De CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf (CAO Kartoflex) 2025 - 2026 loopt van 1 januari 2025 t/m 30 april 2026. De salarisschalen stijgen met 2,5% per 1 januari 2025 en met 2,0% per 1 juli 2025. Per 1 januari 2026 gaat bovendien de pensioenuitvoerder over van PGB naar PNO Media. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de salaristabellen op een rij.
Kerngegevens CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf 2025 - 2026
Looptijd
1 januari 2025 t/m 30 april 2026
Cao-partijen
Koninklijke Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kartonnages en Flexibele Verpakkingen “Kartoflex” (werkgevers); FNV en CNV (werknemers)
Loonsverhoging
2,5% per 1 januari 2025 en 2,0% per 1 juli 2025
Vakantiedagen
180 uur per jaar bij een 36-urige werkweek (144 wettelijk + 36 bovenwettelijk), met extra uren voor jongeren, ploegendienst en oudere werknemers
Vakantietoeslag
8% van het jaarinkomen, uitbetaald uiterlijk op 1 juni
Overwerkvergoeding
25% tot 100% toeslag op het uurloon, afhankelijk van het tijdstip; plus een ploegentoeslag van 16% tot 24,5%
Reiskostenvergoeding
€ 0,19 per kilometer bij een enkele reisafstand van 10 tot 25 km (geen vergoeding onder 10 km of voor het deel boven 25 km)
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en maximaal 5 dagen na overlijden van de partner of een minderjarig kind
Doorbetaling bij ziekte
Wettelijk 70%, aangevuld tot 100% (eerste 8 maanden), 90% (9e-12e maand) en 85% (13e-24e maand) van het oude maandinkomen
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Niet specifiek geregeld in deze cao
Thuiswerkvergoeding
Niet vastgelegd in de cao; kan als gespreksonderwerp worden geagendeerd door werkgever of OR/PVT
Pensioenfonds
Stichting Pensioenfonds PGB (tot en met 31 december 2025); vanaf 1 januari 2026 Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Media (PNO Media)
Opzegtermijn werkgever
1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd (0-5 jaar: 1 maand, oplopend tot vanaf 15 jaar: 4 maanden)
Opzegtermijn werknemer
1 maand
Salarisverhogingen
Met ingang van 1 januari 2025 worden de salarisschalen en feitelijke salarissen structureel verhoogd met 2,5% (Bijlage II lid 1).
Met ingang van 1 juli 2025 volgt een tweede structurele verhoging van 2,0% (Bijlage II lid 1).
De loonsverhogingen worden toegekend over de feitelijk uitbetaalde salarissen van de functies tot en met 170 ORBA-punten (Bijlage II lid 2).
Werknemers die de voor hun groep geldende functievolwassen leeftijd hebben bereikt, ontvangen jaarlijks per 1 januari een extra functiejaar, totdat het maximum van hun salarisschaal is bereikt (art. 8 lid 3).
Vakantiedagen
Een werknemer die het hele vakantiejaar (1 januari t/m 31 december) onafgebroken in dienst is, heeft recht op 180 vakantie-uren: 144 wettelijke en 36 bovenwettelijke uren (art. 12 lid 2a).
Werknemers die bij aanvang van het vakantiejaar jonger zijn dan 19 jaar, krijgen 21,6 uur extra vakantie (art. 12 lid 2b).
Werknemers in ploegendienst krijgen 7,2 uur extra vakantie per vakantiejaar (art. 12 lid 2c).
Werknemers van 50, 55 of 60 jaar en ouder hebben recht op respectievelijk 194,4, 201,6 of 208,8 vakantie-uren in plaats van de reguliere 180 uur (art. 12 lid 2d).
Van de reguliere vakantie worden als regel drie aaneengesloten kalenderweken verleend (art. 12 lid 4a).
Overwerkvergoeding
Voor geregelde arbeid in ploegendienst geldt een toeslag op het maandsalaris: 24,5% voor een incidenteel ingestelde nachtploeg, 20% voor 3-ploegendienst en 16% voor 2-ploegendienst (art. 9 lid 2a).
Overwerk wordt naar keuze van de werknemer gecompenseerd in geld of vrije tijd; overwerk in vrije tijd moet binnen drie maanden worden opgenomen (art. 9 lid 3c).
De overwerktoeslag bedraagt 25% van het uurloon (maandag t/m vrijdag 06.00-20.00 uur), 50% (overige uren doordeweeks en zaterdag vóór 13.00 uur) of 100% (zaterdag na 13.00 uur, zondag en feestdagen) (art. 9 lid 3e).
Studenten met een voltijdsstage van minimaal 1 maand ontvangen sinds 1 januari 2025 een stagevergoeding van € 325 bruto per maand (art. 10 lid 5).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding woon-werkverkeer is geregeld in artikel 14 van de cao.
Bij een enkele reisafstand van meer dan 10 kilometer ontvangt de werknemer een fiscaal onbelaste vergoeding van € 0,19 per kilometer voor de volledige woon-werkafstand (heen en terug), met een maximum van 25 kilometer enkele reis (art. 14 lid 1a).
Voor de eerste 10 kilometer enkele reis geldt geen vergoeding; voor het deel van de reisafstand boven 25 kilometer enkele reis evenmin (art. 14 lid 1a).
Bedrijven die op 1 oktober 2023 al een betere reiskostenregeling toepasten, mogen die handhaven (art. 14 lid 1c).
Er is een fiscaal vriendelijke aanvullende regeling mogelijk waarbij niet-benutte reiskostenruimte wordt verrekend met het bruto maandsalaris, op verzoek van de werknemer (art. 14 lid 2).
Bijzonder verlof
Geoorloofd verzuim met behoud van salaris is geregeld in artikel 11 van de cao:
Situatie
Verlof
Bevalling van de partner
Gedurende de bevalling, plus geboorteverlof (1x de arbeidsduur per week, eerste 4 weken) en optioneel aanvullend geboorteverlof (max. 5x de arbeidsduur per week tegen 80% dagloon, binnen 6 maanden)
Ondertrouw
1 dag of dienst
Eigen huwelijk of geregistreerd partnerschap
2 dagen of diensten
Huwelijk van een kind, pleegkind, ouder, broer of zus
1 dag of dienst
25-, 40- of 50-jarig huwelijksjubileum (zelf of ouders/schoonouders)
1 dag of dienst
Overlijden van de partner of een minderjarig (adoptie/stief)kind
Vanaf de dag van overlijden t/m 5 dagen na de begrafenis/crematie
Overlijden van een (adoptie/stief/schoon)ouder of volwassen (adoptie/stief)kind
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de begrafenis/crematie
Begrafenis/crematie van een ander familielid tot en met de tweede graad
1 dag of dienst
Noodzakelijk doktersbezoek/polikliniekbezoek
De vereiste tijd tot maximaal 2 uur
Daarnaast: onbetaald verlof bij adoptie/pleegzorg (art. 11 lid 10), verlof bij verzorging van een ziek familielid (max. 10 dagen per jaar, eerste 7 dagen 100% en resterende 3 dagen 70% doorbetaald, art. 11 lid 11-12), en aandacht voor mantelzorg tijdens het jaarlijkse functioneringsgesprek (art. 11 lid 13).
Doorbetaling bij ziekte
De wettelijke loondoorbetaling bedraagt 70% van het oude maandinkomen; de werkgever vult dit de eerste 8 maanden aan tot 100% (art. 15 lid 3a-b).
Van de 9e t/m de 12e maand geldt een aanvulling tot 90% van het oude maandinkomen (art. 15 lid 3d).
Van de 13e t/m de 24e maand geldt een aanvulling tot 85% van het oude maandinkomen (art. 15 lid 3f).
Bij werken naar loonwaarde en re-integratieactiviteiten ontvangt de werknemer 100% van het oude maandinkomen per gewerkt uur (art. 15 lid 3g).
Voor AOW-gerechtigde werknemers is de loondoorbetalingsplicht bij ziekte beperkt tot 13 weken (art. 15 lid 3l).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen dertiende maand of eindejaarsuitkering. Naast het salaris ontvangt de werknemer wel een vakantietoeslag van 8% van het jaarinkomen (zie het tabblad Stamgegevens en Vakantietoeslag in artikel 13).
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen vaste thuiswerkvergoeding. Volgens Bijlage III (Protocol) kan een BHV-vergoeding en thuiswerken op ondernemingsniveau als gesprekspunt worden geagendeerd door de werkgever of de ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging.
Pensioenfonds
Tot en met 31 december 2025: werkgevers en werknemers zijn verplicht aangesloten bij Stichting Pensioenfonds PGB. De totale premie bedraagt 24,2% van de pensioengrondslag: 51% werkgever (12,33%) en 49% werknemer (11,87%) (art. 18 lid 3c).
Vanaf 1 januari 2026: de pensioenuitvoering gaat over naar Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Media (PNO Media), met dezelfde premie (24,2%) en premieverdeling (51% werkgever - 49% werknemer) (art. 18A lid 1 en 3c).
De pensioenregeling is een middelloonregeling met een vaste premie; het opbouwpercentage bedraagt in 2025 1,648%, met een franchise van € 22.992 (art. 18 lid 3c2, art. 18A lid 3c2).
Per 1 januari 2027 wordt de middelloonregeling omgezet naar een solidaire premieregeling met een vlakke premie, in verband met de Wet toekomst pensioenen (art. 18A lid 9).
Opzegtermijn
Voor werknemers in vaste dienst gelden de wettelijke opzegtermijnen voor de werkgever: 1 maand (0-5 dienstjaren), 2 maanden (5-10 jaar), 3 maanden (10-15 jaar) of 4 maanden (vanaf 15 jaar) (art. 6 lid 3b).
Voor de werknemer geldt een opzegtermijn van 1 maand (art. 6 lid 3b).
Voor AOW-gerechtigde werknemers geldt voor de werkgever een opzegtermijn van 1 maand (art. 6 lid 3d).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de laatste dag van de maand waarin de werknemer het volledige recht op AOW krijgt (art. 6 lid 3e).
Salaristabel CAO Kartonnage- en Flexibele Verpakkingenbedrijf 2025 - 2026
De salaristabellen zijn ingedeeld naar functiegroep (op basis van ORBA-punten) en functiejaren, met een aparte jeugdschaal (16 t/m 21 jaar) en een participatieschaal voor werknemers die niet het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Niet elke functiegroep kent evenveel functiejaren; lege cellen betekent dat de betreffende schaal al eerder het maximum heeft bereikt.
Functiejarenschaal per 1 januari 2025
Functiegroep
1
2
3
4
5
6
7
8
Punten ORBA
0-35
35-50
50-70
70-90
90-110
110-130
130-150
150-170
Aanloopschaal
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
€ 2.295
0 functiejaren
€ 2.328
€ 2.335
€ 2.414
€ 2.515
€ 2.655
€ 2.839
€ 3.036
1 functiejaar
€ 2.324
€ 2.373
€ 2.390
€ 2.474
€ 2.586
€ 2.737
€ 2.920
€ 3.133
2 functiejaren
€ 2.369
€ 2.419
€ 2.451
€ 2.541
€ 2.655
€ 2.821
€ 3.002
€ 3.232
3 functiejaren
€ 2.407
€ 2.471
€ 2.512
€ 2.597
€ 2.724
€ 2.902
€ 3.091
€ 3.331
4 functiejaren
€ 2.448
€ 2.528
€ 2.575
€ 2.660
€ 2.795
€ 2.981
€ 3.169
€ 3.424
5 functiejaren
€ 2.724
€ 2.867
€ 3.064
€ 3.253
€ 3.518
6 functiejaren
€ 3.344
€ 3.619
Jeugdschaal per 1 januari 2025
Leeftijd
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
16 jaar
€ 1.409
€ 1.431
€ 1.438
€ 1.453
€ 1.488
€ 1.567
€ 1.673
€ 1.713
17 jaar
€ 1.627
€ 1.652
€ 1.661
€ 1.684
€ 1.730
€ 1.823
€ 1.946
€ 2.007
18 jaar
€ 1.845
€ 1.873
€ 1.887
€ 1.916
€ 1.972
€ 2.078
€ 2.221
€ 2.300
19 jaar
€ 2.064
€ 2.098
€ 2.109
€ 2.147
€ 2.214
€ 2.268
€ 2.425
€ 2.595
20 jaar
€ 2.295
€ 2.328
€ 2.335
€ 2.378
€ 2.407
€ 2.464
€ 2.563
€ 2.699
21 jaar
€ 2.414
€ 2.515
€ 2.563
€ 2.701
€ 2.815
Functiejarenschaal per 1 juli 2025
Functiegroep
1
2
3
4
5
6
7
8
Punten ORBA
0-35
35-50
50-70
70-90
90-110
110-130
130-150
150-170
Aanloopschaal
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
€ 2.341
0 functiejaren
€ 2.375
€ 2.382
€ 2.462
€ 2.565
€ 2.708
€ 2.896
€ 3.097
1 functiejaar
€ 2.370
€ 2.420
€ 2.438
€ 2.523
€ 2.638
€ 2.792
€ 2.978
€ 3.196
2 functiejaren
€ 2.416
€ 2.467
€ 2.500
€ 2.592
€ 2.708
€ 2.877
€ 3.062
€ 3.297
3 functiejaren
€ 2.455
€ 2.520
€ 2.562
€ 2.649
€ 2.778
€ 2.960
€ 3.153
€ 3.398
4 functiejaren
€ 2.497
€ 2.579
€ 2.627
€ 2.713
€ 2.851
€ 3.041
€ 3.232
€ 3.492
5 functiejaren
€ 2.778
€ 2.924
€ 3.125
€ 3.318
€ 3.588
6 functiejaren
€ 3.411
€ 3.691
Jeugdschaal per 1 juli 2025
Leeftijd
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
16 jaar
€ 1.437
€ 1.460
€ 1.467
€ 1.482
€ 1.518
€ 1.598
€ 1.706
€ 1.747
17 jaar
€ 1.660
€ 1.685
€ 1.694
€ 1.718
€ 1.765
€ 1.859
€ 1.985
€ 2.047
18 jaar
€ 1.882
€ 1.910
€ 1.925
€ 1.954
€ 2.011
€ 2.120
€ 2.265
€ 2.346
19 jaar
€ 2.105
€ 2.140
€ 2.151
€ 2.190
€ 2.258
€ 2.313
€ 2.474
€ 2.647
20 jaar
€ 2.341
€ 2.375
€ 2.382
€ 2.426
€ 2.455
€ 2.513
€ 2.614
€ 2.753
21 jaar
€ 2.462
€ 2.565
€ 2.614
€ 2.755
€ 2.871
Participatieschaal per 1 januari 2025
Voor werknemers van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen, maar die wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (doelgroep loonkostensubsidie, Participatiewet), geldt een aparte loonschaal, gekoppeld aan het wettelijk minimumuurloon. Onderstaande bedragen gelden voor werknemers van 21 jaar en ouder; voor jongere werknemers gelden de jeugdminimumuurloonbedragen uit de WMUL.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO besloten busvervoer (CAO Tour) 2025 - 2026 loopt van 1 januari 2025 t/m 31 december 2026. De lonen stijgen met 4% per 1 juli 2025 en met 4% per 1 januari 2026. Daarnaast ontvingen werknemers die op 1 januari 2025 in dienst waren een eenmalige uitkering van € 750 bruto. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de salaristabellen op een rij.
Busvervoer Nederland (werkgevers); CNV en FNV (werknemers)
Loonsverhoging
4% per 1 juli 2025 en 4% per 1 januari 2026, plus een eenmalige uitkering van € 750 bruto (uitbetaald in september 2025)
Vakantiedagen
23 tot 27 dagen per jaar, afhankelijk van leeftijd, plus 5 werkgelegenheidsdagen
Vakantietoeslag
8% van het jaarloon, uitbetaald uiterlijk op 31 mei
Overwerkvergoeding
Rijdend personeel: 35% toeslag op alle dagen. Niet-rijdend personeel: 30% (werkdagen), 50% (zaterdag) of 100% (zondag/feestdagen)
Reiskostenvergoeding
€ 0,23 per kilometer voor woon-werkverkeer bij een enkele reisafstand van 10 tot 45 km (vergoed tot maximaal 35 km enkele reis)
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en 4 dagen bij overlijden van de partner of een inwonend kind
Doorbetaling bij ziekte
90% van het structurele loon in het eerste ziektejaar, 80% in het tweede ziektejaar
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Niet structureel geregeld in deze cao (wel een eenmalige uitkering van € 750 bruto in 2025, zie Salarisverhogingen)
Thuiswerkvergoeding
Niet specifiek geregeld in deze cao
Pensioenfonds
Pensioenfonds Vervoer
Opzegtermijn werkgever
Niet specifiek in de cao geregeld; de wettelijke opzegtermijnen (Burgerlijk Wetboek) zijn van toepassing
Opzegtermijn werknemer
Niet specifiek in de cao geregeld; de wettelijke opzegtermijn (Burgerlijk Wetboek) is van toepassing
Salarisverhogingen
De feitelijke lonen, de loonschalen en de toeslagen worden per 1 juli 2025 met 4% verhoogd en per 1 januari 2026 nogmaals met 4% (art. 33).
Werknemers en uitzendkrachten die op 1 januari 2025 in dienst waren binnen de sector, ontvangen een eenmalige uitkering van € 750 bruto, naar rato van de omvang en duur van het dienstverband in de periode 1 januari t/m 30 juni 2025. Deze uitkering is uiterlijk in september 2025 uitbetaald (art. 33).
Bij indiensttreding wordt de werknemer minimaal ingeschaald op de trede die overeenkomt met zijn opgebouwde ervaringsjaren in dezelfde of soortgelijke functie binnen de bedrijfstak (art. 35 lid 1).
Tredeverhoging vindt jaarlijks plaats op de datum van indiensttreding, of op de 1e van de volgende maand als de indiensttreding niet op de 1e van een maand viel (art. 35 lid 4).
Vakantiedagen
Het vakantiejaar loopt van 1 januari t/m 31 december (art. 26 lid 2).
De normale vakantie per vakantiejaar is leeftijdsafhankelijk: 24 dagen (20 jaar en jonger), 23 dagen (21 t/m 49 jaar), 24 dagen (50 t/m 54 jaar), 26 dagen (55 t/m 59 jaar) en 27 dagen (60 jaar en ouder) (art. 26 lid 3).
Naast de vakantiedagen ontvangt de werknemer 5 werkgelegenheidsdagen per jaar; de werkgever kondigt deze minimaal 4 dagen van tevoren aan (art. 27 lid 1).
De werknemer heeft recht op 15 aaneengesloten werkdagen vakantie, bij voorkeur op te nemen tussen 1 mei en 30 september (art. 26 lid 6).
Overwerkvergoeding
Voor niet-rijdend personeel geldt een overwerktoeslag van 30% (werkdagen), 50% (zaterdag) of 100% (zondag en algemeen erkende feestdagen) op het uurloon (art. 36 lid 1).
Voor rijdend personeel geldt op alle dagen een vaste overwerktoeslag van 35% op het uurloon (art. 36 lid 2).
Rijdend personeel heeft daarnaast recht op een onderbrekingstoeslag: € 14,72 (vanaf 1-7-2025: € 15,31; vanaf 1-1-2026: € 15,92) per dienst met een onderbreking van meer dan 1 uur (art. 37).
Voor onregelmatige uren geldt een aparte onregelmatigheidstoeslag: voor niet-rijdend/technisch personeel € 1,67 tot € 2,48 per uur (afhankelijk van het tijdstip), oplopend naar € 1,81-€ 2,68 per 1-1-2026; voor rijdend personeel in touringcar-, ongeregeld en pendelvervoer gelden aparte, hogere bedragen voor zaterdag-, zondag- en nachturen (art. 38).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding is geregeld in de artikelen 42 (woon-werkverkeer) en 43 (overige reiskosten).
Woon-werkverkeer: vanaf 1 juli 2025 ontvangt de werknemer € 0,23 per kilometer (fiscale norm 2025) bij een enkele reisafstand van 10 kilometer of meer, tot een maximum van 35 kilometer enkele reis. De eerste 10 kilometer wordt niet vergoed; de vergoeding voor een volledige retourrit bedraagt dus maximaal € 16,10 (art. 42).
De woon-werkverkeervergoeding wordt maximaal eenmaal per dag verstrekt (art. 42).
Overige reiskosten: voor diensten buiten de standplaats worden de reiskosten vergoed volgens de fiscaal geldende normen, als de werknemer niet met door de werkgever beschikbaar gesteld vervoer kon reizen (art. 43 lid 1).
Bij bedrijfsverplaatsing of overplaatsing van de werknemer worden de extra woon-werkkosten gedurende twee jaar vergoed volgens de fiscale normen (art. 43 lid 2).
Bijzonder verlof
Afwezigheid met behoud van loon is geregeld in artikel 28 van de cao, voor zover dit binnen de arbeidstijd noodzakelijk is:
Situatie
Verlof
Ondertrouw
Een halve dag
Eigen huwelijk
2 dagen
Huwelijk van kind, pleeg-/stiefkind, broer, zus, zwager of schoonzuster
1 dag
Geboorteverlof voor de partner
Conform de wettelijke regeling (Wet Invoering Extra Geboorteverlof)
Overlijden van de partner of een inwonend kind, pleeg- of stiefkind
4 dagen
Overlijden van ouders, schoonouders of niet-inwonende (pleeg-/stief)kinderen, schoonzoons of schoondochters
2 dagen
Overlijden van broer, zus, zwager, schoonzuster, grootouders of kleinkind
1 dag
25- of 40-jarig huwelijksjubileum (zelf); 25-, 40-, 50- of 60-jarig jubileum ouders/schoonouders
1 dag
25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum
1 dag
Verhuizing (eigen huishouding, niet bij overplaatsing)
2 dagen per kalenderjaar
Bezoek aan een arts tijdens werktijd, indien noodzakelijk
De benodigde tijd, met behoud van loon
Daarnaast: onbetaald verlof voor een openbaar bestuurslidmaatschap of vrijwilligerswerk zoals brandweer (art. 29), en organisatieverlof voor vakbondswerk volgens een collectief bepaalde staffel (art. 28 sub p).
Doorbetaling bij ziekte
De werknemer heeft vanaf de aanvang van de arbeidsongeschiktheid recht op 90% van zijn structurele loon gedurende het eerste ziektejaar (art. 30 lid 1a).
Gedurende het tweede ziektejaar bedraagt dit 80% van het structurele loon (art. 30 lid 1a).
Onder structureel loon wordt verstaan: het functieloon plus toeslagen, berekend als gemiddelde over de drie maanden voorafgaand aan de eerste ziektedag (art. 30 lid 1a).
Voor de parttimer wordt het structurele loon berekend over het gemiddeld aantal gewerkte uren in de 52 weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid (art. 30 lid 1a).
Tijdens arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenopbouw over 100% van het basisloon berekend (art. 30 lid 1c).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Deze cao kent geen structurele dertiende maand of eindejaarsuitkering. Wel is er tijdens deze cao-periode eenmalig een uitkering van € 750 bruto toegekend (zie het tabblad Salarisverhogingen), maar dat is geen jaarlijks terugkerende regeling.
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen specifieke thuiswerkvergoeding — gezien de aard van de functies (rijdend en overwegend locatiegebonden werk) komt dit onderwerp in de cao niet voor.
Pensioenfonds
Tenzij de werkgever is gedispenseerd, is hij verplicht de werknemer aan te melden bij het Pensioenfonds Vervoer (art. 13 lid 1).
Werkgevers en werknemers kunnen aanvullende informatie opvragen bij het bestuursbureau van het Pensioenfonds Vervoer (art. 13 lid 1).
De loonspecificatie vermeldt de inhouding van pensioenpremie (art. 34).
Opzegtermijn
Deze cao bevat geen eigen, afwijkende regeling voor de opzegtermijn: de wettelijke bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op zowel werkgever als werknemer. Wel is geregeld dat een werknemer, na opzegging van de dienstbetrekking door de werkgever, bij een dienstverband van ten minste 6 weken recht heeft op maximaal 5 uur verlof met behoud van loon om te solliciteren naar een nieuwe werkgever (art. 28 sub j).
Deze cao kent afzonderlijke loontabellen voor rijdend personeel (op basis van tredes, met maand-, uur-, overuur-, vierwekenloon en weekloon) en voor niet-rijdend/technisch/administratief personeel (op basis van tredes en loonschalen I t/m VIII, met een maand- en een uurloon per cel). Bij de laagste loonschalen (I t/m IV) is het bedrag in de eerste tredes gelijk aan het wettelijk minimumloon; dat verklaart waarom deze schalen bij dezelfde trede identieke bedragen tonen. Niet elke trede/schaal-combinatie bestaat; lege cellen betekent dat de betreffende schaal al eerder het maximum heeft bereikt.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO Waterbouw 2025 - 2027 loopt van 1 februari 2025 t/m 31 maart 2027. De lonen stijgen met 4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027. Daarnaast is er in 2025 en 2026 een structurele eindejaarsuitkering van 4% van het bruto jaarloon. Deze pagina zet de belangrijkste arbeidsvoorwaarden en de beloningstabellen op een rij.
Vereniging van Waterbouwers (werkgevers); Nautilus International (voorheen FNV Waterbouw) en CNV (werknemers)
Loonsverhoging
4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027
Vakantiedagen
20 wettelijke + 6 bovenwettelijke dagen (144 + 43,2 uur) bij een 36-urige werkweek, oplopend tot 29, 41 of 44 dagen afhankelijk van geboortejaar
Vakantietoeslag
8% van het referteloon, uitbetaald periodiek of in mei
Overwerkvergoeding
5% (doordeweeks dag) tot 75% (zondag) toeslag op het basisuurloon, afhankelijk van het tijdstip
Reiskostenvergoeding
€ 0,40 per kilometer bij gebruik van eigen vervoer voor woon-werk- en zakelijk verkeer
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof volgens een vaste tabel, o.a. 2 dagen bij eigen huwelijk en verlof vanaf de dag van overlijden t/m de uitvaart bij overlijden van de partner of een kind
Doorbetaling bij ziekte
100% van het referteloon in het eerste ziektejaar, 70% in het tweede ziektejaar (beide met een aanvulling tot het maximumdagloon)
Dertiende maand/eindejaarsuitkering
Structurele eindejaarsuitkering van 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026 (exclusief vakantietoeslag)
1 tot 4 maanden, afhankelijk van de diensttijd (korter dan 5 jaar: 1 maand, oplopend tot 15 jaar of langer: 4 maanden)
Opzegtermijn werknemer
1 maand
Salarisverhogingen
De lonen worden structureel verhoogd met 4% per 1 februari 2025, 4% per 1 februari 2026 en 1% per 1 februari 2027 (art. 20.1).
Wijzigingen in de lonen worden doorgevoerd in de eerste volle loonweek na de wijzigingsdatum, tenzij deze op een maandag valt (art. 20.2).
De structurele eindejaarsuitkering bedraagt 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026, exclusief vakantietoeslag, en wordt uiterlijk op 31 december uitgekeerd (art. 20.3).
Aan elke werknemer wordt daarnaast een vaste dienstentoeslag betaald van 7,3% van het basisweekloon (art. 18.2).
Vakantiedagen
Werknemers met een gemiddelde werkweek van 36 uur hebben recht op 20 wettelijke en 6 bovenwettelijke vakantiedagen: 144 wettelijke en 43,2 bovenwettelijke vakantie-uren per jaar (art. 37.2).
Afhankelijk van het geboortejaar komen daar extra vakantiedagen bij, tot een totaal van 29, 41 of 44 werkdagen per jaar (bijvoorbeeld in 2025: geboren op/na 1-1-2007 → 29 dagen; geboren 1-1-1966 t/m 31-12-1970 → 41 dagen; geboren vóór 1-1-1966 → 44 dagen) (art. 37.2).
Werknemers zijn verplicht 15 dagen aaneengesloten vakantie op te nemen in juli/augustus, met de mogelijkheid om dit uit te breiden tot 20 aaneengesloten dagen (art. 37.5).
De wettelijke vakantiedagen moeten uiterlijk zes maanden na het opbouwjaar worden opgenomen, met een uitzondering voor 4-ploegendienst waarbij de vervaltermijn vijf jaar bedraagt (art. 37.4).
Overwerkvergoeding
Overuren tussen 05.00 en 22.00 uur doordeweeks worden vergoed tegen het basisuurloon plus 5% (de eerste 5 uur alleen tegen basisuurloon) (art. 23.1a).
Overuren tussen 22.00 en 05.00 uur doordeweeks: basisuurloon plus 12,5% (art. 23.1b).
Overuren op zaterdag: basisuurloon plus 50%. Overuren op zondag: basisuurloon plus 75% (art. 23.1c-d).
De werknemer kan de eerste 5 overuren per week gedeeltelijk laten uitbetalen (90,75% van het basisuurloon) en gedeeltelijk laten storten in een individuele kapitaalopbouwregeling (18,5% van het basisuurloon, voor rekening van de werkgever) (art. 24.2).
Reiskostenvergoeding
De reiskostenvergoeding is geregeld in artikel 25 van de cao.
Bij gebruik van het openbaar vervoer worden de kosten volledig vergoed tegen het tarief van de tweede klasse (art. 25.4a).
Bij gebruik van een eigen vervoermiddel voor woon-werkverkeer en/of zakelijk verkeer ontvangt de werknemer € 0,40 per kilometer (art. 25.4b).
Reisuren worden in beginsel niet vergoed, met uitzondering van de reistijd vóór 06.00 uur op de eerste dag van de werkweek (die wordt vergoed tegen basisweekloon) en specifieke situaties zoals "werken in bijzondere situaties" (art. 21, 25.2).
De reisduur wordt berekend op basis van een gemiddelde snelheid van 60 km per uur langs de meest gebruikelijke route (art. 25.5).
Bijzonder verlof
Bijzonder verzuim met behoud van loon is geregeld in artikel 38 van de cao:
Situatie
Verlof
Overlijden van de levenspartner, een (pleeg)kind, of een familielid 1e graad (bij verzorging van de uitvaart)
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart
Bevalling van de levenspartner
5 dagen
Eigen huwelijk/geregistreerd partnerschap (10 dagen vooraf aangekondigd)
2 dagen
Overlijden van ouders/schoonouders (niet belast met de uitvaart)
2 dagen
25-/40-jarig huwelijksjubileum (zelf); 25-/40-/50-/60-jarig jubileum (schoon)ouders; huwelijk van (pleeg)kind, (schoon)ouder, broer, zwager, (schoon)zuster of kleinkind
1 dag
Begrafenis van grootouders, (schoon)zuster, broer, zwager, schoondochter, schoonzoon of kleinkind
1 dag
25- of 40-jarig dienstjubileum
1 dag
Daarnaast, in goed overleg en met behoud van loon voor de benodigde tijd: medische keuring op verzoek van de werkgever, bezoek aan de Arboarts/bedrijfsarts, het afleggen van een vakexamen in de sector, en niet te voorziene calamiteiten in het gezin (art. 38.3). Voor medische keuringen en bezoek aan de Arboarts vergoedt de werkgever ook de reiskosten (tweede klasse) (art. 38.5).
Doorbetaling bij ziekte
In het eerste ziektejaar (maximaal 52 weken) ontvangt de werknemer 100% van het referteloon, met een maximum tot het niveau van het maximumdagloon (art. 47.3).
In het tweede ziektejaar (week 53-104) bedraagt dit 70% van het referteloon, eveneens gemaximeerd op het maximumdagloon (art. 47.3).
Gedurende beide ziektejaren loopt de vakantieopbouw door alsof de werknemer had gewerkt (art. 47.3).
Bij een geslaagde re-integratie ontvangt de werknemer een eenmalige re-integratiebonus van 30% van het vast overeengekomen loon over de periode vanaf de eerste dag van het tweede ziektejaar tot de geslaagde re-integratie (art. 47.4).
De tweede ziekteperiode van 52 weken kan in specifieke gevallen (onvoldoende re-integratie-inspanning van de werkgever, of gezamenlijk uitstel van de WIA-aanvraag) worden opgerekt tot maximaal 104 weken (art. 47.5).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De structurele eindejaarsuitkering bedraagt 4% over het bruto jaarloon in 2025 en 2026, exclusief de vakantietoeslag (art. 20.3).
De eindejaarsuitkering wordt uiterlijk op 31 december uitgekeerd (art. 20.3).
Bij beëindiging van het dienstverband tijdens het kalenderjaar wordt de eindejaarsuitkering pro rata uitbetaald (art. 20.3).
Voor 2027 (het laatste jaar van deze cao-periode) is geen eindejaarsuitkering afgesproken; voor dat jaar geldt alleen de loonsverhoging van 1% per 1 februari 2027 (art. 20.1, 20.3).
Thuiswerkvergoeding
Deze cao regelt geen specifieke thuiswerkvergoeding — gezien de aard van de functies (werk aan boord van materieel en op locatie) komt dit onderwerp in de cao niet voor.
Pensioenfonds
Partijen hebben de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds Waterbouw (BPF Waterbouw) ingesteld; de administratie wordt gevoerd door Visma Idella (art. 52.1).
Het pensioenreglement voorziet in een ouderdomspensioen met medeverzekerd nabestaandenpensioen op basis van middelloon, met een pensioeningangsdatum gelijk aan de AOW-ingangsdatum (art. 52.1).
Voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950 geldt daarnaast een spaarpensioenregeling, waarvan de werknemer zelf de premie betaalt (art. 52.1).
Zowel werkgever als werknemer betalen premie voor de middelloonregeling; de hoogte wordt periodiek door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld (art. 52.1, 52.4).
Bij arbeidsongeschiktheid loopt de pensioenopbouw in het tweede ziektejaar door op basis van de pensioengrondslag van het eerste ziektejaar (art. 53.1). Bij ouderschapsverlof blijft het werknemersaandeel in de premie op het niveau van vóór het verlof (art. 54.1).
Opzegtermijn
De door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn is gestaffeld naar diensttijd: korter dan 5 jaar: 1 maand; 5 tot 10 jaar: 2 maanden; 10 tot 15 jaar: 3 maanden; 15 jaar of langer: 4 maanden (art. 8.5).
De door de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bedraagt in alle gevallen 1 maand (art. 8.5).
Opzegging dient te geschieden tegen het einde van de maand (art. 8.5).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 8.2).
De beloningstabellen zijn ingedeeld naar functiegroep (A t/m G) en trede. Per functiegroep en trede staat het basisweekloon, plus het bijbehorende basisuurloon en de uurlonen bij de verschillende overwerk- en kapitaalopbouw-percentages uit de artikelen 23 en 24 van de cao. Niet elke functiegroep kent evenveel tredes; de laagste tredes van sommige groepen zijn in het boekje op € 0,00 gezet omdat deze in de praktijk niet worden gebruikt en zijn in de tabellen hieronder weggelaten.
Per 1 februari 2025
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Functiegroep A
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.185,48
€ 32,93
€ 34,58
€ 37,05
€ 49,40
€ 57,63
€ 29,88
€ 6,09
4
€ 992,88
€ 27,58
€ 28,96
€ 31,03
€ 41,37
€ 48,27
€ 25,03
€ 5,10
5
€ 1.026,36
€ 28,51
€ 29,94
€ 32,07
€ 42,77
€ 49,89
€ 25,87
€ 5,27
6
€ 1.057,68
€ 29,38
€ 30,85
€ 33,05
€ 44,07
€ 51,42
€ 26,66
€ 5,44
7
€ 1.089,36
€ 30,26
€ 31,77
€ 34,04
€ 45,39
€ 52,96
€ 27,46
€ 5,60
8
€ 1.120,68
€ 31,13
€ 32,69
€ 35,02
€ 46,70
€ 54,48
€ 28,25
€ 5,76
9
€ 1.153,80
€ 32,05
€ 33,65
€ 36,06
€ 48,08
€ 56,09
€ 29,09
€ 5,93
Functiegroep B
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.068,84
€ 29,69
€ 31,17
€ 33,40
€ 44,54
€ 51,96
€ 26,94
€ 5,49
3
€ 902,16
€ 25,06
€ 26,31
€ 28,19
€ 37,59
€ 43,86
€ 22,74
€ 4,64
4
€ 926,28
€ 25,73
€ 27,02
€ 28,95
€ 38,60
€ 45,03
€ 23,35
€ 4,76
5
€ 951,12
€ 26,42
€ 27,74
€ 29,72
€ 39,63
€ 46,24
€ 23,98
€ 4,89
6
€ 974,52
€ 27,07
€ 28,42
€ 30,45
€ 40,61
€ 47,37
€ 24,57
€ 5,01
7
€ 997,92
€ 27,72
€ 29,11
€ 31,19
€ 41,58
€ 48,51
€ 25,16
€ 5,13
8
€ 1.021,68
€ 28,38
€ 29,80
€ 31,93
€ 42,57
€ 49,67
€ 25,75
€ 5,25
9
€ 1.046,16
€ 29,06
€ 30,51
€ 32,69
€ 43,59
€ 50,86
€ 26,37
€ 5,38
Functiegroep C
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 974,88
€ 27,08
€ 28,43
€ 30,47
€ 40,62
€ 47,39
€ 24,58
€ 5,01
3
€ 821,88
€ 22,83
€ 23,97
€ 25,68
€ 34,25
€ 39,95
€ 20,72
€ 4,22
4
€ 844,56
€ 23,46
€ 24,63
€ 26,39
€ 35,19
€ 41,06
€ 21,29
€ 4,34
5
€ 866,88
€ 24,08
€ 25,28
€ 27,09
€ 36,12
€ 42,14
€ 21,85
€ 4,45
6
€ 889,92
€ 24,72
€ 25,96
€ 27,81
€ 37,08
€ 43,26
€ 22,43
€ 4,57
7
€ 909,00
€ 25,25
€ 26,51
€ 28,41
€ 37,88
€ 44,19
€ 22,91
€ 4,67
8
€ 934,92
€ 25,97
€ 27,27
€ 29,22
€ 38,96
€ 45,45
€ 23,57
€ 4,80
9
€ 953,64
€ 26,49
€ 27,81
€ 29,80
€ 39,74
€ 46,36
€ 24,04
€ 4,90
Functiegroep D
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 906,48
€ 25,18
€ 26,44
€ 28,33
€ 37,77
€ 44,07
€ 22,85
€ 4,66
2
€ 766,80
€ 21,30
€ 22,37
€ 23,96
€ 31,95
€ 37,28
€ 19,33
€ 3,94
3
€ 784,44
€ 21,79
€ 22,88
€ 24,51
€ 32,69
€ 38,13
€ 19,77
€ 4,03
4
€ 802,08
€ 22,28
€ 23,39
€ 25,07
€ 33,42
€ 38,99
€ 20,22
€ 4,12
5
€ 817,92
€ 22,72
€ 23,86
€ 25,56
€ 34,08
€ 39,76
€ 20,62
€ 4,20
6
€ 839,16
€ 23,31
€ 24,48
€ 26,22
€ 34,97
€ 40,79
€ 21,15
€ 4,31
7
€ 853,20
€ 23,70
€ 24,89
€ 26,66
€ 35,55
€ 41,48
€ 21,51
€ 4,38
8
€ 870,84
€ 24,19
€ 25,40
€ 27,21
€ 36,29
€ 42,33
€ 21,95
€ 4,48
9
€ 890,28
€ 24,73
€ 25,97
€ 27,82
€ 37,10
€ 43,28
€ 22,44
€ 4,58
Functiegroep E
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
2
€ 722,88
€ 20,08
€ 21,08
€ 22,59
€ 30,12
€ 35,14
€ 18,22
€ 3,71
3
€ 740,16
€ 20,56
€ 21,59
€ 23,13
€ 30,84
€ 35,98
€ 18,66
€ 3,80
4
€ 758,16
€ 21,06
€ 22,11
€ 23,69
€ 31,59
€ 36,86
€ 19,11
€ 3,90
5
€ 772,56
€ 21,46
€ 22,53
€ 24,14
€ 32,19
€ 37,56
€ 19,47
€ 3,97
6
€ 790,20
€ 21,95
€ 23,05
€ 24,69
€ 32,93
€ 38,41
€ 19,92
€ 4,06
7
€ 806,76
€ 22,41
€ 23,53
€ 25,21
€ 33,62
€ 39,22
€ 20,34
€ 4,15
8
€ 822,24
€ 22,84
€ 23,98
€ 25,70
€ 34,26
€ 39,97
€ 20,73
€ 4,23
9
€ 840,96
€ 23,36
€ 24,53
€ 26,28
€ 35,04
€ 40,88
€ 21,20
€ 4,32
Functiegroep F
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 682,56
€ 18,96
€ 19,91
€ 21,33
€ 28,44
€ 33,18
€ 17,21
€ 3,51
2
€ 698,40
€ 19,40
€ 20,37
€ 21,83
€ 29,10
€ 33,95
€ 17,61
€ 3,59
3
€ 709,20
€ 19,70
€ 20,69
€ 22,16
€ 29,55
€ 34,48
€ 17,88
€ 3,64
4
€ 722,88
€ 20,08
€ 21,08
€ 22,59
€ 30,12
€ 35,14
€ 18,22
€ 3,71
5
€ 738,72
€ 20,52
€ 21,55
€ 23,09
€ 30,78
€ 35,91
€ 18,62
€ 3,80
6
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
7
€ 765,36
€ 21,26
€ 22,32
€ 23,92
€ 31,89
€ 37,21
€ 19,29
€ 3,93
8
€ 778,32
€ 21,62
€ 22,70
€ 24,32
€ 32,43
€ 37,84
€ 19,62
€ 4,00
9
€ 792,72
€ 22,02
€ 23,12
€ 24,77
€ 33,03
€ 38,54
€ 19,98
€ 4,07
Functiegroep G
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 658,80
€ 18,30
€ 19,22
€ 20,59
€ 27,45
€ 32,03
€ 16,61
€ 3,39
2
€ 669,96
€ 18,61
€ 19,54
€ 20,94
€ 27,92
€ 32,57
€ 16,89
€ 3,44
3
€ 685,44
€ 19,04
€ 19,99
€ 21,42
€ 28,56
€ 33,32
€ 17,28
€ 3,52
4
€ 699,48
€ 19,43
€ 20,40
€ 21,86
€ 29,15
€ 34,00
€ 17,63
€ 3,59
5
€ 710,64
€ 19,74
€ 20,73
€ 22,21
€ 29,61
€ 34,55
€ 17,91
€ 3,65
6
€ 723,24
€ 20,09
€ 21,09
€ 22,60
€ 30,14
€ 35,16
€ 18,23
€ 3,72
7
€ 738,72
€ 20,52
€ 21,55
€ 23,09
€ 30,78
€ 35,91
€ 18,62
€ 3,80
8
€ 750,96
€ 20,86
€ 21,90
€ 23,47
€ 31,29
€ 36,51
€ 18,93
€ 3,86
9
€ 764,28
€ 21,23
€ 22,29
€ 23,88
€ 31,85
€ 37,15
€ 19,27
€ 3,93
Per 1 februari 2026
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Functiegroep A
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.233,00
€ 34,25
€ 35,96
€ 38,53
€ 51,38
€ 59,94
€ 31,08
€ 6,34
4
€ 1.032,48
€ 28,68
€ 30,11
€ 32,27
€ 43,02
€ 50,19
€ 26,03
€ 5,31
5
€ 1.067,40
€ 29,65
€ 31,13
€ 33,36
€ 44,48
€ 51,89
€ 26,91
€ 5,49
6
€ 1.100,16
€ 30,56
€ 32,09
€ 34,38
€ 45,84
€ 53,48
€ 27,73
€ 5,65
7
€ 1.132,92
€ 31,47
€ 33,04
€ 35,40
€ 47,21
€ 55,07
€ 28,56
€ 5,82
8
€ 1.165,68
€ 32,38
€ 34,00
€ 36,43
€ 48,57
€ 56,67
€ 29,38
€ 5,99
9
€ 1.199,88
€ 33,33
€ 35,00
€ 37,50
€ 50,00
€ 58,33
€ 30,25
€ 6,17
Functiegroep B
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.111,68
€ 30,88
€ 32,42
€ 34,74
€ 46,32
€ 54,04
€ 28,02
€ 5,71
3
€ 938,16
€ 26,06
€ 27,36
€ 29,32
€ 39,09
€ 45,61
€ 23,65
€ 4,82
4
€ 963,36
€ 26,76
€ 28,10
€ 30,11
€ 40,14
€ 46,83
€ 24,28
€ 4,95
5
€ 989,28
€ 27,48
€ 28,85
€ 30,92
€ 41,22
€ 48,09
€ 24,94
€ 5,08
6
€ 1.013,40
€ 28,15
€ 29,56
€ 31,67
€ 42,23
€ 49,26
€ 25,55
€ 5,21
7
€ 1.037,88
€ 28,83
€ 30,27
€ 32,43
€ 43,25
€ 50,45
€ 26,16
€ 5,33
8
€ 1.062,72
€ 29,52
€ 31,00
€ 33,21
€ 44,28
€ 51,66
€ 26,79
€ 5,46
9
€ 1.087,92
€ 30,22
€ 31,73
€ 34,00
€ 45,33
€ 52,89
€ 27,42
€ 5,59
Functiegroep C
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 1.013,76
€ 28,16
€ 29,57
€ 31,68
€ 42,24
€ 49,28
€ 25,56
€ 5,21
3
€ 854,64
€ 23,74
€ 24,93
€ 26,71
€ 35,61
€ 41,55
€ 21,54
€ 4,39
4
€ 878,40
€ 24,40
€ 25,62
€ 27,45
€ 36,60
€ 42,70
€ 22,14
€ 4,51
5
€ 901,44
€ 25,04
€ 26,29
€ 28,17
€ 37,56
€ 43,82
€ 22,72
€ 4,63
6
€ 925,56
€ 25,71
€ 27,00
€ 28,92
€ 38,57
€ 44,99
€ 23,33
€ 4,76
7
€ 945,36
€ 26,26
€ 27,57
€ 29,54
€ 39,39
€ 45,96
€ 23,83
€ 4,86
8
€ 972,36
€ 27,01
€ 28,36
€ 30,39
€ 40,52
€ 47,27
€ 24,51
€ 5,00
9
€ 991,80
€ 27,55
€ 28,93
€ 30,99
€ 41,33
€ 48,21
€ 25,00
€ 5,10
Functiegroep D
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
10
€ 942,84
€ 26,19
€ 27,50
€ 29,46
€ 39,29
€ 45,83
€ 23,77
€ 4,85
2
€ 797,40
€ 22,15
€ 23,26
€ 24,92
€ 33,23
€ 38,76
€ 20,10
€ 4,10
3
€ 815,76
€ 22,66
€ 23,79
€ 25,49
€ 33,99
€ 39,66
€ 20,56
€ 4,19
4
€ 834,12
€ 23,17
€ 24,33
€ 26,07
€ 34,76
€ 40,55
€ 21,03
€ 4,29
5
€ 850,68
€ 23,63
€ 24,81
€ 26,58
€ 35,45
€ 41,35
€ 21,44
€ 4,37
6
€ 872,64
€ 24,24
€ 25,45
€ 27,27
€ 36,36
€ 42,42
€ 22,00
€ 4,48
7
€ 887,40
€ 24,65
€ 25,88
€ 27,73
€ 36,98
€ 43,14
€ 22,37
€ 4,56
8
€ 905,76
€ 25,16
€ 26,42
€ 28,31
€ 37,74
€ 44,03
€ 22,83
€ 4,65
9
€ 925,92
€ 25,72
€ 27,01
€ 28,94
€ 38,58
€ 45,01
€ 23,34
€ 4,76
Functiegroep E
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
2
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
3
€ 769,68
€ 21,38
€ 22,45
€ 24,05
€ 32,07
€ 37,42
€ 19,40
€ 3,96
4
€ 788,40
€ 21,90
€ 23,00
€ 24,64
€ 32,85
€ 38,33
€ 19,87
€ 4,05
5
€ 803,52
€ 22,32
€ 23,44
€ 25,11
€ 33,48
€ 39,06
€ 20,26
€ 4,13
6
€ 821,88
€ 22,83
€ 23,97
€ 25,68
€ 34,25
€ 39,95
€ 20,72
€ 4,22
7
€ 839,16
€ 23,31
€ 24,48
€ 26,22
€ 34,97
€ 40,79
€ 21,15
€ 4,31
8
€ 855,00
€ 23,75
€ 24,94
€ 26,72
€ 35,63
€ 41,56
€ 21,55
€ 4,39
9
€ 874,44
€ 24,29
€ 25,50
€ 27,33
€ 36,44
€ 42,51
€ 22,04
€ 4,49
Functiegroep F
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 709,92
€ 19,72
€ 20,71
€ 22,19
€ 29,58
€ 34,51
€ 17,90
€ 3,65
2
€ 726,48
€ 20,18
€ 21,19
€ 22,70
€ 30,27
€ 35,32
€ 18,31
€ 3,73
3
€ 737,64
€ 20,49
€ 21,51
€ 23,05
€ 30,74
€ 35,86
€ 18,59
€ 3,79
4
€ 751,68
€ 20,88
€ 21,92
€ 23,49
€ 31,32
€ 36,54
€ 18,95
€ 3,86
5
€ 768,24
€ 21,34
€ 22,41
€ 24,01
€ 32,01
€ 37,35
€ 19,37
€ 3,95
6
€ 781,92
€ 21,72
€ 22,81
€ 24,44
€ 32,58
€ 38,01
€ 19,71
€ 4,02
7
€ 795,96
€ 22,11
€ 23,22
€ 24,87
€ 33,17
€ 38,69
€ 20,06
€ 4,09
8
€ 809,28
€ 22,48
€ 23,60
€ 25,29
€ 33,72
€ 39,34
€ 20,40
€ 4,16
9
€ 824,40
€ 22,90
€ 24,05
€ 25,76
€ 34,35
€ 40,08
€ 20,78
€ 4,24
Functiegroep G
Trede
Basisweekloon
Uurloon I (100%)
Uurloon II (105%)
Uurloon III (112,5%)
Uurloon IV (150%)
Uurloon V (175%)
Uurloon VI (90,75%)
Uurloon VII (18,50%)
1
€ 685,08
€ 19,03
€ 19,98
€ 21,41
€ 28,55
€ 33,30
€ 17,27
€ 3,52
2
€ 696,60
€ 19,35
€ 20,32
€ 21,77
€ 29,03
€ 33,86
€ 17,56
€ 3,58
3
€ 712,80
€ 19,80
€ 20,79
€ 22,28
€ 29,70
€ 34,65
€ 17,97
€ 3,66
4
€ 727,56
€ 20,21
€ 21,22
€ 22,74
€ 30,32
€ 35,37
€ 18,34
€ 3,74
5
€ 739,08
€ 20,53
€ 21,56
€ 23,10
€ 30,80
€ 35,93
€ 18,63
€ 3,80
6
€ 752,04
€ 20,89
€ 21,93
€ 23,50
€ 31,34
€ 36,56
€ 18,96
€ 3,86
7
€ 768,24
€ 21,34
€ 22,41
€ 24,01
€ 32,01
€ 37,35
€ 19,37
€ 3,95
8
€ 780,84
€ 21,69
€ 22,77
€ 24,40
€ 32,54
€ 37,96
€ 19,68
€ 4,01
9
€ 794,88
€ 22,08
€ 23,18
€ 24,84
€ 33,12
€ 38,64
€ 20,04
€ 4,08
Per 1 februari 2027
Kolommen: basisweekloon, en het uurloon bij de zeven overwerk-/kapitaalopbouwpercentages uit artikel 23 en 24 van de cao.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële cao-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige cao-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de cao-tekst is de cao-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO textielverzorging (CAO Raltex) heeft een looptijd van 1 september 2026 t/m 31 oktober 2027. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Werknemers in loongroep 2 t/m 5 ontvangen eenmalig € 200 bruto (peildatum 1 september 2026, parttimers naar rato). Op deze pagina staan daarnaast de afspraken over vakantiedagen, vakantietoeslag, overwerk, reiskosten, ziekte, eindejaarsuitkering en pensioen, met de volledige uurlonentabellen.
1 september 2026 t/m 31 oktober 2027 (art. 46); de CAO heeft geen nawerking.
CAO-partijen
Federatie Textielbeheer Nederland (FTN), Nederlandse Vereniging van Textielreinigers NETEX (werkgevers) en CNV (werknemers).
Loonsverhoging
4,3% per 31 december 2026; uurlonen boven loongroep 5 stijgen met € 0,78 bruto. Eenmalig € 200 bruto voor loongroep 2 t/m 5 (art. 17).
Vakantiedagen
184 verlofuren per jaar bij een 36-urige werkweek, naar rato bij minder uren; extra verlofuren naar leeftijd en dienstjaren (art. 33 en 34).
Vakantietoeslag
8,33% van het jaarloon over 1 juni t/m 31 mei, uitbetaald met het loon over mei (art. 25).
Overwerkvergoeding
Textielreiniging: 12,5% voor het 1e t/m 4e overuur per week, 25% voor het 5e t/m 9e overuur, 50% vanaf het 10e overuur en op zaterdag, 100% op zondag, 200% op feestdagen. Linnenverhuur en wasserij: toeslag naar tijdstip (art. 19 en 20).
Reiskostenvergoeding
€ 0,15 per kilometer woon-werkverkeer, minimaal 5 en maximaal 40 kilometer enkele reis, per gewerkte dag (art. 39).
Bijzonder verlof
Overlijden partner of kind: vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de uitvaart; 2 dagen bij eigen huwelijk; 1 dag bij verhuizing (max. 1 keer per kalenderjaar) (art. 38).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding; werkgever en werknemer kunnen hierover eigen afspraken maken (art. 2).
Doorbetaling bij ziekte
100% de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12, 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30).
Eindejaarsuitkering
5,33% van het jaarloon, uitbetaald met het loon over december; niet voor werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 26).
Pensioenfonds
Bedrijfstakpensioenfonds Mitt; deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers (art. 42).
Opzegtermijn werkgever
1 maand bij 0 tot 5 jaar dienstverband, 2 maanden bij 5 tot 10 jaar, 3 maanden bij 10 tot 15 jaar, 4 maanden bij 15 jaar of langer (art. 13).
Opzegtermijn werknemer
1 kalendermaand, schriftelijk en uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode (art. 13).
Salarisverhogingen
31 december 2026: de uurlonen en het CAO-loongebouw stijgen met 4,3%. Dit geldt niet voor werknemers die het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen. Uurlonen boven loongroep 5 stijgen niet met een percentage, maar met € 0,78 bruto per uur (art. 17).
Eenmalige uitkering: werknemers die op 1 september 2026 in loongroep 2, 3, 4 of 5 zitten, krijgen eenmalig € 200 bruto bij een fulltime dienstverband. Bij een kleinere omvang van het dienstverband is het bedrag naar rato (art. 17).
Heeft de werkgever al een loonsverhoging gegeven in afwachting van de nieuwe CAO? Dan mag die worden verrekend met de nieuwe verhoging. Was de eerdere verhoging hoger, dan wordt het extra bedrag niet verrekend. Verhogingen door een nieuwe functie of een periodieke stijging tellen niet mee (art. 17).
Periodieken: werknemers die minstens één jaar in een periodiek zitten, krijgen op 1 juli de opvolgende hele periodiek. Past de werkgever de beoordelingssystematiek van Raltex toe, dan is de verhoging 0,5 (matig), 1,0 (normaal/goed) of 1,5 periodiek (uitstekend) (art. 16 lid 2).
Een uurloon boven periodiek 6.0 geldt als persoonlijke toeslag; die wordt verhoogd volgens de data en percentages van art. 17 (art. 16 lid 2).
De eerste 6 maanden mag de werkgever het wettelijk minimum(jeugd)loon betalen; daarna volgt inschaling in periodiek 0.0. Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon (art. 16 lid 1 en 3).
Vakantiedagen
Een fulltime werknemer met een 36-urige werkweek heeft recht op 184 verlofuren per jaar; bij minder uren naar rato. Bij een fulltime werkweek van 37, 38, 39 of 40 uur zijn dat 188, 192, 196 en 200 verlofuren (art. 33).
De werkgever reageert binnen 2 werkdagen op een verlofaanvraag; bij verlof van meer dan 5 dagen binnen 10 dagen. Voor 3 weken aaneengesloten verlof tussen 30 april en 1 oktober beslist de werkgever vóór 1 maart (art. 33).
Een werknemer neemt genoeg verlof op voor 3 aaneengesloten weken (tussen 30 april en 1 oktober) en mag eens in de 2 jaar 6 weken aaneengesloten verlof opnemen (art. 33).
Het recht om verlof op te eisen vervalt 5 jaar na het einde van het kalenderjaar waarin het verlof is opgebouwd. De werkgever mag opname van verlof niet verplichten en geeft in januari een verlofoverzicht (art. 33).
Na de eerste 26 weken arbeidsongeschiktheid stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30). Tijdens periodes zonder werk en zonder loon bouwt een werknemer geen verlof op (art. 33).
Extra verlofuren (art. 34): werknemers die op 1 mei van het kalenderjaar jonger zijn dan 19 jaar hebben recht op 24 extra verlofuren. Voor alle anderen geldt de gunstigste van onderstaande tabellen; de uren zijn naar verhouding van het aantal gewerkte uren.
Extra verlofuren naar dienstjaren
In dienst bij werkgever
Extra verlofuren
25 jaar of langer
16
35 jaar of langer
24
Extra verlofuren naar leeftijd
Leeftijd werknemer
Extra verlofuren
51 t/m 53 jaar
16
54 t/m 55 jaar
24
56 t/m 57 jaar
32
58 t/m 59 jaar
40
60 t/m 61 jaar
48
62 t/m 66 jaar
56
Overgangsregeling (leeftijdsregeling van vóór 1 juli 2017)
Leeftijd werknemer
Extra verlofuren
59 t/m 60 jaar
48
61 t/m 64 jaar
56
Het recht op extra verlofuren start in de eerste volle week van de maand nadat het vereiste aantal dienstjaren is bereikt. Stopt de werknemer daarna binnen 1 jaar, dan worden de extra verlofuren gecorrigeerd (art. 34).
Generatiepact (art. 35): voor werknemers met een uurloon lager dan loongroep 5 plus 10%, met minstens 50% dienstverband en 5 aaneengesloten dienstjaren, geldt vanaf 5 jaar vóór de AOW-leeftijd: 80% werken, 90% loon en 100% pensioenopbouw. Vanaf 1 januari 2027 geldt voor loongroep 2 en 3 een leeftijd van 7 jaar vóór de AOW-leeftijd; wie vóór 1 januari 2027 gebruikmaakt van de regeling, houdt recht op 92,5% loon. Wie kiest voor het Generatiepact heeft geen recht meer op het seniorenverlof uit art. 34.
Overwerkvergoeding
Wat is overwerk? Extra uren werken op verzoek van de werkgever: voor een fulltime werknemer meer uren dan volgens het rooster, voor een parttime werknemer meer dan 36 uur per week, en voor chauffeurs (en werknemers in vestigingen van maximaal 10 werknemers, exclusief winkelpersoneel) meer dan 40 uur per week (art. 8).
Overwerk wordt in overleg in geld uitbetaald of vergoed in vrije tijd (‘tijd voor tijd’). De overuren worden dan binnen 3 maanden in vrije tijd opgenomen; toeslagen worden altijd in geld uitbetaald (art. 19).
Bij een verplichte zaterdag voor of na feestdagen (art. 11) is geen sprake van overwerk; dan geldt alleen de toeslag voor bijzondere uren uit art. 20 (art. 19).
Niet verplicht tot overwerk zijn parttimers, werknemers van 55 jaar en ouder, werknemers van 50 jaar en ouder in productiefuncties, en werknemers met een verklaring van de bedrijfsarts waarin overwerk wordt afgeraden (art. 8 lid 7).
Voor werknemers met een uurloon hoger dan loongroep 5 plus 10% gelden de bepalingen over overwerk en toeslagen buiten normale werktijden niet (art. 1 lid 4).
Toeslag op overuren in textielreinigingsbedrijven (art. 19)
Soort overuren
Toeslag
1e t/m 4e overuur per week (arbeidsduur in die week niet hoger dan 40 uur)
12,5%
5e t/m 9e overuur per week (hoger dan 40 uur per week)
25%
Overuren hoger dan 45 uur per week
50%
Vanaf het 10e overuur
50%
Overuren op dagen waarop volgens het individuele rooster niet gewerkt hoeft te worden
50%
Overwerk op zaterdag
50%
Overwerk op zondag
100%
Overwerk op feestdagen
200%
Toeslag buiten normale werktijden: linnenverhuur- en wasserijbedrijven (art. 20)
Dag
00.00-06.00
06.00-18.00
18.00-19.00
19.00-20.00
20.00-24.00
Maandag t/m vrijdag
45%
0%
0%
22,5%
45%
Zaterdag
45%
45%
45%
90%
90%
Zondag
90%
90%
90%
90%
90%
Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
Op feestdagen geldt 180%; deze toeslag wordt niet gecombineerd met de andere toeslagen (art. 20).
Werknemers die vóór 1 juli 1994 een toeslag kregen voor werk op zaterdag tussen 06.00 en 14.00 uur, behouden die toeslag (art. 20).
Werknemers met een contract van maximaal 12 uur per week die alleen op zaterdagen en koopavonden werken, krijgen geen extra toeslag tijdens de normale koopavond (donderdag- of vrijdagavond, 19.00-21.00 uur) en op zaterdag van 14.00 tot 17.00 uur. Werken zij een keer op een andere avond dan hun vaste koopavond, dan krijgen zij 22,5% van 19.00 tot 20.00 uur en 45% van 20.00 tot 24.00 uur (art. 20).
Ploegendiensttoeslag (art. 22): 15% over alle uit te betalen uren bij afwisselend werken in 2 ploegen, 18% bij 3 ploegen. De toeslagen voor buiten normale werkuren (art. 20) gelden dan niet. Bij overgang naar een dagdienst volgt een eenmalige toeslag van 3 keer (1 tot 4 jaar ploegendienst), 6 keer (4 tot 6 jaar) of 9 keer (langer dan 6 jaar) de maandelijkse ploegentoeslag.
Overige toeslagen: chauffeurstoeslag van € 39 bruto per maand voor fulltime (dok)chauffeurs, naar rato voor parttimers (art. 23); toeslag van € 39 bruto per maand voor (leerling-)medewerkers steriele medische hulpmiddelen A en B (art. 24). Voor bereikbaarheid (consignatie) buiten werktijd bestaat een toeslag; de CAO noemt daarvoor geen bedrag (art. 21).
Reiskostenvergoeding
De werkgever vergoedt het woon-werkverkeer volgens art. 39. Er is geen staffel, maar een vast bedrag per kilometer.
€ 0,15 per kilometer, met een minimumafstand van 5 km en een maximum van 40 km per enkele reis, per gewerkte dag. Afstanden boven de 40 km worden vergoed als 40 km.
De afstand wordt bepaald met de ANWB-routeplanner (kortste route, van de postcode van het woonadres naar de werkplek).
Regelt de werkgever het vervoer, dan geldt geen reiskostenvergoeding.
Verhuist een werknemer en wordt de reisafstand groter? Dan is toestemming van de werkgever nodig voor een hogere vergoeding.
Is er op bedrijfsniveau een gunstigere regeling dan de CAO, dan geldt die regeling.
De vergoeding wordt volgens de belastingregels netto of bruto uitgekeerd.
Niet vergoede reiskosten woon-werkverkeer kan de werknemer jaarlijks fiscaal uitruilen (bruto = netto), binnen de ruimte die de Belastingdienst hiervoor biedt (in 2026 € 0,25 per kilometer). De werkgever informeert de werknemer jaarlijks over deze mogelijkheid.
De CAO noemt geen aparte vergoeding voor dienstreizen.
Bijzonder verlof
Doorbetaald verlof bij bijzondere gebeurtenissen staat in art. 38; onbetaald verlof in art. 36 en vakbondsverlof in art. 43.
Situatie
Verlof (met behoud van loon)
A
Overlijden van de levenspartner, (schoon)ouders, (pleeg-, adoptie- of stief)kinderen
Vanaf de dag van overlijden t/m de dag van de crematie of begrafenis
B
Overlijden van grootouders, broer, zus of kleinkind van (de levenspartner van) de werknemer
2 dagen
C
Ondertrouw van de werknemer
1 dag
D
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer
2 dagen
E
Huwelijk of geregistreerd partnerschap van een ouder, (pleeg-, adoptie- of stief)kind, kleinkind, broer of zus van de werknemer of de levenspartner
1 dag
F
25-, 40-, 50- en 60-jarig huwelijk van de werknemer, diens ouders, schoonouders of grootouders
1 dag
G
25-, 40- en 50-jarig dienstjubileum van de werknemer
1 dag
H
Priesterwijding van een zoon of Grote Professie van een (pleeg-, adoptie- of stief)kind
1 dag
I
Wettelijk verplichte taak, buiten de schuld van de werknemer, waardoor tijdelijk niet gewerkt kan worden (een vergoeding van een derde wordt in mindering gebracht)
Een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen tijd, maximaal 2 dagen
J
Bezoek aan arts, tandarts of specialist
De benodigde tijd, als het bezoek niet in de vrije tijd kan plaatsvinden
K
Verhuizing van de werknemer (maximaal 1 keer per kalenderjaar)
1 dag
De werknemer meldt het verlof, als dat kan, minstens 2 dagen vooraf (art. 38).
Onbetaald verlof: de werknemer kan extra vrije dagen zonder behoud van loon opnemen. Het verzoek doet hij minstens 4 weken vooraf; de werkgever keurt het goed als de bedrijfsomstandigheden dat toelaten (art. 36).
Vakbondsverlof: een officieel afgevaardigde werknemer krijgt maximaal 5 dagen per jaar verlof met behoud van loon. Voor de 6e t/m 8e dag vergoedt het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex het loon. Voor CAO-onderhandelingen is extra verlof met behoud van loon mogelijk. Daarnaast is onbetaald verlof voor vakbondsactiviteiten mogelijk tot maximaal 10 werkdagen per kalenderjaar (art. 43).
Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk (art. 37).
Voor de wettelijke verlofregelingen (zoals zwangerschaps-, bevallings-, geboorte- en zorgverlof) verwijst de CAO naar de wet (art. 38).
Doorbetaling bij ziekte
Bij aantoonbare arbeidsongeschiktheid vult de werkgever het loon vanaf de eerste dag aan, maximaal 2 jaar: 100% in de eerste 6 maanden, 90% van maand 7 t/m 12 en 85% van maand 13 t/m 24 (art. 30 lid 1). De eerste 52 weken geldt minstens het wettelijk minimum(jeugd)loon.
Het loon waarop de werknemer recht heeft is het gemiddelde loon over de 13 weken vóór de arbeidsongeschiktheid, inclusief toeslagen en extra loon voor structureel overwerk, exclusief eindejaarsuitkering (art. 30 lid 2).
Is de werknemer arbeidsongeschikt geworden door een bedrijfsongeval en blijkt uit onderzoek van de Arbeidsinspectie dat de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld, dan vult de werkgever maximaal 2 jaar aan tot 100% (art. 30 lid 1).
De werknemer probeert tijdens de arbeidsongeschiktheid actief te re-integreren. Na de eerste 26 weken stopt de opbouw van extra vakantie-uren (art. 30 lid 1).
Kan de werknemer een schadevergoeding van een derde vorderen? Dan geeft de werkgever een voorschot en kan hij vragen het recht op schadevergoeding over te dragen via een akte van cessie, tot het bedrag dat aan loon is doorbetaald (art. 30 lid 3).
Wachtdag: de werkgever kan 1 wachtdag inhouden bij elke 3e en volgende ziekmelding in een kalenderjaar, maar alleen na goedkeuring van de OR of PVT en met een verzuimbegeleidingsplan. Bij chronische ziekte (vastgesteld door een bedrijfsarts) worden geen wachtdagen ingehouden (art. 30 lid 4).
WGA-premie: de gedifferentieerde WGA-premie wordt, voor zover wettelijk toegestaan, gelijk verdeeld tussen werkgever en werknemer. De werkgever verhaalt nooit meer dan 50% van de procentuele premie op het nettoloon (art. 30 lid 5).
Overlijdensuitkering: de nabestaanden krijgen het brutoloon vanaf de dag na overlijden t/m de laatste dag van de 2e maand daarna, in één keer uitbetaald (art. 32).
Werktijdverkorting: ontvangt een werknemer door werktijdverkorting een WW-uitkering, dan vult de werkgever die maximaal 45 dagen aan tot 100% van het brutoloon (art. 27).
Eindejaarsuitkering
De eindejaarsuitkering is 5,33% van het jaarloon en wordt uitbetaald met het loon over december (art. 26 lid 1 en 2). Stopt het dienstverband eerder, dan wordt de uitkering naar rato uitbetaald bij het einde van het dienstverband.
Niet meegerekend in het jaarloon zijn de vakantietoeslag, betaling voor overwerk en de persoonlijke toeslag (art. 26 lid 2).
Werknemers met het wettelijk minimum(jeugd)loon krijgen geen eindejaarsuitkering (art. 26 lid 3).
Jubileumtoeslag: wie 25 jaar bij een werkgever werkt, krijgt (met inachtneming van de fiscale regels) een jubileumtoeslag van een half maandloon (art. 29).
Werknemers die vóór 1 juli 2002 een diensttijdentoeslag kregen, behouden die toeslag (art. 28).
Thuiswerkvergoeding
De CAO textielverzorging 2026 - 2027 bevat geen bepaling over een thuiswerkvergoeding.
Een thuiswerkvergoeding is dus niet in de CAO geregeld; hierover kunnen werkgever en werknemer eigen afspraken maken.
De CAO bevat minimumafspraken; afspraken die beter zijn voor de werknemer zijn volgens de wet toegestaan (art. 2).
Pensioenfonds
Voor werkgevers in linnenverhuur- en wasserijbedrijven en textielreinigingsbedrijven is er het Bedrijfstakpensioenfonds Mitt. Deelname is verplicht voor werkgevers en werknemers; vakantiewerkers en stagiaires vallen niet onder de regeling (art. 42).
De regels staan in de statuten en het pensioenreglement van het fonds. De CAO noemt geen premiepercentage of premieverdeling tussen werkgever en werknemer.
Bij ouderschapsverlof en kortdurend zorgverlof volgens de wet blijft de pensioenopbouw gelijk en worden de premies betaald zoals vóór het verlof (art. 37). Bij het Generatiepact bouwt de werknemer 100% pensioen op (art. 35).
Volgens het protocol bij de CAO willen CAO-partijen twee zetels in het bestuur van het pensioenfonds en een pensioenopbouw die gebaseerd is op het actuele salaris in plaats van de peildatum 1 januari. Ook willen zij onderzoek naar een RVU-regeling.
Sociaal Fonds (geen pensioen): vanaf 1 januari 2026 bedraagt de premie voor het Sociaal Fonds Textielverzorging - Raltex 0,2% van het pensioengevend loon; werknemers dragen daarvan 50% bij (art. 41).
Opzegtermijn
Werknemer: opzeggen kan schriftelijk met een opzegtermijn van 1 kalendermaand, uiterlijk vóór de laatste dag van een loonperiode. De termijn gaat dan in op de eerste dag van de volgende loonperiode (art. 13).
Werkgever: de opzegtermijn hangt af van de lengte van het dienstverband (zie tabel).
De arbeidsovereenkomst eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd; opzegging is dan niet nodig (art. 13).
Proeftijd: maximaal 1 maand bij een arbeidsovereenkomst van minimaal 6 en maximaal 24 maanden, en maximaal 2 maanden bij een arbeidsovereenkomst van meer dan 2 jaar (art. 4).
Tijdelijk contract: een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag maximaal 2 keer worden verlengd binnen 24 maanden; daarna geldt een contract voor onbepaalde tijd. Dit geldt niet voor werknemers met een AOW-gerechtigde leeftijd (art. 5).
Onderstaande tabellen bevatten de bruto uurlonen per loongroep en periodiek. De CAO kent uurlonen voor loongroep 2 t/m 5; loongroep 1 is het wettelijk minimum(jeugd)loon, waarin werknemers de eerste 6 maanden van hun dienstverband kunnen worden ingedeeld (art. 16). Vanaf loongroep 2 is het uurloon minstens € 0,05 boven het wettelijk minimum(jeugd)loon; bij een wijziging van het minimumloon kan dit gevolgen hebben voor de laagste bedragen. Zie daarvoor het huidige wettelijk minimumloon. De tabel met beoordeling geldt voor bedrijven die de beoordelingssystematiek van Raltex toepassen (art. 16 lid 2); de tabel zonder beoordeling kent alleen hele periodieken. Per 31 december 2026 stijgen de uurlonen met 4,3%.
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.
De CAO multimodaal vervoer 2026 heeft een looptijd van 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 en geldt voor in Nederland gevestigde OV-bedrijven die trein en bus, al dan niet in combinatie met metro of tram, exploiteren. Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd, en in december 2026 volgt een eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken. Verder vindt u op deze pagina onder meer de vakantie-uren per leeftijd, de reiskostenvergoeding (€ 0,22 per kilometer voor woon-werkverkeer), het bijzonder verlof, de loondoorbetaling bij ziekte, het pensioen en de loonschalen per 1 januari 2026.
1 januari 2026 t/m 31 december 2026 (art. 2). De CAO wordt stilzwijgend met één jaar verlengd als geen van de partijen uiterlijk drie maanden voor het einde schriftelijk opzegt.
CAO-partijen
VWMO aan werkgeverszijde; FNV, CNV en VVMC aan werknemerszijde.
Loonsverhoging
4% per 1 januari 2026 (art. 14A). De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 gaan mee. Een algemene eenmalige uitkering is niet afgesproken.
Vakantiedagen
Per kalenderjaar 181,8 tot 232,2 vrije uren bij een fulltime dienstverband, afhankelijk van de leeftijd (art. 60 lid 6).
Vakantietoeslag
8% van het maandsalaris (in de CAO: vakantiebijslag), uitbetaald in april; minimaal € 208,72 per maand per 1 januari 2026 (art. 61).
Overwerkvergoeding
Geen aparte overwerktoeslag. Plusuren krijgen per kwartaal een toeslag van 35%, vergoed in geld of tijd (art. 31 lid 2); bij een oproep tijdens consignatie 135% (ma t/m vr) of 200% (za, zo en feestdagen) van het uurloon (art. 37 lid 3).
Reiskostenvergoeding
Woon-werkverkeer € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A). Dienstreizen met eigen auto € 0,47 per kilometer (art. 47).
Bijzonder verlof
4 diensten bij overlijden van de partner, ouders of kinderen, 4 diensten aaneengesloten bij eigen huwelijk of partnerregistratie, en geboorteverlof conform de WIEG bij bevalling van de partner (art. 62).
Thuiswerkvergoeding
De CAO regelt geen thuiswerkvergoeding.
Doorbetaling bij ziekte
100% van het bruto salaris gedurende 104 weken (art. 56 lid 1).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
Geen dertiende maand, wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon (12 x functieloon), uitbetaald in december (art. 84).
Pensioenfonds
Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF); de premie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 van de werknemer (art. 13).
Opzegtermijn werkgever
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt.
Opzegtermijn werknemer
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn; de wettelijke opzegtermijn geldt.
Salarisverhogingen
Per 1 januari 2026 worden de functielonen met 4% verhoogd (art. 14A). De loonschalen in bijlage 14 zijn de bedragen zoals die gelden per 1 januari 2026 (art. 14B lid 1).
Er zijn geen verdere loonsverhogingen tijdens de looptijd afgesproken. Een algemene eenmalige uitkering ontbreekt; alleen machinisten die de opleiding ‘buitenland rijden’ succesvol afronden ontvangen een eenmalige bruto uitkering van € 250 (art. 36B lid 2).
De toeslagen en vergoedingen uit art. 35 stijgen mee met de verhoging van de functielonen: de blokvergoedingen (art. 32), de consignatietoeslag (art. 37), het maximumbedrag voor de afbouwtoeslag (art. 38), de instructietoeslag (art. 43), de diplomatoeslag (art. 45) en de minimum vakantiebijslag (art. 61). De vaste onregelmatigheidstoeslag stijgt mee met de contractloonstijging (art. 32 lid 5).
Werknemers die niet tot het rijdend personeel horen, maar wel rijwerkzaamheden verrichten en een lager functie-uurloon hebben dan de tabel voor rijdend personeel, ontvangen voor de daadwerkelijk gereden uren een uurloon van € 21,61 per 1 januari 2026 (art. 14B lid 2).
Chauffeurs kleine bus die openbaar vervoer verrichten ontvangen een uurloon van € 17,68 per 1 januari 2026 (art. 86 lid 3).
Periodieke verhoging: bij normale uitvoering van het werk stijgt het loon jaarlijks met één trede van de loonschaal, op de datum van indiensttreding (art. 17). Voor de Hay-schalen geldt geen periodieke verhoging (art. 17 lid 3).
Het uurloon is het functieloon per maand gedeeld door 156 (art. 3 lid 10); bij Hay-werknemers door 173,3 (art. 8A lid 2).
Vakantiedagen
Het aantal vrije uren per kalenderjaar hangt af van de leeftijd die in het vakantiejaar wordt bereikt (art. 60 lid 6, bij een fulltime dienstverband): tot en met 18 jaar 189,0 uur; 19 t/m 29 jaar 181,8 uur; 30 t/m 39 jaar 189,0 uur; 40 t/m 44 jaar 196,2 uur; 45 t/m 49 jaar 203,4 uur; 50 t/m 54 jaar 210,6 uur; 55 t/m 59 jaar 225,0 uur; 60 jaar en ouder 232,2 uur.
Verlof wordt in uren en minuten afgeboekt (art. 60 lid 3). Bij verlof dat vóór de wekelijkse dienstindeling wordt verleend, wordt 8 uur afgeboekt; bij verlof na de indeling het aantal uren van de geplande dienst (art. 60 lid 4). Parttimers bouwen vakantie naar rato op (art. 8).
Hay-werknemers hebben, tenzij een hoger aantal is overeengekomen, per jaar recht op 27 dagen (t/m 29 jaar), 32 dagen (30 t/m 44 jaar) of 35 dagen (45 jaar en ouder) (art. 8A lid 3).
Ouderenregeling: werknemers vanaf 61 jaar met minimaal 10 jaar onafgebroken dienst in het openbaar vervoer (parttimers: minimaal 28 uur per week) kunnen op verzoek meedoen, mits zij zich minimaal 4 maanden vooraf aanmelden. Zij werken een vierdaagse werkweek van 32 uur, ontvangen 224,2 vakantie-uren in plaats van 232,2 en de werkgever mag 5,56% op het functieloon inhouden (art. 8B). De leeftijdsgrens van 61 jaar geldt alleen voor de looptijd van deze CAO; daarna wordt die automatisch 62 jaar, tenzij eerder iets anders wordt afgesproken.
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen op verzoek worden vrijgesteld van diensten in de blokken G, O, L, F, P, A, K, U, S en van gebroken diensten in het D-blok die voor 06.00 uur beginnen (GOLFPAKUS-regeling, art. 29).
Recht op een aaneengesloten afwezigheidsperiode van 21 kalenderdagen (22 kalenderdagen als het verlof op een zondag ingaat) (art. 60 lid 8).
De algemeen erkende christelijke feestdagen (Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag, Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en beide Kerstdagen), Koningsdag en 5 mei (alleen in lustrumjaren) mogen niet als vakantiedagen worden aangemerkt, voor zover ze niet op zaterdag of zondag vallen (art. 60 lid 6c en art. 3 lid 12). Wie op een feestdag werkt of wiens rooster op die dag vrij is, heeft recht op een betaalde vervangende vrije dag (art. 39).
Bij arbeidsongeschiktheid worden bovenwettelijke vakantiedagen alleen opgebouwd over de laatste 6 maanden van de arbeidsongeschiktheid (art. 60 lid 7).
Overwerkvergoeding
De CAO kent geen aparte overwerktoeslag. De vergoeding voor extra werk loopt via plus- en minuren en het urentegoed (art. 31). Over de plusuren die in een kwartaal zijn opgebouwd wordt aan het einde van dat kwartaal een toeslag van 35% vergoed, in geld of in tijd (art. 31 lid 2). Minuren worden over een periode van 12 maanden verrekend.
Uren uit niet vooraf geplande werkzaamheden, zoals uitloop van een dienst of extra werkzaamheden, en uren van een dienst op een vrije dag worden uitbetaald of aan het urentegoed toegevoegd (art. 31 lid 2). Bij uitloop over een blokgrens wordt naar rato de blokvergoeding van het blok van de uitloop vergoed (art. 32 lid 9).
Werknemers kunnen op vrijwillige basis kiezen voor een werkweek van 38 of 40 uur. De extra uren worden vergoed tegen het reguliere uurloon en zijn pensioengevend (art. 26 lid 4 t/m 6).
Toeslagen bij afwijking van het basisrooster op verzoek van de werkgever per 1 januari 2026: € 17,52 voor het wijzigen van een vrije dag, € 6,02 voor het omzetten van een dienst naar een ander blok en € 132,72 (bovenop de blokvergoeding) voor het intrekken van een vrije dag na de wekelijkse indeling (art. 32 lid 6).
Consignatie: wie buiten zijn arbeidstijd bereikbaar moet zijn, ontvangt een toeslag van € 1,97 voor uren tussen maandag 00.00 uur en vrijdag 24.00 uur en van € 2,95 voor uren vanaf zaterdag 00.00 uur en op zon- en feestdagen. Bij een daadwerkelijke oproep geldt daarnaast 135% van het uurloon op maandag t/m vrijdag (minimaal 1 uur) en 200% op zaterdag, zondag en feestdagen (minimaal 2 uur) (art. 37).
Zwangere werknemers zijn vrijgesteld van overwerk (art. 62 A lid 5). Technisch personeel van 55 jaar en ouder wordt ontheven van de verplichting tot overwerk (art. 33 lid 2).
Maaltijdvergoeding: € 6,13 per dag als er van bedrijfswege geen maaltijd wordt verstrekt en de diensttijd langer is dan 9 uur en 45 minuten, of bij nachtdiensten met een pauze tussen 24.00 en 02.00 uur (art. 44).
Blokvergoedingen per 1 januari 2026
Voor rijdend personeel geldt een vaste toeslag voor onregelmatig werken (art. 32 lid 1) en een vergoeding per blok. De tijden van de blokken staan in art. 28.
Maandag t/m vrijdag
Blok
Vergoeding
A
€ 6,05
B
€ 4,05
C
€ 4,05
D
€ 25,30
E
€ 13,42
F
€ 14,42
G
€ 36,12
Zaterdag
Blok
Vergoeding
S
€ 32,66
H
€ 32,66
I
€ 32,66
J
€ 32,66
K
€ 32,66
L
€ 44,92
Zondag
Blok
Vergoeding
U
€ 57,29
M
€ 57,29
T
€ 57,29
N
€ 57,29
O
€ 57,29
P
€ 40,76
Reiskostenvergoeding
Voor woon-werkverkeer geldt een vergoeding van € 0,22 per daadwerkelijk gereden kilometer, met maximaal één heen- en terugreis per dag (art. 47A lid 1).
Bij gebroken diensten wordt de vergoeding maximaal twee keer per dag uitbetaald (art. 47A lid 1).
De afstand wordt bepaald tussen het actuele woonadres en de standplaats, gemeten via de snelste route op basis van Google Maps (art. 47A lid 2).
Geen vergoeding bij afwezigheid waarbij niet daadwerkelijk wordt gereden, zoals vakantie of arbeidsongeschiktheid (lid 3), en niet wanneer met kosteloos openbaar vervoer wordt gereisd (lid 4).
Sinds 1 juli 2024 cumuleert de vergoeding niet met de reiskostenvergoeding van art. 47 of met een andere reis- of verplaatsingskostenvergoeding in de CAO of bedrijfsregeling; bestaande rechten uit die tijd worden gerespecteerd (lid 5). De vergoeding wordt uitbetaald in de maand nadat de kosten zijn gemaakt (lid 6). Nawerking van art. 47A zoals dat tot 1 januari 2026 gold, is uitgesloten (lid 7).
Dienstreizen: de werkelijk betaalde reiskosten worden vergoed als kosteloos vervoer niet mogelijk was; bij gebruik van de eigen auto € 0,47 per kilometer per 1 januari 2026, met inachtneming van de fiscale regels. Vooraf is toestemming van de leidinggevende nodig (art. 47).
Ex-OV-werknemers die op 31 mei en 1 juni 1999 in dienst zijn getreden, krijgen de forenzenvergoeding uit bijlage 12. Die wordt op dezelfde wijze vastgesteld als in art. 47A lid 1 t/m 3. Wie vóór 1 januari 2026 een vergoeding op basis van de zone-staffel ontving, kan eenmalig kiezen tussen de zone-staffel en de kilometervergoeding (art. 48 en bijlage 12).
Bij reorganisatie waarbij de reisafstand toeneemt geldt een verplaatsingskostenvergoeding van € 0,47 per kilometer die per werkdag meer dan vier kilometer extra moet worden gereisd (art. 6 en bijlage 10).
Voor kleine, niet nader te specificeren uitgaven in verband met de dienst bestaat een onkostenvergoeding van € 3,90 (art. 49 lid 1).
De vergoeding voor dienstreizen met de eigen auto wordt geïndexeerd op basis van de consumentenprijsindex (CPI, alle huishoudens, CBS) van oktober tot oktober (art. 47 lid 2).
Bijzonder verlof
Kort verlof met behoud van salaris is geregeld in art. 62 (lid A: vaste gebeurtenissen; lid B: voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk); onbetaald verlof en verloven op grond van de Wet arbeid en zorg staan in art. 63 en organisatieverlof voor vakbondswerk in art. 64. Het verlof wordt uitgedrukt in diensten. Voor de graden van bloed- en aanverwantschap: bijlage 24.
Situatie
Verlof
Overlijden van de partner, ouders of kinderen (eerste graad)
4 diensten
Overlijden van een stief- of schoonouder, pleegkind, stiefkind, schoonzoon of schoondochter
2 diensten
Eigen huwelijk of partnerregistratie (inclusief de dag van voltrekking)
4 diensten aaneengesloten
Bevalling van de partner
Geboorteverlof conform de WIEG
Overlijden van een broer, zus, zwager, schoonzus, grootouder of kleinkind (van de werknemer of van diens partner)
2 diensten
Overlijden van bloed- of aanverwanten in de derde of vierde graad
1 dienst
Melding van een voorgenomen huwelijk of geregistreerd partnerschap
1 dienst
Huwelijk van een kind, pleegkind, stiefkind, broer, zus, zwager, schoonzus, ouders of schoonouders
1 dienst
Ernstige ziekte of vergelijkbare omstandigheden van huisgenoten en bloed- en aanverwanten in rechte linie
Redelijke tijdsduur, door de werkgever na overleg vast te stellen
Adoptie of opname van een pleegkind
Adoptie- of pleegzorgverlof conform de WIEG
25- of 40-jarig huwelijk van de werknemer; 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van ouders, grootouders, stief- of schoonouders
1 dienst
25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum
1 dienst
Verhuizing bij overplaatsing in het dienstbelang
4 diensten
Verhuizing in andere gevallen (maximaal eenmaal per jaar)
2 diensten
Vormingscursus ter voorbereiding op het pensioen
Duur van de cursus, maximaal 5 diensten
Leiden van of meewerken aan bejaarden-, invaliden- of jeugdkampen van erkende organisaties
Maximaal 2 x 5 dagen per kalenderjaar, voor zover de dienst dit toelaat
Bezoek aan arts, tandarts of specialist
De benodigde tijd (zo veel mogelijk buiten werktijd)
Partner: de echtgenoot of echtgenote, de geregistreerd partner, of degene met wie de werknemer samenleeft volgens de samenlevingsverklaring van bijlage 25 (art. 3 lid 6).
Tijdens het verlof met behoud van salaris wordt doorbetaald: het functieloon, de gemiddelde onregelmatigheidstoeslag van de groep of standplaats en andere vaste toeslagen (art. 23).
Zwangere werknemers hebben extra rechten: vrijstelling van overwerk, een vervangend rooster zonder diensten voor 07.00 of na 21.00 uur, niet langer dan 5 dagen aaneengesloten dienst en zo nodig extra rustpauzes of kortere werktijd (art. 62 A lid 5). Voor zwangerschaps- en bevallingsverlof verwijst de CAO niet zelf naar een eigen regeling; de wettelijke regeling geldt. Geboorteverlof en adoptie- of pleegzorgverlof volgen de WIEG.
Werkgevers moeten in hun bedrijfsregelingen ouders in regenbooggezinnen dezelfde rechten op geboorteverlof geven als ouders in traditionele gezinnen (art. 62 A lid 6).
Ouderschapsverlof: op verzoek voor kinderen van 0 tot 8 jaar, maximaal 3 aaneengesloten maanden volledig of gedurende 12 aaneengesloten maanden maximaal 50% minder werken. De werkgever betaalt de volledige pensioenopbouw over de verlofuren (art. 63 lid 3). Overige verlofaanvragen op grond van de Wet arbeid en zorg worden gehonoreerd, tenzij de werkgever zich op de wettelijke afwijzingsgronden kan beroepen (art. 63 lid 4).
Onbetaald verlof: toegestaan voor het uitoefenen van een lidmaatschap van een openbaar bestuurslichaam of een publiekrechtelijk college (art. 63 lid 1); daarnaast op verzoek, waarbij de sociale lasten voor rekening van de werknemer komen (art. 63 lid 2).
Organisatieverlof voor vakbondswerk: met behoud van salaris voor zover binnen de arbeidstijd noodzakelijk, maximaal twee dagen per tien vakbondsleden per verlofjaar en maximaal 29 dagen per aangewezen werknemer (art. 64). Het verlof kan niet worden geweigerd op andere gronden dan het dienstbelang.
Doorbetaling bij ziekte
Bij arbeidsongeschiktheid wordt gedurende 104 weken 100% van het bruto salaris doorbetaald (art. 56 lid 1). Dat is meer dan het wettelijke minimum van 70%.
Het bruto salaris omvat de vaste looncomponenten (loonschaal, persoonlijke toeslag, afbouwtoeslag, diplomatoeslag, overbruggingstoeslag, bijzondere beloningen, de vaste onregelmatigheidstoeslag en het garantie-inkomen 50 plus), plus een gemiddeld bedrag aan instructie-, onregelmatigheids- en consignatietoeslag over de 13 kalenderweken vóór de arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 2).
Voor iedere ziektedag wordt 0,1 verlofdag ingeleverd, met een maximum van 3 bovenwettelijke verlofdagen per kalenderjaar (art. 56 lid 3; voor parttimers naar rato).
Heeft het UWV de werkgever een sanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen, dan blijft de betaling gedurende de sanctieperiode op 100%, ook na twee jaar arbeidsongeschiktheid (art. 56 lid 4).
Na twee achtereenvolgende jaren arbeidsongeschiktheid kan de werkgever de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de wettelijke bepalingen. Verbetert de situatie later, dan heeft de gewezen werknemer tot 5 jaar na de ontslagdatum recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding (art. 12).
Na de loondoorbetaling geldt een WIA-aanvulling die de werkgever verzekert: de WGA-hiaatverzekering vult de WGA-uitkering aan tot 70% van het verschil tussen het jaarsalaris en het nieuwe salaris; de excedentverzekering vult de IVA-uitkering boven het maximumdagloon aan tot 75% van het jaarsalaris; de WIA-bodemverzekering compenseert maximaal 10 jaar 80% van het verschil met de vastgestelde verdiencapaciteit, waarbij het nieuwe salaris ten minste 65% van het verzekerde jaarsalaris is (art. 57A). De WGA-premie komt volledig voor rekening van de werkgever (art. 57B).
De vakantiebijslag kan bij ziekte van een jaar of langer worden verminderd met 1/12 voor elke kalendermaand dat de ziekte langer dan één jaar heeft geduurd (art. 61 lid 3).
Ongevallenverzekering: een uitkering van eenmaal de pensioengrondslag bij overlijden binnen 3 jaar na een ongeval en van tweemaal de pensioengrondslag bij blijvende algehele functionele invaliditeit (art. 59). Bij overlijden ontvangen de nagelaten betrekkingen daarnaast een uitkering van 70 maal het bruto dagloon (art. 59A). Bij een bedrijfsongeval vergoedt de werkgever het daaraan toe te rekenen deel van het wettelijk eigen risico (art. 58B).
Dertiende maand / eindejaarsuitkering
De CAO kent geen dertiende maand, maar wel een vaste eindejaarsuitkering van 5,75% van het jaarloon, uitbetaald in december naar rato van de omvang en duur van het dienstverband. Het jaarloon is 12 x het functieloon (art. 84).
De eindejaarsuitkering is pensioengevend (art. 13). Bij deelname aan de ouderenregeling wordt 5,56% op de eindejaarsuitkering ingehouden (art. 8B lid 2e).
Jubileumuitkering: bij 12½ jaar dienst 25% van het bruto functieloon per maand (bruto), bij 25 jaar en bij 40 jaar dienst 100% van het functieloon per maand (netto) (art. 42 lid 3). Dienstjaren bij een ander openbaar vervoerbedrijf in Nederland tellen mee, mits het laatste dienstverband minimaal 10 jaar onafgebroken heeft geduurd.
Bijzondere beloning: de werkgever kan een bijzondere beloning toekennen voor buitengewone inzet of verbetervoorstellen (art. 42 lid 1 en 2). Personeel in de schalen 11 en hoger kan na een beoordeling een variabele beloning van 7 tot 12% krijgen (art. 41).
Thuiswerkvergoeding
De CAO multimodaal vervoer bevat geen bepalingen over een thuiswerkvergoeding. Eventuele afspraken hierover maakt iedere werkgever zelf, bijvoorbeeld in een bedrijfsregeling of de arbeidsovereenkomst.
Pensioenfonds
Voor werknemers die op of na 1 juni 1999 in dienst treden, geldt de pensioenregeling van de Stichting Spoorwegpensioenfonds (SPF) (art. 13 A). Voor de WAO-reparatieregeling wordt de pensioenuitvoerder van Rail & OV genoemd (art. 57 lid 3).
De pensioenpremie komt voor 2/3 voor rekening van de werkgever en voor 1/3 voor rekening van de werknemer (art. 13 B). Een premiepercentage staat niet in de CAO; het pensioenreglement van het SPF is bepalend en is verkrijgbaar bij de werkgever of via de website van het fonds.
De pensioengrondslag bestaat uit een vast deel (functieloon, vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en door het bestuur aangewezen bestanddelen) en een variabel deel (onder meer de vergoeding voor onregelmatige dienst en rouleringsbijslag) (art. 13 B).
Sinds 1 januari 2017 geldt pensioenvariant A in plaats van pensioenvariant C (art. 13B).
Bij deelname aan de ouderenregeling blijft de pensioenopbouw ongewijzigd op basis van 100% van het functieloon (art. 8B lid 2g).
Regeling Vervroegd Uittreden (RVU): werknemers die binnen maximaal 24 maanden de AOW-leeftijd bereiken, minimaal 10 jaar onafgebroken in het openbaar vervoer werken en zich minimaal 8 maanden vooraf aanmelden, ontvangen tot de AOW-leeftijd een uitkering ter hoogte van het maximaal fiscaal vrijgestelde bedrag (€ 24.444 per 1 januari 2023). Deze regeling wordt vanaf 1 januari 2026 gedurende de looptijd van deze CAO voortgezet. Uit een werkgroep moet een zwaarwerkregeling voortkomen, waarvoor gebruik wordt gemaakt van de RVU (art. 97).
Opzegtermijn
De CAO regelt geen eigen opzegtermijn, niet voor de werkgever en niet voor de werknemer. De wettelijke opzegtermijn geldt; de modelarbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd verwijzen daar ook naar (bijlage 3 en 5).
De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op het moment dat de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt (art. 11 lid 1). De werknemer kan uiterlijk 3 maanden voor het bereiken van de pensioenrichtleeftijd verzoeken de overeenkomst tijdelijk voort te zetten (art. 11 lid 2 en 3).
Proeftijd: in de modelarbeidsovereenkomsten staat dat bij een contract voor onbepaalde tijd een proeftijd van ten hoogste twee maanden kan worden overeengekomen. Bij een contract voor bepaalde tijd langer dan zes maanden is dat ten hoogste één maand (korter dan twee jaar) of twee maanden (twee jaar of langer) (bijlage 2 t/m 5).
Bij beëindiging wegens arbeidsongeschiktheid worden nog niet verjaarde vakantiedagen uitbetaald (art. 12).
De onderstaande bedragen zijn bruto maandlonen per 1 januari 2026 voor een fulltime dienstverband van 36 uur per week (bijlage 14, art. 14B). De CAO kent alleen maandbedragen. Parttimers ontvangen het functieloon naar rato van het aantal overeengekomen uren, afgerond op hele euro’s (art. 8). De indeling in een schaal volgt uit het ORBA-functieraster (bijlage 13, art. 15). Bestuurder bus, machinist, medewerker service & controle en steward vallen in de schaal voor rijdend personeel (41MM); de anciënniteit is het aantal dienstjaren (trede).
Per maand vanaf 1 januari 2026
Rijdend personeel (41MM) en chauffeur kleine bus
Anciënniteit (jaren)
Rijdend personeel 41MM
Chauffeur kleine bus
0
2.695,48
2.660,50
1
2.750,79
2.841,98
2
2.803,67
3
2.876,60
4
3.056,11
5
3.147,50
6
3.230,05
7
3.323,04
8
3.410,41
9
3.503,40
10
3.597,22
11
3.685,35
12
3.776,68
13
3.823,15
14
3.869,68
15
3.916,12
Schaal 1 t/m 8
Anciënniteit (jaren)
Schaal 1
Schaal 2
Schaal 3
Schaal 4
Schaal 5
Schaal 6
Schaal 7
Schaal 8
0
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.660,50
2.887,82
3.157,93
3.593,93
1
2.732,33
2.678,64
2.732,33
2.732,33
3.075,38
3.250,93
3.772,69
2
2.804,51
2.804,51
2.887,82
2.887,82
3.250,93
3.425,69
3.949,04
3
2.887,82
2.887,82
2.984,06
3.075,38
3.339,09
3.593,93
4.142,22
4
2.984,06
3.075,38
3.157,93
3.250,93
3.425,69
3.772,69
4.347,37
5
3.075,38
3.157,93
3.250,93
3.339,09
3.508,21
3.949,04
4.530,92
6
3.157,93
3.250,93
3.339,09
3.425,69
3.682,94
4.142,22
4.627,12
7
3.250,93
3.339,09
3.425,69
3.508,21
3.772,69
4.251,21
4.719,30
8
3.339,09
3.425,69
3.508,21
3.593,93
3.856,88
4.347,37
4.802,62
9
3.508,21
3.593,93
3.682,94
3.949,04
4.434,75
4.889,22
10
3.682,94
3.772,69
4.042,86
4.530,92
5.065,56
11
3.856,88
Schaal 9 t/m 18
Anciënniteit (jaren)
Schaal 9
Schaal 10
Schaal 11
Schaal 12
Schaal 13
Schaal 14
Schaal 15
Schaal 16
Schaal 17
Schaal 18
0
4.042,86
4.530,92
5.255,48
5.939,95
6.479,43
7.346,64
7.955,74
8.596,99
9.295,09
10.076,52
1
4.142,22
4.719,30
5.433,42
6.125,89
6.655,73
7.522,18
8.176,17
8.818,21
9.541,16
10.361,86
2
4.347,37
4.889,22
5.592,94
6.302,26
6.824,82
7.743,37
8.394,98
9.052,22
9.784,80
10.649,64
3
4.530,92
5.065,56
5.757,23
6.479,43
7.000,40
7.955,74
8.596,99
9.295,09
10.076,52
10.937,41
4
4.719,30
5.255,48
5.939,95
6.655,73
7.176,70
8.176,17
8.818,21
9.541,16
10.361,86
11.225,16
5
4.889,22
5.433,42
6.125,89
6.824,82
7.346,64
8.394,98
9.052,22
9.784,80
10.649,64
11.513,72
6
5.065,56
5.592,94
6.302,26
7.000,40
7.522,18
8.596,99
9.295,09
10.076,52
10.937,41
11.862,29
7
5.255,48
5.757,23
6.479,43
7.176,70
7.743,37
8.818,21
9.541,16
10.361,86
11.225,16
12.207,76
8
5.433,42
5.939,95
6.655,73
7.346,64
7.955,74
9.052,22
9.784,80
10.649,64
11.513,72
12.554,84
9
5.592,94
6.125,89
6.824,82
7.522,18
8.176,17
9.295,09
10.076,52
10.937,41
11.862,29
13.111,07
10
5.757,23
6.302,26
7.000,40
7.743,37
8.394,98
9.541,16
10.361,86
11.225,16
12.207,76
13.663,31
Hay-schalen
De Hay-schalen zijn de bedragen per 1 januari 2023 en worden gedurende de looptijd van deze CAO niet aangepast (bijlage 7). Het functieloon van Hay-werknemers geldt voor een arbeidstijd van 40 uur per week (art. 8A).
Deze samenvatting en salaristabel zijn met zorg samengesteld op basis van de officiële CAO-tekst. Raadpleeg bij twijfel, of voordat u deze informatie toepast op een individuele situatie, altijd het volledige CAO-boekje. Aan deze pagina kunnen geen rechten worden ontleend; bij verschillen tussen deze samenvatting en de CAO-tekst is de CAO-tekst te allen tijde leidend. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze informatie is overgenomen, kunnen type- of overnamefouten niet volledig worden uitgesloten.