30 | € 3.107,50 | € 3.307,20 | € 3.537,90 | € 3.825,90 | € 4.178,00 | € 4.679,30 |
| 9 functiejaren | € 2.995,20 | € 3.175,70 | € 3.383,40 | € 3.622,90 | € 3.920,30 | € 4.281,20 | € 4.806,90 |
| 10 functiejaren | € 3.245,30 | € 3.461,20 | € 3.709,80 | € 4.017,00 | € 4.386,90 | € 4.937,90 | |
| 11 functiejaren | € 4.495,60 | € 5.072,30 | |||||
| 12 functiejaren | € 5.210,40 |
Open salarisschalen per 1 juli 2024
| Groep | Minimum | Maximum |
|---|---|---|
| Groep B | € 2.512,20 | € 2.995,20 |
| Groep C | € 2.632,10 | € 3.245,30 |
| Groep D | € 2.769,90 | € 3.461,20 |
| Groep E | € 2.929,90 | € 3.709,80 |
| Groep F | € 3.147,40 | € 4.017,00 |
| Groep G | € 3.437,40 | € 4.495,60 |
| Groep H | € 3.773,80 | € 5.210,40 |
Per maand vanaf 1 januari 2025
Leeftijdsschaal 17 en 18 jaar (groep B t/m D) per 1 januari 2025
| Leeftijd | Groep B | Groep C | Groep D |
|---|---|---|---|
| 17 jaar | € 2.458,20 | € 2.575,50 | € 2.710,40 |
| 18 jaar | € 2.587,60 | € 2.711,10 | € 2.853,00 |
Vaste periodiekenschaal per 1 januari 2025
| Functiejaren | Groep B | Groep C | Groep D | Groep E | Groep F | Groep G | Groep H |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 0 functiejaren | € 2.587,60 | € 2.711,10 | € 2.853,00 | € 3.017,80 | € 3.241,80 | € 3.540,50 | € 3.887,00 |
| 1 functiejaar | € 2.638,20 | € 2.766,90 | € 2.914,70 | € 3.086,60 | € 3.322,00 | € 3.627,20 | € 3.993,50 |
| 2 functiejaren | € 2.690,20 | € 2.824,30 | € 2.977,50 | € 3.161,20 | € 3.404,20 | € 3.717,50 | € 4.101,70 |
| 3 functiejaren | € 2.742,80 | € 2.882,10 | € 3.041,90 | € 3.236,40 | € 3.488,70 | € 3.808,90 | € 4.213,50 |
| 4 functiejaren | € 2.797,40 | € 2.941,70 | € 3.110,10 | € 3.314,10 | € 3.574,50 | € 3.903,30 | € 4.328,40 |
| 5 functiejaren | € 2.852,00 | € 3.002,70 | € 3.181,70 | € 3.393,70 | € 3.662,50 | € 3.999,70 | € 4.446,10 |
| 6 functiejaren | € 2.908,50 | € 3.064,70 | € 3.254,70 | € 3.475,60 | € 3.753,20 | € 4.098,90 | € 4.567,30 |
| 7 functiejaren | € 2.965,60 | € 3.131,70 | € 3.329,80 | € 3.559,00 | € 3.845,90 | € 4.199,40 | € 4.691,80 |
| 8 functiejaren | € 3.024,40 | € 3.200,70 | € 3.406,40 | € 3.644,00 | € 3.940,70 | € 4.303,30 | € 4.819,70 |
| 9 functiejaren | € 3.085,10 | € 3.271,00 | € 3.484,90 | € 3.731,60 | € 4.037,90 | € 4.409,60 | € 4.951,10 |
| 10 functiejaren | € 3.342,70 | € 3.565,00 | € 3.821,10 | € 4.137,50 | € 4.518,50 | € 5.086,00 | |
| 11 functiejaren | € 4.630,50 | € 5.224,50 | |||||
| 12 functiejaren | € 5.366,70 |
Open salarisschalen per 1 januari 2025
| Groep | Minimum | Maximum |
|---|---|---|
| Groep B | € 2.587,60 | € 3.085,10 |
| Groep C | € 2.711,10 | € 3.342,70 |
| Groep D | € 2.853,00 | € 3.565,00 |
| Groep E | € 3.017,80 | € 3.821,10 |
| Groep F | € 3.241,80 | € 4.137,50 |
| Groep G | € 3.540,50 | € 4.630,50 |
| Groep H | € 3.887,00 | € 5.366,70 |
Studenten, BBL en scholieren
Studenten, BBL-studenten en scholieren
Voor studenten en scholieren gelden de volgende percentages van het geldende volledige wettelijk minimumloon (bijlage III, onderdeel 1). Raadpleeg het huidige wettelijk minimumloon voor het actuele bedrag.
| Leeftijd | Percentage van het wettelijk minimumloon |
|---|---|
| 15 jaar | 40% |
| 16 jaar | 50% |
| 17 jaar | 60% |
| 18 jaar | 70% |
| 19 jaar | 80% |
| 20 jaar | 90% |
| Vanaf 21 jaar | 100% |
- Vakantiedagen en/of vakantiegeld worden bij het einde van de dienstbetrekking of bij iedere loonbetaling afgerekend (bijlage III).
- De BBL-student wordt op de schooldag doorbetaald (art. 21 lid 6; bijlage III).
- Voor een scholier of student (geen BBL-student) die in het lopende schooljaar (1 augustus t/m 31 juli) dagonderwijs volgt of heeft gevolgd, geldt van de CAO alleen art. 21 lid 6 (loon), art. 17 lid 1 (vakantiedagen) en art. 32 (vakantiebijslag) (art. 1 lid 4).
Arbeidsbeperking (instroomschaal)
Werknemers met een arbeidsbeperking
Voor werknemers met een arbeidsbeperking geldt een instroomschaal waarvan de aanvangssalarissen zijn gebaseerd op het wettelijk minimum(jeugd)loon. Het maximum voor de werknemer vanaf 23 jaar is 125% van het minimumloon en wordt bereikt in 5 jaarperiodieken of beoordelingsstappen van jaarlijks 5% (bijlage III, onderdeel 2). Raadpleeg het huidige wettelijk minimumloon voor het actuele bedrag.
| Functiejaren | Loon |
|---|---|
| 0 functiejaren | wml |
| 1 functiejaar | wml + 5% |
| 2 functiejaren | wml + 10% |
| 3 functiejaren | wml + 15% |
| 4 functiejaren | wml + 20% |
| 5 functiejaren | wml + 25% |
- Gaat het om een stage voor iemand met een arbeidsbeperking, dan is de stagevergoeding € 250 bruto per maand, plus een reiskostenvergoeding. Bij een arbeidsovereenkomst geldt de schaal voor werknemers met een arbeidsbeperking (bijlage VII art. 4).
Bron: CAO-tekst CAO tuinzaadbedrijven, looptijd 1 januari 2024 t/m 31 december 2025 (bijlage II, bijlage III en art. 21; bijlage VII art. 4).
Naar de pagina van de CAO tuinzaadbedrijven
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
